Aangetaste lichamelijke integriteit

‘Ik ben in mijn lichamelijke integriteit aangetast,’ zei hij nadat hij een maagonderzoek had gehad. Ik viel stil, wist niet wat ik hoorde. Ineens had ik woorden voor wat bij mij al jarenlang sluimerde. Woorden die ik afgelopen week opnieuw nodig had.

Weggewuifd

Weten artsen eigenlijk wel welke macht ze over hun patiënten hebben? Hoe machteloos je je kunt voelen als je overgeleverd bent aan een procedure, een ingreep, een operatie of welke naam je er ook aan geeft? En dat er verschil is tussen patiënten? In bouw, achtergrond, leeftijd en ervaring, maar ook in woordenschat, emotionele draagkracht en wie weet wat nog meer.

De verdoving zou werken, hij had een hele cocktail voorbereid. Mijn uitspraken over niet werkende verdovingen bij het hechten na bevallingen en bij tandartsbezoeken werden weggewuifd. Dat mijn aandoening vaak lelijke littekens oplevert als mijn huid beschadigd werd en ik een langere hersteltijd heb, kon wel wezen, maar met de dunste naald zou de schade minimaal zijn.

Uitgeschakeld

Hij kon niet voorzien dat hij twee keer moest prikken. Precies dat bleek niet verdoofd. Of verminderd verdoofd. Hij had meer nodig dan voorzien en zo bleek de voorbereiding toch onvoldoende en ging de ingreep minder vlekkeloos dan verwacht door hem en gehoopt door mij.

Ik liet het gebeuren. Kon weinig anders doen. Iemand die iets met jouw lichaam aan het doen is wat nauw luistert, kun je beter pas aanspreken nadat het gebeurd is. Maar dan is het al voorbij en ik was ook toen uitgeschakeld. In elk geval mijn stem.

Geschiedenis

We moesten een half uur naar de wachtkamer, maar ik bleef nog even zitten. Soms lukte het me rustig in- en uit te ademen. Soms pakte mijn Lief mijn handen even vast. Ik kon tranen laten komen, spanning laten gaan. Er kwam veel los.

Niet alles had met dat moment te maken. Als patiënt neem je een hele geschiedenis mee, een procedure staat zelden op zichzelf. Ze kregen het in de gaten, denk ik. Niemand stuurde ons weg, al moesten ze regelmatig iets uit die kamer hebben en liepen ze zonder pardon in en uit.

Flink zijn

Ik vond het wel prima, zolang ze maar niet vroegen hoe het met me ging. Ik zat in beleefmodus. Probeerde in het nu te blijven, niet te dissociëren zoals vroeger. Nog best een klus, want het betekende dat ik mezelf toe moest staan om te huilen, of te kokhalzen, of een paar handen om mijn handen nodig te hebben.

Om niet ‘flink’ te zijn.

Het is maar net hoe je het bekijkt. In de loop van de jaren leerde ik me uitspreken, me minder te schamen om te zeggen wat ik nodig heb en wat ik ergens van vind. En om iemand mee te vragen die mijn angsten en trauma’s kent en biddend aanwezig is.

Om kwetsbaar te zijn.

En eigenlijk vroeg dat meer flinkheid: tranen níet wegslikken, rillingen niet onderdrukken, golven van paniek toestaan. Omdat je inmiddels weet dat het voorbij gaat. En dat als je het niet doet, het later alsnog komt.

Dus kan je maar beter flink voelen en beleven. Niet doen alsof het niks is. Want al gaf je toestemming dat iemand in je lichaam iets deed, toch voelt het alsof die je lichamelijke integriteit overschreed.


Ontdek meer van Ineke

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie