I will never forget

Last week I heard a beautiful song about the love of God for Israel. Basically it’s verses from Isaiah quoted and the words sounded pretty familiar to me. But then something deep happened when I heard the chorus and the second verse:

No I’ll never forget you.
I’ll never forsake you.
I will never forget my own.

Does a mother forget her baby.
Or a woman the child in her womb?
Yet even if she should forget
I will never forget my own.

The video clip shows a woman wearing dark clothes holding a small child in her arms. It evoked this deep longing in me and the dark clothes added to that as it reminded me of mourning.

But this song isn’t about me!
It is about God longing for His people and I knew that very well. Still, I couldn’t stop crying when the chorus was repeated:

No I’ll never forget you.
I’ll never forsake you.
I will never forget my own.

This is me. This is also me! The longing this chorus gives words to, describes how I feel about my stillborn baby. Somehow at that moment I felt that this verse from the bible was giving me permission to grieve, to feel this deep ache inside of me. Of course I know I don’t need permission for that, but sometimes people ask ‘If I am not over it yet’ and it makes me wonder if I am too dramatic and should feel differently. But here the bible clearly states that it is impossible for a mother to forget her baby. It gives a beautiful and accurate picture of what motherly love is.
And God’s love is even deeper. God is longing more for His people then a mother longs for her child.

I think it is mind boggling and I have spend quite some hours figuring out what this means. Listening to this song, letting the words sink in, figuring out what these feelings that were evoked are about, brought me to this amazing realization: Knowing how it feels to lose a child I so deeply love, longing for a child I will never get to meet in this life, actually now has brought me to understand more of the depths of God’s love.

Losing Amanda, longing for her, grieving over her, learning to live without her, trying to figure out what I believe and hope and live for, brought me to a deeper understanding of how desperately God longs for us to come closer to Him. And I am even more deeply convinced that He will never forget me, He will never forsake me. As I will never forget my dear baby girl.

About: Peter and Carin van Essen: Never forget, https://www.youtube.com/watch?v=SITAUTC6qTI

Voort blijven gaan

For English click here

Een half jaar geleden werd ze geboren. Perfect gevormd, met grote voetjes net als haar vader, lange bovenbeentjes net als haar broers en zussen. Echt ons kindje. Zo geliefd, kostbaar en gewenst: Amanda Marsman. Geboren op 22 maart, maar al voor haar geboorte overleden.

Ik vind deze weg van rouw zwaar en eenzaam en moeilijk. Vaak vind ik het ook moeilijk om te schrijven, omdat ik de woorden niet vind, of omdat het gewoon te zwart is wat ik denk. Maar ik ben deze blog begonnen. Ik heb besloten om te schrijven en wilde eerlijk zijn, ook over mijn gebrokenheid. En daarom schrijf ik nu toch. En om aandacht te vragen. Misschien is gedeelde smart inderdaad wel halve smart, want de laatste dagen heb ik ineens weer de neiging om mensen die ik tegenkom te zeggen: weet je wel dat mijn kindje is overleden? Weet je wel dat als dat niet gebeurd was, ik hier ook met een kinderwagen gelopen had? Het lijkt net alsof de druk in mijn hoofd de laatste dagen weer zó is opgelopen dat het tijd is om er wat uit te laten st(r)omen.

Vertellen helpt. Ze was zo mooi joh. Ik wil haar zo graag vasthouden, haar stem horen, haar eerste lachje zien. Ik wil mopperen om slapeloze nachten en te wilde broers en zussen. Ik wil liedjes voor haar zingen, haar voeden en in bad doen. Maar ik heb hier in huis alleen haar lege wieg in de lege babykamer en ik heb wat foto’s en een klein velletje papier met een afdruk van haar voetjes.

Dat stond trouwens in de boeken die ik las in de eerste weken na haar geboorte: dat zo’n afdrukje heel belangrijk is, omdat dat velletje papier echt in aanraking is geweest met haar lichaam. Toen ik het las, leek het me overdreven. Maar de laatste weken merk ik dat ik naar dat velletje met voetjes toegetrokken word, dat ik het koester en als iets heel kostbaars ben gaan zien.

Deze weg, dit proces, dit diepe donkere dal, brengt steeds weer nieuwe dingen bij mij boven en te binnen. Ik kan niet meer zeggen: dat zou ik nooit doen, of: zo overdreven zou ik niet doen. Tot mijn schaamte moet ik zeggen dat ik geoordeeld heb over hoe anderen rouwden en nu kom ik zelf tot de ontdekking dat het verlies van een kind werkelijk voelt als iets dat is afgescheurd, een gat in je leven slaat, de bodem onder je leven weghaalt en je werkelijk alles opnieuw moet ontdekken. Ik heb geen flauw idee hoe je dit doet. Hoe je dit een plek moet geven. Hoe je God hierin betrekt.

Vanmorgen kon ik alleen maar huilen en gisteren en eergisteren ook. Ik ben verbaasd dat er nog zoveel tranen zijn. Verwilderd over wat ik nou moet doen. Kan doen. Ik wilde iets tastbaars, heb na lang zoeken een armband met haar naam laten maken. Het is mooi en het past bij mij – beter dan de tatoeage die ik voor het eerst van mijn leven overwoog. Maar het lost niets op. Ik heb ernaar uitgekeken om die armband te dragen maar nu ik hem heb, besef ik eens te meer dat dat haar niet kan vervangen.

Ik loop er steeds tegenaan dat ik niet iets kan doen. Ik werk hard, probeer er voor de kinderen te zijn, en verder bezig te zijn, afleiding te zoeken. Maar keer op keer stuit ik er weer op: een diep verdriet, een intens verlangen, een ongrijpbaar gemis. Het enige waar ik wel echt wat aan heb, is het besef dat het met haar echt goed gaat. Dat zij volmaakt is nu en volkomen gelukkig. Geen pijn, geen verdriet, meteen op haar bestemming. Maar zelf worstel ik nog, zoek ik God, zoek ik Zijn troost en Zijn geborgenheid. Zijn kracht. En ik weet niet hoe ik dat kan ontvangen. Het lijkt soms wel alsof ik ontroostbaar ben. Vanmorgen ben ik uiteindelijk maar weer gaan zitten en gaan lezen in de bijbel. Psalm 84 deze keer. Mijn hart en mijn lichaam roepen het uit tot de levende God. Ja, dat herken ik wel.

En: Welzalig zijn zij die in Uw huis wonen, zij loven U voortdurend maakte me blij omdat ik eraan dacht dat dit in elk geval voor Amanda geldt.

En dan vers 6: Welzalig (gelukkig) de mens van wie de kracht in U is – in hun hart zijn de gebaande wegen. Gaan zij door het dorre dal van de moerbeibomen, dan maken zij God tot hun bron; ook zal de regen hen overvloedig bedekken (in de voetnoot staat: zegenen). Zij gaan voort van kracht tot kracht. Er staat nog meer in de psalm, maar ik besloot deze woorden vooral op me in te laten werken. Te danken voor de gebaande wegen in mijn hart en dat ik God kennelijk tot mijn bron kan maken. En dat ik in Zijn kracht altijd weer verder kan gaan.

Vervolgens lag er een brief op de mat van een van onze sponsorkinderen[i]. Ze reageerde op het bericht over Amanda en zij schreef: “I want to encourage you to keep going because in life we sometimes go up and sometimes we go down, but the important thing is to move forward.” Ik glimlach omdat het perfect aansluit bij wat ik net heb gelezen. Ik ga voort van kracht tot kracht. En ik vertrouw erop dat God me wel zal laten zien hoe je dat dan precies doet.

[i] We sponsoren kinderen via Compassion.nl. Door een financiële bijdrage zorgen zij dat een kind dat anders kansloos is, eten, onderwijs en gezondheidszorg krijgt en je schrijft met het kind om het te bemoedigen. Zo’n briefwisseling gaat vaak erg traag, het kan soms maanden duren voordat je reactie krijgt op de brief die je schreef.

Ik mis je zo

For English click here

Mijn kind, ik mis je zo.

Je zou twee maanden zijn geweest gisteren.

Ik zou je net hebben gevoed, boertje laten, knuffelen.

Je zou naar me hebben gelachen en gekraaid naar pappa die met je stoeit.

Ik zou je mee hebben genomen naar het feest.

Je zou mee op de foto.

Maar je was er niet.

Je naam werd niet genoemd.

Ik moest met mn incomplete gezin op de foto.

Met dat hartverscheurende gevoel dat het nooit meer hetzelfde zal zijn.

Je nooit met zn allen op de foto komt.

Niet hier.

Ik weet niet hoe ik verder moet zonder jou.

Maar ik weet dat ik wel zal moeten.

Ik mis je zo, mijn kind.

Love with no place to go

You have to face it. At some point you need to cry hard, instead of running away from your emotions. I am so aware of this and at the same time so not capable of doing it. So here I am. I sit down, try to write, try to let you know how I feel so I can feel as well. I write in English this time since some of my dear friends do not understand Dutch at all and some of them are in as much pain as I am at this very moment.

Where I am right now really is a valley and it seems darker then it was before. I miss my baby girl like crazy. My body still longs to hold her, feed her, protect her, cherish her. It is a very soft and tender feeling and so very painful at the same time. I have this special love for my other children as well and I came to realize how wonderful it is to give it to them. But there also is this love towards Amanda and she isn’t here to receive it.

I’ve never been aware of this before she was born. I discovered that as a mother you need your child just as much as she needs you.
I mean, I was aware of a baby desperately needing his or her mum and dad. And when you have a child, you know you are happy to give yourself to him or her – most of the time. But when my baby was born still, I found out that I needed her just as much. At that very moment, new love was born and it was only hers to receive.

I remember that when I had my fourth child, I was so afraid that I couldn’t love him as much as I loved my other children. Who is capable of loving four children the same with deep and sacrificial love? I found out however when giving birth to that precious boy that my heart grew larger, and new love was born, especially for him. Apparently you can love four children with real parental love.

When I gave birth to my fifth child it happened again. Though we knew she had died before she was born, that moment that she came into the world, both our hearts flooded with love, compassion, a willingness to sacrifice, nourish, cherish and protect this precious child.

And then reality kicks in. You find yourself having this love and feelings, but no place, no soul to pour it into. She didn’t need it anymore. She didn’t need you.

The last few days words from a song came to my mind over and over again. I have listened to it a hundred times the last few months. It’s comforting to know that I am not the only one feeling this way right now:

There were photographs I wanted to take
Things I wanted to show you
Sing sweet lullabies,
wipe your teary eyes
Who could love you like this?

People say that I am brave but I’m not
Truth is I’m barely hanging on

But there’s a greater story
Written long before me
Because He loves you like this

So I will carry you
While your heart beats here
Long beyond the empty cradle
Through the coming years

I will carry you
All my life
And I will praise the One
Who’s chosen me
To carry you

Such a short time
Such a long road
All this madness
But I know
That the silence
Has brought me to His voice

And He says
I’ve shown her photographs of time beginning
Walked her through the parted seas
Angel lullabies,
no more teary eyes
Who could love her like this?

I will carry you
While your heart beats here
Long beyond the empty cradle
Through the coming years
I will carry you
All your life
And I will praise the One
Who’s chosen Me
To carry you

I will carry you from Selah)

Eeuwig leven

For English click here

Vandaag was ik weer even bij het grafje van mijn dochtertje. Op de fiets naar de begraafplaats drong weer even die bizarre werkelijkheid tot mij door dat ze echt mijn kindje is, mijn baby. En dat ze daar ligt, onder de grond.

Van de week stuurde iemand me een foto van haar baby’tje, een leeftijdgenootje van mijn dochter. Ineens werd het verlies veel concreter. Eerst leefde ik naar de uitgerekende datum toe, de tijd waarin ze geboren had moeten worden. Nu weet ik niet waar ik naartoe moet leven; kan ik niet meer zeggen: als die datum nou maar voorbij is, dan…

Eerst was het het gemis van de baby in mijn buik, nu is het het gemis van de baby die in mijn armen had moeten liggen, in de armen van mijn man, mijn grotere kinderen. Bij haar opa’s en oma’s en tantes en ooms en neefjes en nichtjes.
Dit is een nieuwe soort pijn en ik weet er nog niet zo goed raad mee. Ook hier moet ik mijn weg in vinden, moet ik mee leren leven.

‘Begraafplaats sluit om 17:00’ staat er op het bord bij de ingang. Ik denk terug aan die keer dat ik naar haar grafje wilde en de begraafplaats dicht was en ik paniek voelde opkomen. Ik kan niet bij mijn dochter komen. Hoe bestaat het dat je niet bij je eigen kind mag zijn, dacht ik en terwijl ik terug naar huis fietste corrigeerde ik mijn gedachtegang. Het is alleen haar lichaam dat daar ligt. Amanda zelf is er niet meer. Niet meer hier.

Ik kniel neer bij het graf, haal onkruid weg, maak het weer netjes. Ik laat mijn tranen even de vrije loop en besef dat het inderdaad een nieuwe laag is. Op deze manier huilde ik nog niet eerder. Ik bid zachtjes tot mijn God. Help me alstublieft, help me dit verlies te dragen en er echt doorheen te gaan. En laat me zien dat er een eind komt aan dit diepe dal vol schaduw van de dood.

De zon breekt door en warmt mijn rug. Het voelt als een knipoog. En de woorden in mijn hoofd zijn die van een geliefd lied uit mijn jeugd dat ik toevallig van de week weer hoorde: ‘de dood is tenietgedaan, Jezus is opgestaan, Jezus, de leeuw van Juda overwon de dood.’
En ik herinner me de woorden die iemand mij vanmorgen appte: God is je Heer! Hij zal niet loslaten of toestaan dat je hier aan onderdoor gaat. Met Hem kom je er doorheen en je zult samen met Hem en Amanda eeuwig leven!!!!

Ik kan weer even verder