Ze staat erbij

‘Met een lach en een traan. Ze staat erbij.’ Dat mailt mijn Lief bij het doorgestuurde bericht dat hij van de gemeente kreeg.

Onze dochter staat in de basisregistratie personen. Ze is als bestaand persoon erkend, ons vijfde kind. Ze is nog even dood als eerst, maar nog altijd ons kind en nu staat dat ook zwart op wit. Ze is een dochter en een zus.

Erkenning. Wat is dat toch belangrijk. Ik weet niet precies waarom, behalve dat het belangrijk is en ervoor zorgt dat er ruimte komt, ook voor andere emoties dan verdriet. En in dit geval is erkenning fijn omdat het gewoon pijnlijk is als ze er niet bij staat als expliciet opgesomd wordt wie onze kinderen zijn.

Bepalen mijn kinderen mijn identiteit? Nee, ik geloof dat dat niet meer zo het geval is. Maar ze maken wel deel uit van wie ik ben. Dat heeft de pijn van het verlies van Amanda me wel duidelijk gemaakt. Die pijn gaat dieper dan ik dacht dat kon. Die pijn is regelmatig lijfelijk aanwezig.

Nog steeds kunnen we aan tafel gaan zitten om te eten en check ik of iedereen er is en vlamt ineens heftige paniek op. Er klopt iets niet. Ik maan mezelf tot kalmte, tel rustig opnieuw en realiseer me dat ik haar wéér heb meegeteld terwijl ze er inmiddels langer niet dan wel is. Wat is dat toch apart. Mijn lijf weet beter wie bij me hoort dan m’n verstand.

Ze hoort er dus bij, is deel van mij. Ze is mijn dochter en nu staat ze er dan eindelijk bij in onze kinderrij. Wat een heerlijk en verdrietig gevoel geeft dat.

Met een lach en een traan. Ze staat erbij.

Afscheid van de basisschool

Gisteravond droeg ik mijn armband niet. Bewust niet. Ik vergeet hem ook wel eens om te doen. Maar gisteravond niet want mijn derde kind, mijn tweede dochter, had haar afscheidsavond op de basisschool. Ook dit kind van mij gaat straks naar de middelbare school.

Ik had die dag de slaapkamer uitgemest van een van de andere kinderen. Alle oude meuk van afgelopen schooljaar smeet dit kind vol vreugde in de oud-papier-bak. Bij dit alles kwam wat stof vrij. We wilden allebei graag douchen. Toen ik dat deed en me opmaakte voor de feestelijke avond, bedacht ik me dat het vanavond alleen om deze dochter moest gaan.

Ik zou andere ouders ontmoeten. Ik zou het hebben over hoe goed deze schat het had gedaan op school en in de musical. Hoe ze toe is aan een nieuwe stap en al heerlijk begint te puberen. Ik zou haar trotse moeder zijn en op dat moment even alleen háár trotse moeder.

Ineens begreep ik wat een vrouw mij een half jaar na Amanda’s dood probeerde uit te leggen. Ze zei: ‘Verdriet is als…’ ze keek even om zich heen en pakte toen een vierkant viltje van de tafel: ‘Als dit viltje. Als je het heel dicht voor je ogen houdt, zie je niets anders dan dat viltje. Maar als je het verder van je af houdt, dan zie je ook wat er zich omheen bevindt. Het viltje (je verdriet) is nog steeds in het zicht, maar je ziet nu ook andere dingen.’ Ze zat tegenover mij met uitgestrekte arm en het viltje in haar hand. Ik kon goed zien wat ze bedoelde.

Ze vertelde verder: ‘Op een gegeven moment kun je het viltje ook eens naast je neer leggen. Of, als je ergens heen gaat, dan berg je het op in je zak. Dan draag je het wel bij je, misschien wel heel dicht bij je hart, maar niemand ziet het. Alleen jij weet dat het er is.’ Ik kon haar volgen, maar op dat moment was verdriet nog zó ‘in your face’, nou ja, ‘mijn face’ dus, dat ik me niet voor kon stellen dat ik in staat zou kunnen zijn om het naast me neer te leggen.

Dus droeg ik het zichtbaar bij me. In de vorm van een armband met haar naam. Mijn andere kinderen zie je in en uit mijn huis lopen, zie je met me mee lopen naar de bieb of meefietsen naar de kerk. Maar mijn overleden kindje is alleen zichtbaar in die armband. Soms lokt die armband een gesprekje uit over mijn derde dochter en dat vind ik vaak prettig. Ik zou ook over haar praten als ze nog geleefd had, want ze zou net twee zijn geweest en meestal met me mee zijn gegaan waar ik heen ging.

Maar gisteravond niet. Gisteravond liet ik al mijn kinderen – op één na – achter. Ik wilde dat het alleen ging om mijn derde, mijn grote kleine meisje, die afscheid nam en samen met haar ouders was uitgenodigd voor een laatste speech, een heus afscheid.

Dus zocht ik die avond andere sieraden uit en wandelde met mijn Lief, met tussen ons in onze uitgelaten bijna-brugklasser, naar de basisschool om haar groei en ontwikkeling te vieren.

Alle andere kinderen bleven achter, ook mijn vijfde. Daarom droeg ik die armband niet.

Zwijgen

Het is vandaag 8 juli. Twee jaar geleden was ik uitgerekend en liep ik op deze dag naar het grafje om er iets neer te leggen bij wijze van verjaardagscadeau. Vorig jaar en vandaag deed ik dat weer. Vandaag voelt het anders dan de vorige twee keer, hoewel ik wel mijn tranen moest bedwingen toen ik de lelies afrekende bij de bloemist en me te fleurig voelde toen ik in mijn bontgekleurde jas over de begraafplaats banjerde.

Misschien heb ik toch al wat leren leven met het gemis van onze jongste. Mijn hart voelt wel nog wat zwaar. Eigenlijk al sinds 17 juni, de dag waarvan ik bad dat het haar geboortedatum zou zijn, omdat ik dan precies 37 weken zwanger zou zijn geweest. Ik blijf het vreemd vinden hoe mijn geheugen werkt. Het is niet de datum an sich, maar het is de geur, de temperatuur en de kleuren om me heen, die me herinneren aan deze periode twee jaar geleden, toen ik zo kwetsbaar rondliep, verdwaasd zoekend naar het kind dat hier niet meer is.

Ik wist niet dat het verlies van een kind zó ingrijpend was. Dat de pijn zo diep gaat dat eigenlijk niets meer hetzelfde is. In mijn perceptie tenminste, want uiterlijk is het meeste hetzelfde gebleven. Ik leef in hetzelfde huis, in dezelfde buurt, heb dezelfde familie, maar ik beleef het anders. Dat verbaast me nog regelmatig. Ik kan echt niet terug naar wie ik vroeger was. Er is een leven voor en een leven na Amanda.

De laatste tijd merk ik dat er ook in mijn houding ten opzichte van andere mensen dingen zijn verschoven. Het maakt uit of Amanda genoemd mag worden of niet. Voor mensen die haar nog doder zwijgen dan ze al is, kost ruimte maken in mijn hart heel veel moeite.

Ik hoorde van andere rouwenden dat zij sommige relaties op den duur verbraken. Toen ik dat hoorde, besloot ik dat ik dat wilde voorkomen. Ik wilde me open blijven stellen. Maar nu, meer dan twee jaar later, merk ik soms dat de rek eruit is en ik mijn hart vaker afsluit voor anderen. Dat vind ik moeilijk, het geeft nieuw verdriet.

Ik wilde er altijd voor iedereen zijn, hoe zij zich ook ten opzichte van mij gedragen. Dat lukte me door Gods genade ook heel vaak. Maar nu kan ik het soms niet meer opbrengen. Als ik haar moet verzwijgen, die zo reëel voor me is alsof ze hier nu haar tweede verjaardag zou vieren met feestmuts en taart, waarom zou ik dan naar hun verhaal luisteren?

Opnieuw heb ik genade nodig. Meer genade, meer begrip, meer ruimte in mijn hart. Want ik geloof toch dat we anderen moeten behandelen zoals we zelf behandeld willen worden. Niet zoals we zelf behandeld worden. Dat is een wezenlijk verschil, merk ik nu opnieuw en je kunt nooit weten waaróm mensen doen zoals ze doen. Vaak zit er een goede bedoeling achter, al kunnen goede bedoelingen dus ook goed pijn doen.

Dus ik buig opnieuw mijn hoofd, stort mijn verdriet en boosheid uit bij de God die het allang weet, om meer genade te ontvangen en meer liefde om er opnieuw te zijn voor die ander, hoe hij of zij ook met mij omgaat. En vervolgens ga ik opnieuw naar het graf van mijn dochter, die twee jaar had moeten worden als alles was gegaan zoals het hoort, zette een nieuw vlindertje neer en een verse bos lelies. Gefeliciteerd lieve kleine dochter van mij. En: doet U haar de groeten, Heer.

Opnieuw vraag ik me af waar de grens is tussen verdriet en zelfmedelijden. Of moet je misschien eerst door zelfmedelijden heen voordat je bij het verdriet kunt komen? Verzwijgen heeft in elk geval geen zin, want dat verstikt nog meer. Dus hier ben ik dan weer, broken but real en bereid om weer die weg te gaan om anderen met genade en woorden tegemoet te treden. Zelfs al zwijgen zij over mijn geliefde kindje, die uiterlijk vandaag twee jaar had moeten worden.

 

Vergelijken

‘Ben je liever doof of liever blind?’ Ik weet niet hoe vaak die vraag me gesteld is, maar vooral toen ik klein was, vroegen kinderen me dat heel erg vaak. Ik stamelde dat blind zijn waarschijnlijk erger was, gewend als ik was aan mijn niet goed horende oren. Toch is slechthorendheid een rothandicap, ik kan niet anders zeggen. En ik denk dat een blinde niet graag doof zal zijn en tegelijk zou willen dat hij kon zien.

Vergelijken. Wat zit dat diep ingebakken. Sommigen zeiden tegen mij dat het maar goed is dat mijn dochter al zo vroeg was overleden, dat ik de kans niet had mijn dochter te leren kennen en me meer aan haar te hechten.

Een van mijn kinderen huilt soms omdat klasgenoten zeggen dat het niet erg is dat Zusje stierf, want ze was toch nog niet geboren. Maar voor mijn kind is Zusje gewoon Amanda en het verdriet haar niet te kennen, niet te weten hoe ze nu zou zijn, haar niet te leren koprollen, haar haartjes niet te kunnen doen, haar niet op sleeptouw te kunnen nemen, dat verdriet is gewoon verdriet. 

Ik worstel soms met lelijke jaloezie als een andere rouwende moeder vertelt dat haar kind nog een paar uur of een paar weken of zelfs jaren heeft geleefd. Maar natuurlijk is haar verdriet niet minder groot omdat zij wel herinneringen heeft die ze kan koesteren, haar liefde wel een tijdlang kwijt kon. Net zo min als mijn verdriet minder groot is omdat ik dat nu juist ontbeer. 

Verdriet is gewoon verdriet. Ieder van ons moet met het verdriet wat we hebben leren leven. 

Vergelijken is killing. Het isoleert jou van mij, terwijl als jouw verdriet er mag zijn en dat van mij ook, verbondenheid kan ontstaan. Als gedeelde smart misschien halve smart is, is ongedeelde smart dan dubbele smart?

Verdriet erkennen voor wat het is, zonder vergelijking of oordeel, is ongelofelijk belangrijk en kan zelfs helend zijn. Want als verdriet er mag zijn en erkend wordt voor wat het is: verdriet, dan komt er ook ruimte voor andere gevoelens. Als je verdriet moet wegduwen, moeten alle emoties worden weggeduwd en kan ook compassie of medeleven er maar moeilijk zijn.

Dus, ik stop ermee om jouw verdriet met dat van mij te vergelijken. Ik wil naar je luisteren en de overeenkomsten en verschillen accepteren. Want jouw verdriet bestaat. Net als mijn verdriet. Het valt niet tegen elkaar weg te strepen. Het is niet te vergelijken, maar het bestaat wel degelijk.

Bereaved Mothers’ day

Volgende week is het weer moederdag. Een dag waarop veel moeders even het stralende middelpunt zijn en ontbijt en zelfgemaakte cadeautjes krijgen. Een dag waarop de pijn van de kinderen die er niet meer zijn of die er nooit zijn gekomen, ook scherp naar voren komt.

Ik vind Moederdag best ingewikkeld. Ik ben heel erg blij met de kinderen die in mijn huis opgroeien. Ik geniet ervan ze te koesteren, onderwijzen, coachen, verzorgen, plezier met ze te maken en te zien hoe ze langzaam maar zeker zelfstandige mensen worden met een eigen identiteit. Het ontroert me en maakt me nederig: ‘Wow, is dit werkelijk míjn kind?’

Maar juist door stil te staan bij mijn moederschap, vlamt automatisch het gemis op van het kind dat er niet meer is. Het kind voor wie ik niets meer kan doen en dat ik niet zie opgroeien tot een autonoom persoon. Dat is echt vervelend. Vooral op Moederdag, als je levende kinderen zo hun best voor je doen. Dan wil ik me eigenlijk niet bezighouden met mijn overleden kind, maar gewoon genieten van zij die hier zijn. Het voelt alsof ik mijn levende kinderen onrecht aan doe om juist op zo’n dag aan Amanda te denken. Dus doe ik erg mijn best om me vooral op de levenden te richten.

Je kunt natuurlijk niet helemaal voorkomen dat heftig verdriet ineens de kop op steekt. Maar misschien helpt het wel om er op een ander moment ruimte aan te geven. Dat las ik vanmorgen toen ik het gevoel had dat ik iets moest schrijven over vandaag. Vandaag is het namelijk International bereaved mothers’ day. Deze dag er is om speciaal bij je overleden kinderen stil te staan, bij je miskramen, of bij je verdriet dat je, ondanks dat je er zo ontzettend voor gebeden en op gehoopt hebt, nooit moeder bent geworden.

Bereaved mother’s day is Moederdag voor hen die hun kinderen zijn verloren en voor hen die geen kinderen kregen terwijl ze er wanhopig naar verlangden. Een dag om bij je overleden kindje stil te staan, bij de miskramen die je had, bij je ongewenste kinderloosheid. Een dag om een bereaved mother een hart onder de riem te steken en nog eens extra duidelijk te maken dat ook zij kostbaar is en geliefd.

Iemand schreef over vandaag iets met de volgende strekking: ‘Als we vandaag stilstaan bij wat we verloren hebben, kunnen we volgende week op Moederdag oprecht blij zijn met wat we wel hebben’. Ik weet niet of dat echt zo werkt. Vorig jaar schreef ik over Moederdag dat ik evenveel moeder ben van mijn levende kinderen als van mijn overleden kindje. Mijn hart maakt geen onderscheid.

Toch ga ik het proberen. We hadden toevallig al afgesproken om vanmiddag even naar het graf te gaan om de nieuwe plank neer te leggen. De oude is onleesbaar geworden, de grafsteen moet nog steeds besteld, en tijdens onze vakantie afgelopen week was er een mogelijkheid om hout te branden en hebben mijn Lief en ik samen een nieuwe plank gemaakt. Komt dat even goed uit.

Vandaag probeer ik stil te staan bij mijn moederschap van Amanda en bij de miskraam die ik had en vandaag bid ik voor de vrouwen die ik ken die geen kinderen konden krijgen, die miskramen hadden, of die net als ik een kind kregen dat overleed. Hoe zeg je dat? ‘Happy bereaved mothers’ day?’ Laat ik het zo zeggen:

Lieve vrouw. Je bent geliefd, gezien en kostbaar en ook jouw verdriet is kostbaar. Sta er vandaag nog eens bij stil als je de kans hebt. Het mag er zijn. Juist vandaag.

plank Amanda

Aanwezig in afwezigheid

Ik wil een boek schrijven. Ter voorbereiding haalde ik stapels boeken uit de bieb over rouwen en de dood. Geen gezellig onderwerp en erover lezen doet me veel. Zo word ik er onder andere heel kwaad van. Maar ik weet nog niet precies waarom. Ben ik kwaad op de dood? Op hoe mensen reageren? Op het feit dat mijn kinderen hiermee moeten leven terwijl ik ze zo graag alle leed bespaar? Op mijn lege armen en lege buik? Op God?

Het speelt allemaal een rol, denk ik. Het lezen van deze boeken haalt heel wat naar boven. Dus waarom doe ik het eigenlijk? Nou, ik word er niet alleen boos om, ik kom er ook achter waar ik het zelf over wil hebben en ik vind herkenning. Het is erg prettig om dingen te lezen die woorden geven aan wat er sluimert onder de oppervlakte. Zoals het gevoel dat Amanda er is in afwezigheid.

Marinus van de Berg gebruikt in zijn boek: Verdriet dat niet verdwijnt de term ‘levenslooplang’. Hij zegt: “Ik wil ermee aangeven dat je de dood van een kind – of van kinderen – de rest van je leven met je meedraagt als een niet te vergeten gebeurtenis. Philip Freriks heeft in zijn boek Jantje geschreven over zijn broer die aan het eind van de oorlog werd doodgeschoten. Wie zoals hij heel jong een broer heeft verloren, heeft bij het ouder-worden steeds meer momenten waarop die broer er had kunnen zijn, maar er niet is. Hij is er in de afwezigheid: levenslooplang. Dat beïnvloedt je leven meer dan je denkt.”

Ik schold inwendig toen ik dit las. Dit is wat ik zie bij mijn levende kinderen. De dood van hun zusje beïnvloedt hen meer dan ik denk en vooral: dan hun omgeving denkt. In elke ontwikkelingsfase duiken nieuwe gedachten, vragen en emoties op. Moeten ze als het ware opnieuw leren leven met het gemis. Ze zijn er niet voortdurend mee bezig, maar het maakt wel deel uit van hun leven en hun ontwikkeling. Dat komt op sommige momenten indringend naar voren en ik vind het moeilijk om mijn kind zo te zien, zeker omdat het iets is waar ik helemaal niets aan kan veranderen.

Een van de eerste dingen die ik dacht toen we erachter kwamen dat onze dochter was overleden, was: ‘Hoe vertel ik het mijn kinderen?’ ‘Hoe moeten zij daar mee leven?!’ Woest was ik. Dat ik zoiets mee moest maken was nog tot daar aan toe. Maar mijn kinderen? Nee! Ik wil mijn kinderen koste wat kost beschermen tegen leed, verdriet, ellende. En dat kon ik dus niet. Het was niet terug te draaien. Nog steeds kan ik er niets aan veranderen. Ze moeten er mee leren leven dat hun zusje er is in haar afwezigheid.

Hoe ik ze kan helpen om dat te doen, daar hoop ik wijzer in te worden en dus ben ik blij dat er boeken over geschreven zijn. Naarmate mijn kinderen ouder worden, realiseren ze zich steeds meer wat ze missen. Ze vragen zich af hoe het zou zijn geweest met haar erbij. Dus ook al is Amanda er niet, toch is ze er op een bepaalde manier. Het is fijn om dat nu te kunnen benoemen: zij is er in haar afwezigheid.

Wandelen

wandelen

Een flinke wandeling herinnert me eraan: periodes in mijn leven komen en gaan. Zoals ik de ene voet voor de andere zet en gestaag doorwandel totdat ik vermoeid weer thuis ben, zo gaat in het leven ook de ene periode over in de andere. Of, zoals een oudere moeder tegen me zei toen ik met vier kleine, zeer levendige, kinderen thuis was en me overweldigd voelde: ‘this too shall pass’.

Ik wandelde net voor de zoveelste keer ‘m’n wandelingetje’. Vrijwel dagelijks loop ik een rondje door de polder bij mij in de buurt. Vaak een halfuurwandeling over asfalt langs het water, maar als ik meer tijd en energie heb, neem ik een langere route, over de zandpaadjes.

Dat doe ik vandaag. Door de zon is de meeste modder opgedroogd en vandaag heb ik eigenlijk alleen maar ruimte in mijn hoofd om te overdenken wat er de afgelopen weken allemaal is gebeurd. Ik besluit er de tijd voor te nemen. Ik wandel en laat mijn gedachten gaan. Opnieuw leren mijn vermoeide voeten mij dat ook deze huildag weer voorbij gaat. Zoals mijn benen meters maken over modderige stukjes, oneffen paden, plotselinge windvlagen of onverwachte warmte, zo gaat ook mijn leven door. Adem in, adem uit. Van de ene situatie in de andere en overal komt een einde aan. Net als aan mijn wandeling.

In de bijbel wordt het leven vaak vergeleken met een weg die je afloopt. Toen onze dochter overleden bleek te zijn en ik van haar moest gaan bevallen, zei iemand ons, op basis van Psalm 23: ‘Je moet wandelen door het dal. Je moet er niet in gaan zitten. Je moet er niet door heen hollen. Je moet erdoorheen lopen.’ Op de een of andere manier gaf dat een handvat voor waarin we ons bevonden. Het dal van de schaduw van de dood. Nou ja, schaduw van de dood… Het is maar hoe je het bekijkt. Onze dochter was werkelijk dood. Wij niet. Wij kwamen dus eigenlijk in de schaduw van háár dood, niet die van onszelf, te wandelen. Dat dat een dal was, was duidelijk en dat er een einde aan zou komen, leek toen volkomen logisch, maar na verloop van maanden niet meer. Toen voelde het alsof er nooit een einde aan kwam.

Maar zoals aan elke wandeling een einde komt, komt aan het leven een einde en ook aan seizoenen en periodes in ons leven. In de vele rouwboeken en -artikelen die ik las, trof één zin me bijzonder hard: ‘ons leven is een aaneenschakeling van verliezen’. Wat is dat waar en dat gaat niet alleen over de dood of over uitsluitend verdrietige dingen. Verlies is iets waar iedereen mee moet leren leven.

Deze wandeling herinnert me daaraan. 22 maart was het twee jaar geleden dat Amanda geboren werd. 20 maart bleek ze overleden te zijn en 27 maart hebben we haar begraven. Deze dagen vielen tussen allerlei dagelijkse beslommeringen en speciale gebeurtenissen zoals een vrijgezellenfeest, een promotiefilmpje maken voor mijn boek, mijn lief die een paar dagen van huis was. Eigenlijk heb ik maar weinig tijd gehad om echt bij haar stil te staan, al hadden we op haar sterf- en geboortedag vrij genomen.

We hebben – jawel – gewandeld op haar sterfdag. Lang en flink. Op haar geboortedag gingen we naar de begraafplaats. ’s Ochtends samen, om opnieuw over een grafsteen na te denken en haar grafje netjes te maken. ’s Middags met de kinderen. Kaarsje met een ‘2’ aangestoken, sterretjes gebrand, mijn lief gaf een kleine speech. Huilen, elkaar omarmen, omgaan met de verschillende reacties van verschillende kinderen die nu eenmaal de dingen elk op hun eigen jongens- dan wel meisjesachtige manier beleven in hun eigen ontwikkelingsfase. Het was uitputtend en mooi.

Daarna gingen we uit eten. Net als vorig jaar. Hiep hoi. Lekker uit eten, want onze dochter is twee jaar geworden. Ik bedoel: Onze dochter had twee jaar moeten worden. O nee, als ze op tijd geboren was, was ze nu nog geen twee geweest. Het moet zijn: onze dochter werd twee jaar geleden levenloos geboren en ondanks ons verdriet zijn we toch blij dat ze deel uitmaakt van ons gezin en daarom doen we vandaag haar bestaan eer aan door met elkaar haar korte leven een soort van te vieren.

Het was ook dit jaar moeilijk en vreemd om de geboortedag te vieren van iemand die er niet meer is, die we zelfs niet echt hebben kunnen leren kennen. Maar het was toch anders dan vorig jaar. Rouw was weer even rauw, maar toch niet zo rauw als vorig jaar. Al kan rouw me soms nog steeds rauw op mijn dak vallen, de periodes ertussen worden langer.

Misschien ben ik niet echt uit het dal, toch ben ik door dat dal aan het lopen en leer mijn verdriet figuurlijk uit te wandelen. Al zal het misschien wel nooit totaal verdwijnen, het raakt wel meer verweven met wie ik ben en er zijn periodes, tijden, momenten. Net zoals in mijn fysieke wandeling het pad me langs modder en rotzooi en moeiten brengt, maar ook langs prachtige uitzichten, zachte briesjes, momenten van besef dat ik het niet alleen hoef te doen en dat er een einde aan komt. Ik denk dat ik morgen maar weer ga wandelen.

sterretjes twee jaar

grafje