Gelovig Rouwen Leven Liefhebben
‘Kijk naar Jezus, niemand is als Hij
Kijk naar Jezus, Hij is er altijd bij
Kijk naar Jezus, Hij maakt je blij en vrij!’
Opnieuw heb ik het liedje in mijn hoofd dat ik schreef voor de 7-8-jarigen die naar de Heart2Heartzomerweek kwamen. Het thema bij de volwassenen was ‘We see Jesus’ en we wilden daarbij een thema bedenken voor de kinderen, want wij waren verantwoordelijk voor het programma van de kinderen van 7 & 8 jaar.
We dachten aan het verhaal over de slangen in de woestijn en wat Jezus daarover zei. We wilden iets waarin doorklonk dat waar je naar kijkt enorm belangrijk is. Het werd uiteindelijk: ‘Waar kijk je naar’ en de coupletjes van het liedje beginnen steeds met die regel. Het refrein bevat dan de beste tip: Kijk naar Jezus.
En wat had ik dat nodig.
We hadden een week vrij genomen voordat de zomerweek begon. Ik werd die eerste dag ineens ziek waardoor ik een paar dagen weinig kon en mijn stem weer even kwijt was. Een aantal dingen moesten wachten, andere dingen kon ik wel. – Waar kijk je naar.
Vrijdags vertrokken we, om zes uur ‘s ochtends. Ik had pijn in mijn rug, maar wilde er geen aandacht aan geven. Wel stopten we onderweg regelmatig, omdat steeds even lopen helpt. Toen we aankwamen, zette mijn gezin de vouwwagen op. Zelf probeerde ik te doen wat ik nog wel kon bij het inrichten van de vouwwagen en de zaal waarin we de kinderen een week lang zouden ontvangen. – Waar kijk je naar.
De volgende ochtend kwam ik moeilijk de tent uit. Gelukkig sliepen we hoog van de grond. Lopen naar het toiletgebouw ging nog, maar daar overeind komen niet. Ik gilde het zo geluidloos mogelijk uit van de pijn, voelde blinde paniek en zag in gedachten de hele week in elkaar storten. – Waar kijk je naar.
Een vrouw kwam naast me haar handen wassen. Ik probeerde niets te laten merken en wilde wat uit mijn toilettas pakken. De pijn vlamde weer op. ‘Gaat het wel?’ vroeg ze. ‘Nee,’ zei ik toen toch maar. Ze wilde voor mij bidden. Dat vond ik fijn en zo stonden we daar. De pijn verdween niet. Ze bad nog een keer en ging niet zomaar weg. Dat alleen al was zo’n geschenk. – Waar kijk je naar?
Hoe vaak loop ik niet weg als ik denk dat ik ‘toch niks kan doen’. Terwijl wat we kunnen doen, niet hoeft te bestaan uit het oplossen van wat er aan de hand is. Zoals Manu Keirse zei over rouwende mensen die liefdevolle nabijheid nodig hebben:
‘Niemand verwacht dat je de pijn zomaar kunt wegnemen of vermijden. De enige keuze die je hebt, is of je de rouwende in eenzaamheid laat afrekenen met zijn pijn en verdriet of met jouw steun en begrip.’[i]
Ik denk dat dat ook geldt als je pijn hebt of iemand pijn ziet hebben. Hoewel ik dan nauwelijks iemand anders kan verdragen, is het toch fijn als ik weet dat iemand nabij is, wil luisteren, knikt dat het echt rot is. Het erkent tenminste de situatie die er nu eenmaal is. – Waar kijk je naar?
De pijn verdween niet, de angst werd wel minder. Ik moest op de een of andere manier uit dat gebouw zien te komen. Mijn gezin had inmiddels door dat het behoorlijk mis was. Ze hielpen me terug naar de vouwwagen en zochten naar oplossingen. Pijnstillers, veel bewegen, warmte. De bekende riedel. En bidden natuurlijk. Het duurde de hele ochtend, maar uiteindelijk werd de pijn te doen en zag ik een mogelijkheid om toch ons team te ontmoeten. Vandaar durfde ik ook de medewerkersbijeenkomst aan. Als ik maar niet ging zitten, want zelf overeind komen lukte me niet. Blijven lopen en zien wat lukt en wat niet. – Waar kijk je naar?
De pijn verdween de hele week niet. Ik bleef op gezette tijden pijnstillers slikken en zong steeds weer: Kijk naar Jezus. Ik had dat zo nodig. Pijn heeft de bijwerking dat het al je aandacht opeist. Je overneemt. Het is werkelijk moeilijk om naar iets anders te kijken.
Ik was daar omdat ik kinderen wilde vertellen dat Jezus er echt is. Dat Hij ze kent, vóór ze is, dichtbij is, wonderen doet, altijd aan het werk is. Het leek erop dat ik dat niet kon doen en beter naar huis kon gaan. Maar gaandeweg bleek dat ik het gewoon maar per minuut moest bekijken. Wat kan nu wel en wat echt niet. – Waar kijk je naar?
We hadden lieve mensen om ons heen. Ze namen taken over en ik ontdekte dat ik daardoor mijn taak eigenlijk veel beter kon doen. Er voor onze teamleden zijn, bidden, meezingen, verhalen vertellen en dingen uitleggen. Ik leerde op een diepere manier loslaten en ook samenwerken. – Waar kijk je naar?
Later vertelde ik iemand dat ik zo graag wou spreken en zingen, zelfs een cd uitbracht, maar dat ik daar na de eerste weken niks meer mee had kunnen doen. Het lukt me niet, mijn lijf werkt niet mee en ik overzie zo weinig. Ze antwoordde laconiek: ‘Je hebt hier de hele week elke ochtend en bijna elke avond staan preken en vertellen met vreselijke pijn in je rug. Je kunt het dus wel.’ – Waar kijk je naar?
Daarnet hoorde ik in een podcast iemand een Psalm citeren die mij al jaren raakt: ‘Hij oefent mijn handen voor de strijd en leert mijn armen een bronzen boog spannen’ (Psalm 18:35). Ze legde uit hoe beproevingen je tot wanhoop kunnen leiden, maar ook tot meer afhankelijkheid van God, meer geloof en vertrouwen. Omdat je leert om door te gaan, wat er ook gebeurt. – Waar kijk je naar.
Ik weet niet hoe het verder gaat. Mijn lijf doet nog steeds pijn en ik overzie nog steeds weinig. Maar ik weet wel steeds beter waar ik naar wil kijken:
‘Kijk naar Jezus, niemand is als Hij
Kijk naar Jezus, Hij is er altijd bij
Kijk naar Jezus, Hij maakt je blij en vrij!’
Op YouTube vind je de opname van de Powerkidsband. Het filmpje hieronder is gemaakt tijdens de slotdienst van de zomerweek.
[i] Manu Keirse, Helpen bij verlies en verdriet, Tielt, p. 37. Ik heb het hier ook over in mijn boek Als er niets meer klopt.
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.