Ik wil zien wat je zegt

Ze feliciteerde me met mijn verjaardag met een grappige foto van haarzelf. Zo leuk om haar te zien. Toen ik het even op me in liet werken, kreeg ik tranen in mijn ogen. Niet omdat zij op de foto stond, maar omdat ze een mondkapje draagt. En niet zo maar een mondkapje. Het heeft een venster en ik kan haar mond zien. Ze blijft zichtbaar. Ik voelde me zo dankbaar.

Er is iets met die mondkapjes. Ze geven me de kriebels en een wat angstig gevoel. Steeds als ik foto’s zie van mensen met die dingen op, of berichten lees dat ze hier misschien verplicht worden, voel ik lichte paniek en nu weet ik waarom.

Als jij een mondkapje draagt, raak ik nog meer geïsoleerd. Want als ik je mond niet zie, kan ik je niet goed verstaan. Ik moet kunnen zien wat je zegt want alleen horen is meestal niet genoeg.

Ik heb een onzichtbare handicap. Als je goed kijkt, kun je wel een hoortoestel zien zitten, maar verder merk je het niet aan mij. Het lukt me prima om te functioneren maar het gaat niet vanzelf. Ik heb zo mijn handigheidjes om mee te komen in de gewone horendenwereld en liplezen is daar de belangrijkste van. Precies dat maakt een mondkapje onmogelijk.

Dat mondkapjes een veilig gevoel geven en in een aantal situaties hoogstnoodzakelijk zijn, begrijp ik. Toch hoopte ik hevig dat ze verder niet gebruikt gingen worden in Nederland. Maar inmiddels worden ze in het openbaar vervoer verplicht en kom ik overal advertenties tegen die ze aanprijzen. We kunnen elkaar daardoor weer ontmoeten, maar ik voel me er juist geïsoleerder door.

Net als bij de tandarts. Hij draagt altijd zo’n ding en we kijken nooit erg naar elkaar uit, vermoed ik. Hij is sowieso wat moeilijk te verstaan, maar met een mondkapje kan ik niets maken van de geluidsstroom die mijn kant op komt. Ik heb mijn Lief vaak als vertaler mee genomen, maar dat kan niet altijd. Uiteindelijk vonden we een weg waarbij hij zijn kapje op en af doet: op als hij zijn taken uitvoert, af als hij iets vraagt of vertelt wat hij gaat doen. Ik ben blij met zijn begrip en manier van werken, al zal ik de volgende keer mijn Lief weer strikken, want het zal ook bij de tandarts nu wel anders gaan.

Maar het kan dus allebei. Een mondkapje opdoen én zichtbaar blijven. Ik ben hier zo blij mee en stel voor dat we allemaal voor dit model kiezen. Dus als je in het openbaar verstaanbaar wilt blijven, maar toch een mondkapje moet dragen, gebruik er dan een met een venster. Zodat ik (en vele andere onzichtbare doven en slechthorenden) kan zien wat je zegt.

anette

Mijn schoonzus Anette Polhuijs maakt en verkoopt de mondkapjes zelf. Voor meer info kun je haar mailen: Polhuisje72@gmail.com

Mother heart – een lied

Soms kun je beter iets bezingen dan beschrijven of uitleggen. Daarom vandaag een lied. Over moederharten en moederliefde.
(Vertaling van de tekst naar het Nederlands vind je onder de Engelse tekst)

This mother heart, created to cherish
To care and to comfort, those who are near her.
This mother heart, broken and fractured
In life’s circumstances, through loss and hurt

This mother love, strong as a lion
Fights like a tiger to shield what’s hers
This mother love, scattered, expanded
To lavish the ones that love her loved ones

Night and night, kneeling down
Bringing all before the Lord
Surrendering dreams and fears
Acknowledging He’s in control

This mother heart was never abandoned
But tender reflecting the love of God
This mother heart, damaged and injured
Pictures the hurt of God wanting us

This mother love, always renewing
Through all the serving deepened and sure
This mother love, painful and glorious
Mirrors the deepness of Gods love for us

Vertaling:
Dit moederhart, geschapen om degenen om haar heen te koesteren, te zorgen en te troosten.
Dit moederhart, gebroken en beschadigd in de omstandigheden van het leven, door verlies en pijn.

Die moederliefde, sterk als een leeuw, vecht als een tijger om wat van haar is te beschermen
Die moederliefde, verbrijzeld, uitgebreid naar degenen die haar geliefden lief hebben.

Nacht en nacht, neergeknield, alles bij de Heer gebracht
Dromen en angsten overgegeven,
erkend dat Hij de controle heeft

Dit moederhart was nooit verlaten maar weerspiegeld kwetsbaar de liefde van God
Dit moederhart, beschadigd en gewond laat de pijn van God die naar ons verlangt zien

Die moederliefde, die zich altijd vernieuwd door het dienen verdiept en zeker
Die moederliefde, pijnlijk en glorieus, weerspiegelt de diepte van Gods liefde voor ons.

Niet alleen maar rouwen

‘Het lijkt wel alsof sommige mensen denken dat ik alleen maar aan het rouwen ben’, verzuchtte ik een tijdje geleden. ‘Vind je het gek?’ antwoordde mijn Lief. ‘Dat is toch ook waar je over schrijft.’

Het ging al vaker door mijn hoofd. Ik schrijf wel over andere dingen dan verdriet, maar dat komt op puurvandaag.nl of op Facebook terecht. Als je mij niet regelmatig spreekt en alleen de blogs op mijn eigen website leest, zou je kunnen denken dat ik vooral veel in zak en as zit.

Laatst vroeg iemand me vrij direct of ik wel kon accepteren dat mijn kindje er niet meer is en me kon richten op het leven nu. Het verbaasde en kwetste me, want als ik íets doe, dan is het wel keer op keer kiezen voor wat er nu is. In mijn hoofd begon ik al een verwoede discussie, maar al snel schreef ik een lange mail over hoe je los kunt laten en toch nog regelmatig overvallen kunt worden door verdriet. Over dat ik met mijn blogs verbinding zoek, in openheid en kwetsbaarheid.

Inmiddels ben ik blij dat deze persoon de moeite nam om me te bevragen. Het is vast niet de enige die zich afvraagt of ik alleen maar aan het rouwen ben. Ik wil op mijn website al veel langer over andere dingen schrijven, maar deed het niet omdat ik mensen die net een kindje zijn verloren er niet mee wilde lastigvallen. Inmiddels heb ik een oplossing gevonden. In het menu van mijn website kun je voortaan onder de knop ‘Amanda’ al mijn blogs over mijn weg door het land van rouw lezen. In de mails staat er bij blogs over rouw: ‘categorie: Amanda’.

Ik ben dus niet alleen aan het rouwen. Wel ontdekte ik de afgelopen drie jaar hoe ingrijpend het is om een kind te verliezen. Het gaat dieper dan ik had verwacht. Sommige mensen zeiden: ‘Ze is bij God, jij hebt hier nog wat te doen, dus je moet verder’. Ik beaamde dat, maar het lukte me niet om me er zomaar overheen te zetten en daardoor voelde ik me maandenlang minderwaardig, ongelovig en slecht. Ik wist niet hoe ik erover moest praten en dus ging ik schrijven, op zoek naar woorden om uit te leggen hoe rouwen voelt. Op zoek naar (h)erkenning en verbinding, want wat is rouwen eenzaam en wat kan het verlichting geven als je weet dat anderen meeleven en dingen herkennen.

Een paar maanden later las ik een interview met een dominee die preekte over geloof als het moeilijk is, vervolgens zijn kind verloor en daarna bleef preken. In dat interview vertelt hij dat hij nog elke dag huilt om zijn kind. Ik was zo blij dat hij dat zei en kon het me zo goed voorstellen. ‘Zie je wel?!’ dacht ik, ‘het is dus niet raar of gek’. Geloven dat je kind in de hemel is, maakt het gemis niet minder. Het stelt wel je hart gerust: mijn kind is veilig. Maar er blijft nog steeds een lege plek hier waar je mee moet leren leven.

Ik huil niet meer elke dag om mijn dochter, maar het gemis duikt nog wel onverwachts op, slaat als een golf over me heen. Dan sta ik weer te proesten en naar lucht te happen en probeer ik opnieuw mijn evenwicht te vinden. Op die momenten heb ik ruimte nodig om bij te komen, te verwerken en te begrijpen wat er gebeurt. Ik doe dat schrijvend. Omdat, zoals Jonathan Franzen dat zo treffend zegt: ‘Schrijven is het ordenen van je gedachten. Al schrijvend ontdek je wat je daarvoor hooguit vermoedde.’ Schrijvend ontdek ik wat er bij me leeft. Door het te delen, erken ik het en de reacties helpen me te zien dat ik niet gek ben en ook niet de enige.

Ik kan niet stoppen met van Amanda te houden en ben ook niet gestopt haar moeder te zijn. Ik geef niet letterlijk een-vijfde van mijn aandacht aan haar, maar vind het wel fijn om te schrijven over wat zij met ons doet en op die manier ruimte te geven aan wat zo geniepig omhoog kruipt op momenten dat ik daar helemaal niet op zit te wachten. Het betekent echter niet dat ik alleen maar aan het rouwen ben. Daarom schrijf ik sinds vorige week ook over andere dingen dan verdriet. Ik hoop dat je me blijft volgen!

Boksbal

‘Stomme mamma’
‘Je begrijpt het niet!’
‘Ik kan het niet!’
‘Bemoei je er niet mee!’

Op mijn tenen loop ik langs pratende laptops
in de hoop dat niemand me iets vraagt.
Ik hoor gezucht, gemopper, gemamma en gedram
en probeer het te negeren.
Mijn steevaste antwoord: ‘ik wacht tot je me iets vriendelijk vraagt’
komt me veel te vaak uit mijn mond.
Als emoties hoog oplopen, wordt beleefdheid kennelijk tijdelijk uitgeschakeld.

Gisteren voelde ik me net een gepest schoolkind toen ik voor de zoveelste keer een woede-uitbarsting over me heen kreeg.
‘Het is niet persoonlijk’, fluister ik tegen mezelf.
Het is niet op mij, maar op het schoolwerk gericht, en op de verwachtingen die niet eenduidig, gestructureerd en logisch worden gecommuniceerd en op teveel verschillende manieren.

Ik ben noodgedwongen conciërge, docent/juf en surveillant geworden, maar blijf daarnaast ook grootste fan, coach en verzorger.

Ik voel me een boksbal. Want waar ga je heen als je kind bent en iets niet snapt? Waar ga je heen als iets moeilijk is? Als je boos bent? Teleurgesteld? Als je je onrechtvaardig behandeld voelt? Als je met je eigen falen wordt geconfronteerd? Als je bang bent?
Precies.
Naar mamma.

‘Ja schat, ik heb inderdaad Nederlands gestudeerd. Maar nee, ik snap die cito’s ook niet’. Ik ben goed in het opsporen van meerduidigheid en die bevindt zich hier voor mijn ogen. Ik snap je, mijn kind.

‘Nee, het boeit me niet, de scheikundige samenstelling’, al ben ik blij met je enthousiasme en ‘nee, ik weet ook niet waarom de kahootquiz niet werkt en het is echt rot dat je nu die toets niet kunt maken, zeg’.
‘Ik denk dat je die docent maar wéér moet mailen.’
‘Heb je geen studiewijzer?’ ‘Staat het niet op ELO?’ ‘Heb je al in je mailbox gekeken?’
‘O, je moest er een verslag van schrijven!’ ‘O, je moest het opnemen!’ ‘O lieverd. Ja, dan moet je nog een keer 10 kilometer fietsen’. Ook de gymdocent wil bewijs.

Ik wil zelf een boksbal hebben. En ik wil terug naar mijn vorige positie. Die van een kopje thee en een koekje. Van veilige basis zijn van waaruit ze de wereld in gaan, of aan hun huiswerk kunnen beginnen. Van de woonkamer voor mezelf en dan piano, gitaar en dwarsfluit spelen, liedjes maken, verhalen schrijven en studeren.

Ik ben toe aan vakantie. Mijn kinderen ook. En ik ben niet de enige, want gisteren schreef ik uit bijna-wanhoop op Facebook: ‘Ik ben geen stomme mamma. Ik ben hooguit een stomme juf. En toe aan vakantie. Of een studiedag. Nog vier dagen…’

Ik bleek niet de enige te zijn. Vandaar dit blogje, en zoals we hier altijd zeggen als we iets echt stom en vervelend vinden maar ook wel weten dat het niet het einde van de wereld is: ‘Ik verdien de zieligheidsbokaal’. Voor boksbal zijn.

Cirkelzaag en krentenbrood

‘Ik leg mijn cijferlijst naast de prachtige orchideeën.’ Ik probeer de krant te lezen, maar de tomtomcomputervrouwenstem uit de laptop naast me dicteert mijn kind de zin die het moet typen voor het afsluitende dictee van deze week. Mijn brein vliegt alle kanten op. Een zin eerder was ik ook al erg afgeleid. Toen ging het over een inbreker die zich niet richtte op de cirkelzaag maar op krentenbrood. Ik weet niet wie die zinnen bedenkt, maar ik nomineer ze hierbij als thema’s voor verhalenwedstrijden.

Ik hoor in de zinnen terug waar mijn kind de afgelopen week mee worstelde. ‘De acteur gaat naar een vakantie-eiland vlakbij Australië.’ Trema’s en tussenstreepjes. Even later vraagt mijn kind hoe je reünie schrijft. Ik zeg dat het dat de afgelopen week geoefend heeft en de regels toe moet passen. Dat was niet wat het wilde horen. Ik zie tot mijn schrik google geopend worden, het woord opgezocht en correct genoteerd. Nou ja, dat is ook een manier om te leren hoe je woorden schrijft. Of is het een manier om te leren frauderen?

Het is een interessant gebeuren, dit thuisonderwijs. Ik leer mijn kinderen beter kennen, hun zwakke en sterke kanten, hun frustraties en hun kleine pleziertjes en hun oneindige creativiteit. Nog steeds verlangt nog geen van hen naar school terug. Tenzij dat betekent dat de musical doorgaat.

Terug naar de orchideeën en cirkelzagen. Terwijl mijn kind aan de ene kant een heel tof opstel moest schrijven over het digitale schoolkamp (en verzon dat je dan allemaal tegelijk kunt bungeejumpen van de trap) en daarin creativiteit moet laten zien en een logisch opgebouwd verhaal moet kunnen opdissen, zijn de zinnen waaruit het dictee bestaat echt pure kolder, maar wel aanzet tot hilariteit. Ik kan het niet laten:

Ik leg mijn cijferlijst naast de orchideeën en sluip de lange wenteltrap op naar boven, op zoek naar mijn moeder. In het grote huis slingert van alles rond. Halverwege struikel ik bijna. Wat doet die cirkelzaag nu weer hier. Ik neem hem maar mee naar boven. Terwijl ik me afvraag hoe ik mijn moeder ga vertellen dat ik weer blijf zitten, verlang ik maar naar één ding. Krentenbrood.

De dood heeft niet het laatste woord

‘Ga nu maar’, zegt mijn Lief. ‘Eenvijfde van je aandacht is gewoon voor haar’. Een beetje verbaasd zoek ik m’n spullen bij elkaar om eindelijk weer eens naar het graf te fietsen. ‘Je moet ruimte blijven houden’, zei hij nog. Meestal zeg ik dat juist tegen hem. 

Dus daar fiets ik weer. Op weg naar mijn jongste dochter op Stille Zaterdag. Morgen is het Pasen. Ik denk terug aan de Paasdagen van de afgelopen drie jaar. In 2016 was ik op het dieptepunt van mijn burnout. Mijn zus had vreselijk nieuws gekregen, ik herstelde maar niet en één van onze kinderen had het vreselijk moeilijk. Die Paasmorgen schreeuwde ik het voor het eerst echt en letterlijk uit naar God.

Een jaar later had ik mijn baby’tje verloren en kon ik er niet over uit hoe diep verdriet gaat. ‘Het klampt om me heen als een ijzeren gevangenis’, las ik in mijn dagboek. Pasen dat vertelt van de opstanding van de doden kreeg een andere betekenis. Het jaar erna zong ik het lied waar ik gisteren over schreef. Ik begon te begrijpen wat hoop eigenlijk is. Pasen 2019 had ik net mijn boek af en zoveel geleerd in dat proces. Ik begon weer vertrouwen te krijgen in God en het leven. Ik zag steeds scherper dat Pasen hoop betekent op een toekomst. Hier op aarde of daar waar we na dit leven heengaan.

Morgen is het weer Pasen. Net als Maria toen, loop ik naar het graf van mijn zo gewenste en geliefde kind naar wie mijn hart nog steeds verlangt. Ik stel me voor hoe ze de tuinman aanklampt. Ze wil een lichaam verzorgen maar het lichaam is weg. Ze kan haar liefde en zorg en trouw niet tonen. Ik kan voelen hoe de paniek toe moet hebben geslagen. De ‘tuinman’ noemt haar naam, schokt Maria’s wereldbeeld:

De. Dood. Heeft. Niet. Het. Laatste. Woord. 

Is Jezus opgestaan? Ineens herinnert ze alles wat hij de afgelopen drie jaar duidelijk heeft willen maken. Ze rent terug naar de anderen en mag als eerste vertellen wat sindsdien al eeuwenlang herhaald en herontdekt wordt: de Heer is waarlijk opgestaan.

Ik wandel verder, het grafje ligt er mooi bij. Hier is de steen niet weggerold. De pijn van het gemis vlamt nog steeds regelmatig onverwacht genadeloos op. In quarantaine is het zoveel duidelijker dat we niet met z’n allen zijn. De meiden lakken hun nagels zonder drentelende peuter die ook haar teentjes zo felroze mogelijk wil. De jongens bouwen met lego of hout zonder dat iemand het omver dendert. Het is wel heel druk in huis. Dat is ook de reden waarom ruimte nemen zo moeilijk was. Ik drukte gevoelens van pijn en verdriet weer constant weg met somberheid en hoofdpijn als gevolg.

Mijn Lief heeft gelijk, eenvijfde aandacht en tijd is voor haar. Nou ja, in elk geval dit uurtje op deze zaterdag. Ik fiets weer terug, nieuw Pasen tegemoet. Ook dit graf blijft niet eeuwig gesloten. Er is hoop. Jezus laat zien dat de dood is overwonnen. Mijn kind is veilig al mis ik haar. De dood heeft niet het laatste woord.

Geef mij nu je angst

Geef mij nu je angst
Ik geef je er hoop voor terug
Geef mij nu de nacht
Ik geef je de morgen terug

Zo eindigde gisteren de tiende editie van The Passion op televisie. Honderden Nederlanders kwamen meezingend in beeld. Het was ontroerend en het was prachtig. Ik kreeg een brok in mijn keel. Wat is het bemoedigend als mensen elkaar een hart onder de riem willen steken. Elkaar willen helpen. Zoals Johny de Mol in zijn verslaglegging ook maar bleef herhalen.

Ik voelde ook verwarring en juist hopeloosheid. Kan jij het echt? Wilde ik vragen. Kan jij mijn angst overnemen en me er hoop voor teruggeven? Wat is hoop eigenlijk? En: hoe doe je dat: je angst weggeven?

Ik voel het ook. Ik verlang ernaar om angst weg te nemen. Elke dag loop ik een rondje door de polder en let er op dat ik afstand houd. Ik voel de angst van de mensen die ik tegenkom. Ze gaan nog even iets meer opzij als we elkaar passeren. Sommigen hebben mondkapjes voor. We zien elkaar als paria, leprozen die elkaar nauwelijks of juist overdreven begroeten. Ik zocht de eenzaamheid op in mijn wandeling, maar de eenzaamheid die dit wakker roept, is verstikkend en ik doe het enige wat ik kan bedenken: ik stamel goedendag en mompel een gebed. Zegen hem, Heer, zegen haar.

Ik geef je er hoop voor terug. Maar wat is hoop en hoe krijg je die? Twee jaar geleden worstelde ik wekenlang met die vraag. Ik vroeg mijn voorganger waarover ik een lied kon schrijven en hij wees me op de jaartekst van onze kerk. Romeinen 15:13: De God nu van de hoop moge u vervullen met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat u overvloedig bent in de hoop, door de kracht van de Heilige Geest.

‘De gemeente en iedereen heeft het nodig om over hoop te horen’, zei hij, ‘zeker in het licht van al het nieuws dat we horen over oorlogen en natuurrampen’. Dit was ruim voordat Corona kwam en vandaag besef ik dat het actueler is dan ooit. Hij legde uit dat hoop in het Grieks ‘elpidos’ is en ‘expectation of what is certain’ betekent. Dus geen hoop in de zin van: ‘ik hoop dat het morgen mooi weer is’. Want dat is niet zeker. De hoop waar Romeinen naar verwijst is zeker. Ik kon er niet veel mee. Ik voelde geen hoop en dacht niet hoopvol en een lied over hoop schrijven als je zelf helemaal geen hoop voelt, is echt moeilijk.

Ik besloot de Heilige Geest te vragen me te helpen, want Hij is de bron van hoop en kracht, zoveel begreep ik wel uit dit vers. Ik las Romeinen een aantal keer helemaal in alle vertalingen die ik kan vinden. Ik moest weten wat het betekent om dat wat zeker is te verwachten. Om te hopen. Ik las en bad of God me wil laten zien wat het betekent, wat er in het lied moet komen. Omdat ik authentiek wil zijn en geen lied wil schrijven dat misschien objectief juist en waar is, maar ik eigenlijk niet zelf vanuit mijn hart kan zingen, kwam ik in een moeilijke strijd terecht.

Romeinen heeft het over Abraham. Hij moest jaren wachten voordat de beloften van God vervuld werden. Hij bleef hopen. In de tekst wordt God zelf de God van hoop genoemd. Sterker nog. Hij ís hoop. Hij is zelf onze hoop. Het gaat er niet persé om dat we hopen dat al onze wensen worden vervuld. Het gaat er om dat we onze hoop vestigen op Hém, wat er ook gebeurt. 

‘Vertrouw je God nog?’ vroeg iemand ons toen Amanda overleden was. In de worsteling met deze vraag ontdekte ik dat het ook ging om deze vraag: Waarvóór vertrouw je God? Vertrouw je op Hem dat al jouw plannen tot stand komen, jouw wensen uitkomen, jouw interpretaties van wat God zegt, kloppen. Dan komt er altijd een moment waarop blijkt dat dat vertrouwen wankel is. 

Vertrouw je Hem zelf, Zijn karakter, Zijn hand in je leven, Zijn belofte dat Hij bij je is. Dan heb je toch vaste grond onder je voeten. Wat er ook gebeurt. Niemand rooft jou uit Zijn hand. 

Ik kwam erachter dat dat de hoop is die zeker is: Hij is met mij. Hij is met jou. Toen ik klaar was met studeren en interpreteren, schreef ik een lied dat verbazingwekkend hoopvol is en toch recht doet aan de wanhoop die toen nog steeds in mijn hart woedde en vandaag, twee jaar later als een antwoord voelt op de hartenkreet van zoveel mensen die eenzaam strijden met hun angst en hun verlangen naar dat het uitkomt: Ik geef je er hoop voor terug.

God of hope
Let the God of hope
Fill us with all joy
Fill us with all peace
As we trust in Him

So that we overflow, overflow in hope
By the power of the Holy Spirit
Fully persuaded that He’ll do as He promised
For He Himself is our hope

So that we can rejoice, can rejoice in trouble
By the power of the Holy Spirit
Fully aware that He’s there with us
For He Himself is our hope

https://www.youtube.com/watch?v=nSd4iAQYtlg