Wat jammer dat ze dood is

For English click here

Ik ben bezig om het baby-album ter herinnering aan Amanda af te maken en ik kom alle briefjes tegen die mensen hebben geschreven bij wijze van condoleance-register. Ik plak ze tussen de foto’s. Er staan hele lieve dingen op. Bemoedigende woorden. Woorden voor ons en woorden voor Amanda. Woorden van medeleven. Woorden van volwassenen en van kinderen.

Het was fijn dat er ook kinderen bij de begrafenis waren. Er was van elk kind een vriend of vriendin en ook waren er een aantal neefjes en nichtjes. En deze kinderen schreven – daar waar wij wollig taalgebruik hanteren – gewoon op wat ze dachten: “Ik vind het jammer dat ik je niet gekend heb en dat ik je nooit zal zien.” “Wat jammer dat ze dood is.” “Wees blij, want ze is in de hemel.” En ook vind ik een beeldende tekening van een mensje onder de grond met zes huilende poppetjes erbij. Luguber en aandoenlijk tegelijkertijd.

Ik heb alle emotionele kracht die in mij is nodig om dit project te doen. Om de enige foto’s die er van haar zijn een plek te geven. De tranen stromen over mijn wangen terwijl ik de momenten opnieuw beleef die de foto’s laten zien. Hoe het was toen ze ter wereld kwam. Hoe we haar voor het eerst ontmoetten. Hoe we thuis kwamen en haar aan de kinderen lieten zien en aan onze ouders, zussen en aan mijn beste vriendinnen. Hoe we steeds even bij haar zaten toen ze in haar wiegje lag. En hoe we haar die maandag in haar mandje legden, de deksel sloten en meenamen naar de begraafplaats. De enige rit die we maakten met zijn zevenen.

En dan de wandeling naar het grafje. Mijn man die met een trapje het graf inging, het mandje met ons dochtertje erin van me overnam en voorzichtig neerzette in dat diepe gat. Zijn ogen vol verdriet en weerzin. Hoe hij er weer uitklom en we elkaar in de armen vielen. De wanhoop, de scherpe pijn, het immense verdriet. Nu ik dit type word ik opnieuw misselijk en ik herinner me weer hoe ik een paar weken nadien moest vechten tegen de drang om mijn kind weer op te graven. Bizar. Mijn verstand weet ook wel dat dat iets is wat je niet zou moeten doen, niet zou moeten willen.

Maar het is mijn kind dat daar ligt. Een deel van mij, van ons. En je kunt je kind toch niet zomaar ergens achterlaten? Het is nog steeds niet te bevatten en in deze weken herinneren we van alles alsof het gisteren was of vorige week. Het staat me zo ontzettend helder voor de geest.
Toen ik aan een vriendin vertelde dat alles weer zo duidelijk bij me bovenkwam, zei ze: dat is toch logisch. Als een van je andere kinderen jarig is, denk je toch ook altijd even terug aan het begin, de bevalling, aan hoe het allemaal was. Het is logisch dat je dat bij Amanda ook doet nu ze bijna jarig is.

En dat is ook zo. Ze is bijna jarig en we denken terug. We zoeken nog naar hoe we daar op een voor iedereen fijne manier invulling aan kunnen geven. Een van mijn kinderen opperde dat we een neptaartje konden kopen en dat dan bij het graf neer kunnen zetten. En dan elk jaar weer een nieuw taartje zodat je precies kunt zien hoe oud ze is geworden. Ik vind het een heel mooi idee en ik moet denken aan wat iemand een keer vertelde over wat de Joden doen. Elke keer als ze een graf bezoeken, leggen ze er een steentje neer. In de loop van de jaren komt er dan een hele hoop stenen te liggen. Het laat zien dat iemand niet vergeten wordt.

Rituelen blijken belangrijk te zijn. Belangrijker dan ik vroeger dacht. Het geeft houvast. En rituelen zeggen dingen die je met woorden niet kunt zeggen, vertelde iemand me vorige week. Een kaarsje branden is zo gek nog niet, daar kwam ik op Allerzielen en Wereldlichtjesdag al achter. Dus misschien doen we dat ook wel als ze jarig is. En ik denk dat we taart gaan eten, net als op andere verjaardagen. Want het is echt heel jammer dat ze dood is, maar we zijn wel blij dat ze heeft bestaan.

I will never forget

Last week I heard a beautiful song about the love of God for Israel. Basically it’s verses from Isaiah quoted and the words sounded pretty familiar to me. But then something deep happened when I heard the chorus and the second verse:

No I’ll never forget you.
I’ll never forsake you.
I will never forget my own.

Does a mother forget her baby.
Or a woman the child in her womb?
Yet even if she should forget
I will never forget my own.

The video clip shows a woman wearing dark clothes holding a small child in her arms. It evoked this deep longing in me and the dark clothes added to that as it reminded me of mourning.

But this song isn’t about me!
It is about God longing for His people and I knew that very well. Still, I couldn’t stop crying when the chorus was repeated:

No I’ll never forget you.
I’ll never forsake you.
I will never forget my own.

This is me. This is also me! The longing this chorus gives words to, describes how I feel about my stillborn baby. Somehow at that moment I felt that this verse from the bible was giving me permission to grieve, to feel this deep ache inside of me. Of course I know I don’t need permission for that, but sometimes people ask ‘If I am not over it yet’ and it makes me wonder if I am too dramatic and should feel differently. But here the bible clearly states that it is impossible for a mother to forget her baby. It gives a beautiful and accurate picture of what motherly love is.
And God’s love is even deeper. God is longing more for His people then a mother longs for her child.

I think it is mind boggling and I have spend quite some hours figuring out what this means. Listening to this song, letting the words sink in, figuring out what these feelings that were evoked are about, brought me to this amazing realization: Knowing how it feels to lose a child I so deeply love, longing for a child I will never get to meet in this life, actually now has brought me to understand more of the depths of God’s love.

Losing Amanda, longing for her, grieving over her, learning to live without her, trying to figure out what I believe and hope and live for, brought me to a deeper understanding of how desperately God longs for us to come closer to Him. And I am even more deeply convinced that He will never forget me, He will never forsake me. As I will never forget my dear baby girl.

About: Peter and Carin van Essen: Never forget, https://www.youtube.com/watch?v=SITAUTC6qTI

Al hebben je voetjes niet gelopen

For English click here

Ik ben vandaag begonnen met een Baby-album ter herinnering aan Amanda. Ik schreef zo mooi ik kon haar namen op, haar geboortedatum, sterfdatum en de datum waarop ze begraven werd. Toen dacht ik aan de foto die we gisteren hadden nabesteld. Ik plakte er één van onder haar naam. Het is een foto van een afdruk van haar voetjes. Ik schreef er het volgende gedichtje bij:

Al hebben je voetjes niet gelopen
zelfs niet bewogen
toen je kwam.

Toch ben je onze wereld in geslopen
hebt ons bewogen
zette ons in vlam.

Je hebt een afdruk nagelaten
een spoor dat onuitwisbaar is
Ik kan er uren over praten,
zo groot is ons geluk en ons gemis.

Ons geluk, want je was welkom, prachtig en perfect.
We hebben zo vaak zitten danken voor je, jij was een geschenk.
En ons gemis, want wat hadden we je graag hier op zien groeien
Je zien spelen en je met de andere kinderen zien stoeien.

Jou toevertrouwen aan de aarde waaruit God je had gevormd was het moeilijkste wat er is.
Maar hoe klein je ook was, jouw kwetsbaar bestaan was tegelijk jouw krachtige getuigenis.

Je bewees het bestaan van een Schepper.
Zo wonderlijk mooi werd je gevormd in mijn schoot.
Je bewees het bestaan van Liefde.
Zo diep is onze trots en onze rouw sinds jouw dood.

Al hebben je voetjes niet gelopen
zelfs niet bewogen
toen je kwam
Toch liet je een afdruk achter,
een spoor,
en mijn hart getuigt ervan.

Baby-album

For English, click here

Ik was in de Hema vanmorgen en ik heb een roze foto-album gekocht. In precies hetzelfde formaat en met dezelfde lay-out als de baby-albums van mijn andere kinderen.

We waren op stap voor Sinterklaascadeautjes en daar in de Hema had ik het gevoel dat ik dit moest doen. Dat het de tijd was om een mooi boek uit te kiezen voor mijn vijfde kindje. Tranen liepen over mijn wangen. Ook van ontroering en trots op de een of andere manier. Dat ik dit nu aandurfde.

Bij de andere kinderen was ik al vóór de geboorte begonnen met een album. Ik plakte er de ‘Gefeliciteerd! Zwanger!’-kaartjes in, foto’s van de echo’s en van mijn groeiende buik. En ik plakte er fragmentjes uit mijn dagboek bij waarin ik mijmer of bid voor mijn ongeboren kindje. En ik schreef op welke cadeautjes het kindje al had gekregen van de opa’s en oma’s en ooms en tantes. Na de geboorte kwamen dan de baby-foto’s erbij.
Voor Amanda was ik voor haar geboorte nog niet aan een album begonnen. Iets hield me tegen.

Nu heb ik de foto’s van haar echo’s nog voor in mijn agenda in een doorzichtig mapje zitten. Ik kom ze steeds weer tegen. Maar het jaar loopt af, mijn agenda voor het nieuwe jaar heb ik al bijna vaker nodig dan die van 2017 en ik weet bijna zeker dat ik ze daar niet opnieuw in zal doen. De foto’s van mijn dikke buik hebben we pas genomen nadat we wisten dat Amanda overleden was en in mijn dagboek had ik de citaten nog niet uitgezocht, hoewel ik veel geschreven heb tijdens mijn zwangerschap. De foto’s van na haar geboorte liggen in een showmapje op haar kamer, samen met de akte van haar geboorte en overlijden, ons trouwboekje met de namen van onze vijf kinderen en het afdrukje van haar voetjes.

Maar nu heb ik een echt baby-album. Ik wil beginnen met het inplakken van de bewijzen van hoe welkom ze was en geliefd, al voordat ze was geboren. Ik ben er blij mee en tegelijk vullen mijn ogen zich met tranen als ik er aan denk wat me te doen staat. Het zal moeilijk worden om deze dingen in te plakken.

De albums van mijn andere kinderen begon ik al voor hun geboorte met de woorden: ‘plakboek voor mijn eerste (2e/3e/4e) kindje’. En na de geboorte schreef ik dan zo mooi ik kon hun namen op met daarbij de woorden: ‘geboren op … om … uur’. Ik vond dat heel bijzonder om te doen. Een soort bevestiging van wat er was verrijkt in ons gezin en van hoe bijzonder dit kindje voor mij is.

Maar nu. ‘Plakboek voor mijn vijfde kindje, Susan Amanda Marsman, geboren op 22 maart 2017 om 23:09’? Dat gaat niet. Ik kan het niet voor haar doen. Ze zal er nooit in kijken, zoals haar broers en zussen steeds weer doen in hun eigen album. Ik kan de herinneringen niet meer voor haar opschrijven.
Toch wil ik een album vullen. Als herinnering aan haar korte bestaan. Als monument van mijn liefde voor haar. En als erkenning voor wie zij was en is. Manu Keirse zei in het programma ‘De Verwondering’ van afgelopen zondag (27 november 2017, kijktip!) over een andere moeder: ‘Ook al zijn haar twee kinderen overleden, toch blijft ze altijd de moeder van die twee kinderen.’ En zo zal dit roze foto-album het baby-album worden ter herinnering aan mijn vijfde kindje, Susan Amanda Marsman. Want dat is ze en zal ze altijd blijven. Ons vijfde kindje.

Allerzielen

For English click here
We kregen een uitnodiging door de brievenbus vorige week. Van de kerk bij ons in de buurt. Om een kaarsje te komen aansteken voor een dierbaar persoon. Mijn oudste gaf het aan me zonder iets te zeggen. Zou ze er graag heen willen? Ik lees het door en merk dat het me aanspreekt. En opnieuw trek ik mijn wenkbrauwen op en besef ik hoe ik ben veranderd. Ik begreep vroeger nooit waarom iemand een kaarsje zou willen aansteken voor iemand die overleden is. Wat heeft dat voor zin, je haalt de persoon er toch niet mee terug? Ik houd niet van rituelen en dat soort dingen. Maar nu merk ik dat ik erheen wil. Mijn man blijkt hetzelfde te hebben.

Samen rouwen is een crime. Ik heb de moed wat dat betreft allang opgegeven. Er is in ons gezin ruimte voor verdriet. Wie wil, mag het over Amanda hebben, of over de dood, of over een baby, maar als de een behoefte heeft om zijn verdriet ter tafel te brengen, heeft de ander dat juist even niet. We merken dat het heel lastig is om samen vorm te geven aan die lege plek, die we allemaal wel voelen. Ik wil niet negeren, maar ook niet pushen.

Ik vind in mijn eentje rouwen al lastig. Ik voel me al weken apathisch. Ik weet het gewoon niet meer, voel niet veel, denk niet veel. In mijn hoofd resoneert een zin die ik las in een artikel over de dood van een kind. ‘Gaat het een beetje?’ vroeg iemand. ‘Nee’, zei de vrouw van de schrijver, ‘hij is nog steeds dood’. Ze is nog steeds dood, besef ook ik en de onvermijdelijkheid en onontkoombaarheid ervan dringt steeds dieper tot mij door, maar ik kan er eigenlijk niet zoveel mee. Ik zou willen dat ik gewoon weer even kon huilen. Bijvoorbeeld omdat het gisteren een jaar geleden was dat ik een positieve zwangerschapstest in handen had. Maar vandaag lijkt het alsof het in een ander leven was, een andere persoon betrof. Ik denk alleen maar ‘ze is nog steeds dood’.

We voelen het wel allemaal. Ieder op een andere manier, maar het gemis is er en we moeten er allemaal onze weg in vinden. Ik merk dat ik echt dankbaar ben als ik eraan denk dat het nu goed met haar gaat, dat er voor haar gezorgd wordt, dat ze zelf waarschijnlijk niet terug zou willen naar ons. Maar ik merk ook dat er een gat is in mijn hart. Dat er liefde is die ik niet kwijt kan. Dat ik altijd een kind tekort kom.

En zoals ik met de andere kinderen ‘mamma – … – tijd’ heb waarin ik even één-op-één iets met ze doe, besef ik nu dat ik dat ook gewoon voor haar moet doen. Mamma-Amanda-tijd moet maken. En al kan ik dan niet haar de borst geven, haar even heel rustig in badje doen, of zoals met de andere kinderen later een gebakje gaan eten in de stad, een eind wandelen en een boom opzetten, of gewoon samen een puzzel maken, ik kan wel mijn aandacht even op haar alleen richten. Even met haar alleen bezig zijn.

En dat is denk ik waarom we vanavond die uitnodiging aannemen. Om als gezin even bij
haar stil te staan. Om samen te rouwen, hoe je dat ook doet.

Ploegen door de modder

For English click here

Ik loop langs het water over een glibberig, modderig pad. De wind waait wild en de wolken zijn grauw grijs. Er dreigt regen en alles bij elkaar is dit precies wat ik nodig heb. Koude wind, miezerige regen, klotsend water, modderig pad waarover ik voorzichtig moet lopen om niet uit te glijden. Zo voelt mijn leven ook.

Ik heb zojuist een kaartje in de brievenbus gedaan bij iemand die weet dat het einde nadert. Ik weet niet of die persoon er prijs op stelt, maar ik wil gewoon laten weten dat ik aan hen denk, voor ze bid. Ik weet niet eens of dat gezin God kent en gelooft.

Terwijl ik mijn wandeling maak, vraag ik me af waarom ik dat kaartje eigenlijk geschreven heb. Dat modderige, glibberige paadje is zoals mijn leven lijkt te zijn. En dat geldt niet alleen voor mij. Ook voor hen. Voor vele anderen en misschien ook wel voor jou.

Ik denk dat ik gewoon de hand wilde reiken. Om samen die paadjes te lopen. Zodat ik je hand kan grijpen als je dreigt weg te zinken in de modder of als je er bijna over uitglijdt. Zoals ik Goddank ook mensen heb die niet bang zijn om door die modder mee te glibberen en die me de hand reiken als ik gevallen ben of me heb laten meesleuren.

Iemand stuurde me een lange tekst over rouw. Eén van de dingen die me daarin trof was de opmerking dat het leven bestaat uit een lange serie verliezen. Het is eerder bijzonder als het leven kalm is dan dat het vol crises is.

Er stond ook in dat het goed is om verdriet onder ogen te komen en te laten zien, omdat we ook daarin uniek zijn. Ik vond dat wel apart. En ik vind het bevredigender dan het cliché ‘ieder rouwt op zn eigen manier, niets is goed of fout’, een zin die ik het afgelopen half jaar talloze keren gehoord heb. En waar ook wel waarheid in zit (hoewel ik niet weet hoe verlangen naar whiskey en sigaren echt goed te noemen is), maar het klinkt in mijn oren eigenlijk als: ‘het kan mij niet schelen hoe jij je verdriet beleeft’. Het geeft me een eenzaam gevoel.
Maar dat we ieder uniek zijn en ons verdriet dus allemaal uniek beleven, en ook daarin iets van Gods veelkleurigheid laten zien, dat geeft me een gevoel van ruimte voor verbondenheid. En vandaar dat ik nu hierin mijn verdriet wil laten zien.

Ik ploeg door de modder en kijk uit dat ik niet val, uitglijd of wegzink. Als jij dat ook aan het doen bent, weet dan dat je niet de enige bent en dat jouw verdriet gehoord en gezien mag worden.

Zegen dit zooitje

For English, click here

Vanmorgen keek ik een aflevering van ‘ik mis je’ en hoorde mensen praten over hoe belangrijk de overledene voor hen was en over hoe fijn het is om even over ze te praten en dat er iemand wil luisteren. Ik herken dat. En opnieuw ben ik ook verbaasd. Amanda heeft iets meer dan zes maanden geleefd en alleen binnenin mij. Toen ze geboren was, was ze al enkele dagen overleden.
Toch heeft ze zoveel teweeg gebracht. In mij, in ons huwelijk, in ons gezin, in onze omgeving, ons geloof, ons leven. Het leven is niet meer hetzelfde en zal ook niet meer hetzelfde worden.

Gisteren zong ik voor het eerst sinds Amanda werd geboren, weer vooraan in de kerk. Ik merkte dat ik sterker ben geworden, meer mezelf, krachtiger. En tegelijkertijd ook kwetsbaarder. Ik wist dat ik zomaar in huilen uit zou kunnen barsten maar degene met wie ik zong, wist dat ook en zou het overnemen als het nodig was.

De liederen zijn ook niet meer hetzelfde. Dat wil zeggen: ze voelen niet meer hetzelfde en betekenen niet hetzelfde als eerst. Zo zongen we het lied Oceans: ‘Spirit lead me where my trust is without borders, let me walk upon the waters, wherever you would call me.’

Nou, dat heeft Hij gedaan. Ik heb op water gelopen, so to speak. Ik heb grenzeloos vertrouwen nodig om uberhaupt te kunnen leven en blijven geloven en ik vind het nog best moeilijk om te zingen: wherever you would call me. Waar U me ook roept, door welke omstandigheden het leven ook leidt. Ik zal op U vertrouwen.

Toch is dat precies wat ik heb gedaan, geprobeerd te doen en ik zal het blijven proberen, mede door wat er in een van de coupletten staat: ‘You’ve never failed and You won’t start now.’ Ik heb het gisteren met luide stem gezongen en ik spreek het mezelf even zo hard toe als ik weer wanhoop aan de toekomst, of verbijsterd terugkijk naar de afgelopen maanden. U hebt mij nog nooit in de steek gelaten en U gaat dat ook nooit doen.

En dus zing ik. Niet omdat ik het allemaal op een rijtje heb en alles zo goed weet. Maar omdat ik geloof en omdat ik weet dat ik het hier op aarde nooit allemaal op een rijtje zal krijgen.

Mijn favoriete gebed de afgelopen jaren was: Lord, bless this mess. Omdat met al mijn kinderen en al die verschillende problemen om mij heen, controle houden onmogelijk bleek te zijn. En ik juist daardoor leerde dat het om te beginnen al niet de bedoeling was dat ik controle had, maar dat ik God de controle zou geven.

En nu mijn leven nog meer een zooitje is geworden door het verliezen van ons dochtertje, problemen die onverminderd aanwezig zijn gebleven, kinderen die opgroeien tot individuen met een eigen geluid en karakter, een lichaam dat nog altijd niet zo werkt als ik zou willen, blijft het mijn gebed dat God ons zooitje zegent. En houd ik me vast aan die zin: You’ve never failed and You won’t start now. 

https://youtu.be/FBJJJkiRukY