Eeuwig leven

For English click here

Vandaag was ik weer even bij het grafje van mijn dochtertje. Op de fiets naar de begraafplaats drong weer even die bizarre werkelijkheid tot mij door dat ze echt mijn kindje is, mijn baby. En dat ze daar ligt, onder de grond.

Van de week stuurde iemand me een foto van haar baby’tje, een leeftijdgenootje van mijn dochter. Ineens werd het verlies veel concreter. Eerst leefde ik naar de uitgerekende datum toe, de tijd waarin ze geboren had moeten worden. Nu weet ik niet waar ik naartoe moet leven; kan ik niet meer zeggen: als die datum nou maar voorbij is, dan…

Eerst was het het gemis van de baby in mijn buik, nu is het het gemis van de baby die in mijn armen had moeten liggen, in de armen van mijn man, mijn grotere kinderen. Bij haar opa’s en oma’s en tantes en ooms en neefjes en nichtjes.
Dit is een nieuwe soort pijn en ik weet er nog niet zo goed raad mee. Ook hier moet ik mijn weg in vinden, moet ik mee leren leven.

‘Begraafplaats sluit om 17:00’ staat er op het bord bij de ingang. Ik denk terug aan die keer dat ik naar haar grafje wilde en de begraafplaats dicht was en ik paniek voelde opkomen. Ik kan niet bij mijn dochter komen. Hoe bestaat het dat je niet bij je eigen kind mag zijn, dacht ik en terwijl ik terug naar huis fietste corrigeerde ik mijn gedachtegang. Het is alleen haar lichaam dat daar ligt. Amanda zelf is er niet meer. Niet meer hier.

Ik kniel neer bij het graf, haal onkruid weg, maak het weer netjes. Ik laat mijn tranen even de vrije loop en besef dat het inderdaad een nieuwe laag is. Op deze manier huilde ik nog niet eerder. Ik bid zachtjes tot mijn God. Help me alstublieft, help me dit verlies te dragen en er echt doorheen te gaan. En laat me zien dat er een eind komt aan dit diepe dal vol schaduw van de dood.

De zon breekt door en warmt mijn rug. Het voelt als een knipoog. En de woorden in mijn hoofd zijn die van een geliefd lied uit mijn jeugd dat ik toevallig van de week weer hoorde: ‘de dood is tenietgedaan, Jezus is opgestaan, Jezus, de leeuw van Juda overwon de dood.’
En ik herinner me de woorden die iemand mij vanmorgen appte: God is je Heer! Hij zal niet loslaten of toestaan dat je hier aan onderdoor gaat. Met Hem kom je er doorheen en je zult samen met Hem en Amanda eeuwig leven!!!!

Ik kan weer even verder

Verblijd u

For English, click here

Deze week las ik elke dag een andere psalm (met behulp van het boekje over Psalmen van Derek Prince). Het viel me op dat deze psalmen steeds beginnen met: ‘Loof de Heer’. En dat er vaak opgeroepen wordt om blijde liederen te zingen. Ik vind het moeilijk. Loof de Heer? Blij zijn? Ik worstel met verdriet en boosheid. Mijn kind is dood! En tegelijk voelt het vertrouwd en logisch. Als God God is, is Hij toch onze lof waard?

En nu lees ik Filippenzen 4:4-9, omdat het over die tekst gaat in ‘Our Daily Bread’, het bijbels dagboekje dat ik altijd gebruik. “Verblijd u altijd in de Heere; ik zeg het opnieuw: Verblijd u.” Weer is mijn eerste reactie protest. Verblijden? Ik wil helemaal niet blij zijn en me al helemaal niet verblijden, geen blijde gedachten toelaten.

Het is onze trouwtekst, Filippenzen 4:4-9. Toen we trouwden, waren er dingen waar we niet blij mee waren. Ik was chronisch ziek zonder zicht op verbetering. Ik kon amper lopen, steeds minder met mijn handen doen en had altijd pijn. Het lukte maar moeizaam om mijn studie af te ronden. Psychisch zat ik best wel in de knoop. Maar toch vonden we dat er ook veel was om blij over te zijn. We hadden elkaar gevonden en zagen een toekomst samen zitten. We kenden God al bleek dat we Hem nog veel beter zouden leren kennen in de loop van de jaren. We waren dankbaar en wilden dankbaar blijven, wat er ook gebeurt.

En vandaag, precies vier maanden na de geboorte van onze levenloze dochter, ons vijfde kindje, lees ik opnieuw deze tekst. Verblijd u. En: wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.

En het ís zo, weet je. Daar word ik de laatste weken steeds opnieuw bij bepaald. Het is zo dat er een vrede is die alle begrip te boven gaat. Ik heb die vrede ervaren toen ik dat ongelofelijk moeilijke moest doen: een dood kindje baren. Ik heb die vrede ervaren toen ik met mijn kleine dochtertje in mijn handen zat en me verwonderde over hoe mooi ze was. Verdriet en verwondering en blijdschap en boosheid, maar in dat alles toch vrede.

Is dat misschien het verblijden waar het hier om gaat? Niet dat je blij bent met wat er gebeurt of staat te gebeuren. Maar door te kijken naar wat mooi en goed is, je te verheugen in een goede God? Toen ik mijn meisje zag, was ik een en al verwondering en trots. Ik kon zien dat ze zorgvuldig door God geschapen was, ook al was haar leven in mijn ogen veel en veel te kort. Ik was blij dat Hij zoveel aandacht aan haar besteed had, nageltjes, haartjes, oogjes, ribbetjes, voetjes, ze was zo compleet en perfect. Als ik daar aan denk, heb ik toch wat reden om blij te zijn. Of, ik moet het anders zeggen: Door daaraan te denken, verblijd ik mij.