Gedichten

24 juni 2017 · toen ik 38 weken zwanger had moeten zijn. (English)

Ik wandel stevig, almaar door.
Doorgaan, doorgaan, net als in het echte leven.
Geen keus, hoe verward of bedroefd ook,
het leven dendert verder.

Kun je het aan mij zien?
Dat mijn hart verscheurd en verward is?
Is mijn gezicht grauw van verdriet, zijn mijn ogen donker?
Is aan de buitenkant waarneembaar dat vanbinnen niets meer klopt,
er geen steen op de andere is blijven liggen?

Ik wandel stevig verder, honden en mensen voorbij.
Ik durf ze niet aan te kijken, want dan stromen de tranen weer.
Gaat dit ooit over? Houdt dit ooit op? Dat alles mij herinnert aan mijn dochter,
dat ik haar zo vreselijk mis?

Steeds weer die beelden die in mijn hoofd opkomen, uit het niets.
De doodstille echo, afschuwelijk onthullend onheil.
Haar prachtige lijfje, pasgeboren lief levenloos opgekruld klein mensje.
Haar oogjes die niet zien, haar handjes die niet grijpen, haar mondje dat niet zoekt.
Het dichte mandje bedekt met rozenblaadjes
om lieflijk te laten lijken wat afschuwelijk is.
Of om lief toe te dekken wat zo kostbaar is.

Ik wandel verder, wil die chaos uit mijn kop, orde in mijn denken krijgen.
Ik zoek God in dit alles en weet dat Hij er is, maar wil er niet bij stilstaan.
Ik wandel liever, ren, strompel.
Als ik maar blijf bewegen, kan ik niet vallen.
Stilstaan is achteruitgang toch? Of klopt dat niet.

Als ik rust in mijn gedachten en vrede in mijn hart wil,
moet ik stil zijn en wachten. Iets in mij weet dat wel.
Maar als ik het nu niet kán,
als ik nu eenmaal alleen maar kan rennen?
Kan ik vertrouwen dat Hij mij tegemoet rent als ik schreeuw om hulp,
om Hem?

Ik wandel door, iets rustiger geworden.
Wil nog steeds haar naam in mijn lichaam graveren,
aan iedereen vertellen hoe prachtig ze was en hoe erg ik haar mis.
Maar het is niet uit te leggen, de precieze woorden vind ik niet.
Ik kan alleen maar blijven beamen wat we steeds opnieuw weer luisterden.
We are not alone, we are not alone, God is with us.

9 september 2017. (English)
Mijn kind, ik mis je zo.
Je zou twee maanden zijn geweest gisteren.
Ik zou je net hebben gevoed, boertje laten, knuffelen.
Je zou naar me hebben gelachen en gekraaid naar pappa die met je stoeit.
Ik zou je mee hebben genomen naar het feest.
Je zou mee op de foto.
Maar je was er niet.
Je naam werd niet genoemd.
Ik moest met mn incomplete gezin op de foto.
Met dat hartverscheurende gevoel dat het nooit meer hetzelfde zal zijn.
Je nooit met zn allen op de foto komt.
Niet hier.
Ik weet niet hoe ik verder moet zonder jou.
Maar ik weet dat ik wel zal moeten.
Ik mis je zo, mijn kind.

30 november 2017. Ik maakte een Baby-album en schreef er het volgende gedichtje bij:

Al hebben je voetjes niet gelopen
zelfs niet bewogen
toen je kwam.

Toch ben je onze wereld in geslopen
hebt ons bewogen
zette ons in vlam.

Je hebt een afdruk nagelaten
een spoor dat onuitwisbaar is
Ik kan er uren over praten,
zo groot is ons geluk en ons gemis.

Ons geluk, want je was welkom, prachtig en perfect.
We hebben zo vaak zitten danken voor je, jij was een geschenk.
En ons gemis, want wat hadden we je graag hier op zien groeien
Je zien spelen en je met de andere kinderen zien stoeien.

Jou toevertrouwen aan de aarde waaruit God je had gevormd was het moeilijkste wat er is.
Maar hoe klein je ook was, jouw kwetsbaar bestaan was tegelijk jouw krachtige getuigenis.
Je bewees het bestaan van een Schepper.
Zo wonderlijk mooi werd je gevormd in mijn schoot.
Je bewees het bestaan van Liefde.
Zo diep is onze trots en onze rouw sinds jouw dood.

Al hebben je voetjes niet gelopen
zelfs niet bewogen
toen je kwam
Toch liet je een afdruk achter,
een spoor,
en mijn hart getuigt ervan.

22 maart 2018. Amanda’s eerste geboortedag:
Een jaar geleden werd ze geboren
zonder haar stem te laten horen.
En vandaag staan we stil bij haar korte leven
dat voor ons verborgen is gebleven.

We zijn blij dat ze heeft bestaan
en dankbaar voor wat God in ons hart heeft gedaan.
Haar leven was niet voor niets
want voor ons en voor God betekent ze iets.

Amanda: gewenst, en geliefd,
die de aarde voor de hemel achter zich liet,
ze is ons voorgegaan, ze is waar ze zijn moet.
En als wij straks sterven, worden we ook door háár begroet.