Je huilt nooit alleen

For English, click here

Je huilt nooit alleen. De woorden sloegen in als een bom. ‘Ons gebroken hart breekt altijd Gods hart in tweeën. Je huilt nooit alleen.’[i] Zoals vaker met de berichten en boeken van Ann Voskamp, weten haar woorden diep tot me door te dringen.

Ik worstel met dingen die gebeuren, keer op keer op keer op keer: ‘Ze zijn uit elkaar’. ‘Hij is opgenomen en het gaat niet beter’. ‘De kanker is terug’. En, nog niet zo lang geleden: ‘Het spijt me heel erg, maar uw kindje is overleden’.

Koud om mijn hart. Misselijk. Totale apathie strijdt met totale wanhoop en omdat ik niet kan kiezen, schiet ik in ‘freeze’ zoals mijn kinderen zeggen als ze teveel ijs hebben doorgeslikt. Hoe kom ik hieruit. Wat is de oplossing. Vertel me wat ik moet doen. Maar er is niets wat iemand of ikzelf kan doen. Het is te groot. Dus zit ik maar, voel me verslagen. Ik zoek naar woorden, een oplossing, een strategie om ermee om te gaan.

Vroeger, als ik weer eens geopereerd moest worden, deed ik alsof ik ergens anders was totdat het beter ging. Ik schoot in een stand van: ik ben er even niet, zeg het me als je klaar bent en ik weer ‘normaal’ kan doen. En op een bepaald moment was het weer voorbij. Daarna was je beter, of niet, werd je nog een keer geopereerd, maar er zat een zekere vooruitgang in. Dat werkt niet altijd. Een scheiding is definitief. De dood is definitief. Sommige ziektes gaan niet over en sommige situaties gaan niet voorbij.

En dan moet je accepteren, rouwen, een nieuwe weg vinden. Maar je huilt nooit alleen. ‘Wie kan weten waarom God toestaat dat je hart breekt, maar toch moet het antwoord belangrijk genoeg zijn omdat God zijn hart ook liet breken.’[ii] Het is niet te bevatten en ik snap het ook nu nog steeds niet. Mensen hebben het al vaak tegen me gezegd de afgelopen maanden: God huilt met je mee. Ik denk daar vaak aan, maar op dit moment kan ik er nog niet zoveel mee.

En toch geloof ik ergens wel dat het waar is. Ik snap niet wat er gebeurt. Dat mensen door zulke vreselijke verliezen, behandelingen of jarenlange trajecten moeten gaan. Dat wij ons kindje zijn verloren. Maar ik huil niet alleen. Een aparte vorm van troost. Je zou willen dat de situatie gewoon veranderde. Dat de relatie herstelt, de ziekte of gedragsstoornis verdwijnt, het kindje levend wordt. Maar dat gebeurt vaak niet.

Misschien kwam Hij niet om ons leven gemakkelijker te maken. Misschien kwam Hij om met ons mee te leven, het ons te helpen dragen. Hij heeft zelf ook oneindig geleden. God verloor Zijn eigen kind aan de dood. Hij begrijpt ons. Hij kent ons. Ergens staat er in de bijbel dat Hij onze tranen opvangt. Dat er geen enkele traan onopgemerkt blijft. Dat troost me wel echt, moet ik zeggen. En in dat opzicht is het al waar: je huilt dus nooit alleen.

[i] Ann Voskamp: Gebroken leven. Franeker, 2016, p. 52      [ii] Id.

20 weken

For English click here

20 weken geleden. We gingen met verontruste gedachten en gevoelens naar het ziekenhuis voor een controle-echo. We wisten dat de baby een groei-achterstand had en dat dat waarschijnlijk kwam door een niet goed werkende placenta. Ik was aspirine gaan slikken, ben heel rustig aan gaan doen en heb bewust genoten van elke beweging die ik voelde. Vrijdags had ik haar nog krachtig gevoeld, toen ik pianoles had.

Zaterdags hadden we een begrafenis. Een lieve vriend van vroeger was overleden en ik voelde me onbestemd. Ik kwam er andere oude vrienden tegen en vertelde vol trots dat ik zwanger was. Een vriendin zei nog: dood en nieuw leven. En zo voelde het ook. Ik was blij met nieuw leven in mij en zo verdrietig om de dood van deze lieve vader van jonge kinderen. En toch was ik er niet gerust op. Ik had de week ervoor een vreemde drang gekregen om alles klaar te maken. Ik had al prematuurkleertjes gekocht en gezorgd dat de wieg klaar stond en de bekleding weer tevoorschijn was gehaald.

En toen kwam die maandag, nu precies 20 weken geleden. Ik had bijna niet geslapen omdat ik zo zenuwachtig was. We hadden zoveel gebeden dat ze zou groeien, dat ze veilig kon blijven zitten in mijn buik tot ze groot genoeg was om geboren te worden. Mijn man was ook ontzettend nerveus. Ik voel me alsof ik een heel belangrijk examen moet doen, zei hij. Ik vond het fijn om er zo samen in te zitten, maar ik voelde me er ook nog nerveuzer door.

En toen de echo. Doodse stilte. Letterlijk. Schrik om mijn hart. Ongeloof en zeker weten tegelijk. Nee! God, nee! Heer, dit kan toch niet? En tegelijk weten dat het echt zo is. Heer, help, wat nu? Hoe vertel ik dit aan mijn kinderen? Kan ons huwelijk dit aan? We hebben al zo vreselijk veel meegemaakt en wonderlijk overwonnen. Zullen wij het redden? En hoe moet ik ooit bevallen van een dode baby? Wat staat ons allemaal te wachten?

En nu zijn we 20 weken verder. We moesten hier doorheen, of we nu wilden of niet. We maakten keuzes. We zouden de ander laten rouwen op hun manier, ruimte geven om te praten of te zwijgen, te huilen of juist niet. We zouden onszelf zijn en eerlijk zijn en nee, God voelde niet dichtbij. We hebben geen idee hoe dit kon gebeuren en weten niet precies hoe we verder moeten. Nog steeds reageren we soms op manieren die we niet kennen van onszelf of van de ander. Nog steeds worden we soms overspoeld door een golf van verdriet en zelden tegelijkertijd.

En toch, als ik nu terugkijk en zie hoe elke week anders was, andere gevoelens bij mij boven bracht en hoe ik worstelde met God en Zijn beloften die niet leken te gelden voor Amanda, toch kan ik nu zeggen dat Hij mij geen seconde alleen gelaten heeft. Ik voelde Hem niet. Mijn verdriet was te groot. Maar ik ging er niet aan onderdoor. Ik ben er nog. Ik loop nog, al val ik onderweg regelmatig. Ik stond weer op en besloot terug te denken aan de momenten dat ik het wél zeker wist. Ik heb steeds weer gebeden: God, laat me zien dat U er bent. U kent mij toch. U weet dat ik U wil vinden, maar het lukt me niet, ik vind de rust niet om gewoon te zitten en te wachten.

En Hij heeft het gedaan! Op talloze manieren. Door een appje van iemand, een kaart, een mailtje, een lied, een bijbeltekst, een gedachte, een herinnering, iets wat ik ergens ineens las of hoorde. Al die dingen samen geven me nu een besef dat ik niet allen gelaten ben. Hij heeft mij niet losgelaten. Ik hoorde vorige week een lied van de band Lev en nu kan ik het meezingen:

Als er niets meer klopt, klopt het hart van God. God die overwint, Hij is met ons. Dus laat de hoop niet los. Los van wat er komt, komt er redding, want God is met ons.

 

Eeuwig leven

For English click here

Vandaag was ik weer even bij het grafje van mijn dochtertje. Op de fiets naar de begraafplaats drong weer even die bizarre werkelijkheid tot mij door dat ze echt mijn kindje is, mijn baby. En dat ze daar ligt, onder de grond.

Van de week stuurde iemand me een foto van haar baby’tje, een leeftijdgenootje van mijn dochter. Ineens werd het verlies veel concreter. Eerst leefde ik naar de uitgerekende datum toe, de tijd waarin ze geboren had moeten worden. Nu weet ik niet waar ik naartoe moet leven; kan ik niet meer zeggen: als die datum nou maar voorbij is, dan…

Eerst was het het gemis van de baby in mijn buik, nu is het het gemis van de baby die in mijn armen had moeten liggen, in de armen van mijn man, mijn grotere kinderen. Bij haar opa’s en oma’s en tantes en ooms en neefjes en nichtjes.
Dit is een nieuwe soort pijn en ik weet er nog niet zo goed raad mee. Ook hier moet ik mijn weg in vinden, moet ik mee leren leven.

‘Begraafplaats sluit om 17:00’ staat er op het bord bij de ingang. Ik denk terug aan die keer dat ik naar haar grafje wilde en de begraafplaats dicht was en ik paniek voelde opkomen. Ik kan niet bij mijn dochter komen. Hoe bestaat het dat je niet bij je eigen kind mag zijn, dacht ik en terwijl ik terug naar huis fietste corrigeerde ik mijn gedachtegang. Het is alleen haar lichaam dat daar ligt. Amanda zelf is er niet meer. Niet meer hier.

Ik kniel neer bij het graf, haal onkruid weg, maak het weer netjes. Ik laat mijn tranen even de vrije loop en besef dat het inderdaad een nieuwe laag is. Op deze manier huilde ik nog niet eerder. Ik bid zachtjes tot mijn God. Help me alstublieft, help me dit verlies te dragen en er echt doorheen te gaan. En laat me zien dat er een eind komt aan dit diepe dal vol schaduw van de dood.

De zon breekt door en warmt mijn rug. Het voelt als een knipoog. En de woorden in mijn hoofd zijn die van een geliefd lied uit mijn jeugd dat ik toevallig van de week weer hoorde: ‘de dood is tenietgedaan, Jezus is opgestaan, Jezus, de leeuw van Juda overwon de dood.’
En ik herinner me de woorden die iemand mij vanmorgen appte: God is je Heer! Hij zal niet loslaten of toestaan dat je hier aan onderdoor gaat. Met Hem kom je er doorheen en je zult samen met Hem en Amanda eeuwig leven!!!!

Ik kan weer even verder