Volmaakte weg

gebroken hart beeld

Gisteren speelde en zong ik in de kerk. Ik vind dat heerlijk om te doen, maar met sommige liedjes heb ik het moeilijk. Zoals ‘Good, good Father’ dat we deze keer zongen. Ik vind dat een mooi, maar pijnlijk lied, zeker sinds Amanda overleden is.

You are perfect in all of Your ways.
You are perfect in all of your ways.
You are perfect in all of your ways to us.

Ik stond ’s ochtends op tijd op om tijd met God te hebben. Dat doe ik op de meeste ochtenden: ik sta vroeg op en ga naar beneden. Terwijl de kinderen nog slapen of op hun kamer lezen/spelen, zet ik koffie en ga zitten om de bijbel te lezen, erover na te denken en te bidden. Een tijdlang kostte me dit enorm veel moeite, maar inmiddels is het de fijnste tijd van de dag, hoewel het vaak ook pijnlijk confronterend is.

Ik heb net Job twee keer helemaal gelezen, met heel andere ogen. Vroeger las ik het als een verhaal over iemand die net als ik heel ziek was. Het grommen van de pijn klinkt er duidelijk in door en ik herkende dat. Maar nu zie ik ineens de vader die rouwt om zijn kinderen. Ik voel en zie de pijn die ik nu ook ken. De diepe pijn van het verlies van een kind. Een pijn die nog steeds met geen pen te beschrijven is.

Inmiddels ben ik bij de Psalmen aangekomen en ik ben zo dankbaar dat daarin, net als in Job, zoveel uitroepen van wanhoop te vinden zijn. Dat mag dus: je pijn, je rauwe aanklachten: “God! Waar bent U?!”, al je ellende voor de voeten gooien van je Schepper. Hij kan het aan. Hij voelt zich niet bedreigd of beledigd door mijn emoties.

Ik begon er ooit een liedje over:

Bij U ben ik thuis, kan ik rustig ademhalen.
Bij U ben ik veilig, U kent me door en door.
Bij U ben ik thuis, kan ik rustig ademhalen, gewoon mezelf zijn.
U bent vertrouwd met al mijn wegen.
Er is niets dat U verbaast, niets dat U verrast.

Verder dan dit geschrijf kwam ik destijds niet, maar het melodietje kwam weer in mijn hoofd toen ik de Psalmen las. Misschien komt dat lied er nog wel een keer. Want hoe belangrijk is dit eigenlijk wel niet! Dat je weet dat je met al je pijn, boosheid, bitterheid, ellende, naar God toe kan gaan. Ik ben er dankbaar voor. De boosheid zit zo diep in mijn hart. Ik ben eigenlijk zo onwijs boos om wat er is gebeurd. Eerst jaren wachten voordat ik eindelijk zwanger ben. Dan ontdekken dat het niet goed gaat met mijn kindje en vervolgens ontdekken dat ze overleden is. Gaandeweg heeft een deel van mij er vrede mee gekregen. Want het gaat goed met Amanda en dat is wat ik wil. Maar daarnaast is er ook iets afgescheurd, schijnbaar onherstelbaar beschadigd in mijn hart.

De tijd heelt alle wonden, zeggen ze. Maar ik merk er nog niets van. Nog steeds lijkt mijn verdriet eerder groter dan kleiner te worden en een beetje wanhopig vroeg ik een lieve vrouw uit mijn kerk, die tien jaar geleden haar pasgeboren zoontje moest begraven: “Wordt het ooit minder? Die diepe scherpe pijn?” En ik wijs naar een plek in de buurt van mijn hart en zij wijst naar precies dezelfde plek op haar lichaam en zegt: “Nee. Het doet nog steeds zóveel pijn. Misschien neemt God de pijn ook wel niet weg, maar Hij gaat er wel zijn weg mee.”

Ik had het er met mijn man over op een dag dat ik ineens weer heel veel moest huilen -wat ik gelukkig niet meer dagelijks doe. Ik zei: “ik dacht eigenlijk dat het zoiets was als het breken van je arm. Dat doet onwijs zeer en dan, nadat het is gezet en het gips eromheen zit, zeurt dat nog een aantal dagen flink, maar na verloop van tijd geneest het en is vaak het bot sterker dan voorheen. Zo voelt het helemaal niet. Ik mis haar eigenlijk altijd. Ze is meestal niet op de voorgrond, maar juist op de achtergrond zo afwezig aanwezig.”

“Ja,” zegt mijn man. “Je moet het ook niet vergelijken met het breken van je arm maar met amputatie.”

Nu heb ik lichamelijke amputatie zelf niet meegemaakt, dus ik wil voorzichtig zijn. Als jij dit wel meemaakte: reageer alsjeblieft als ik de plank missla. Ik stel me voor dat als je arm is afgezet, je zeker verder kunt leven, maar ook dagelijks meermalen tegen je gemis aanloopt. Je kunt functioneren, bent creatief, vindt manieren om te compenseren voor je ontbrekende arm, maar je voelt ook het gemis, ziet bij anderen twee functionerende armen, wat je soms jaloers maakt en je zou willen dat je weer gewoon piano, gitaar, fluit of whatever kon spelen, kon koken, kon tennissen, of wat je anderen ook maar met twee armen ziet doen. En soms, bij veranderende weersomstandigheden, bepaalde herinneringen of een botsing met een ander persoon of een keukenkastje, steekt ook lichamelijk die pijn weer de kop op. Net zo heftig als in het begin.

Als dit ongeveer klopt, dan voelt het verlies van ons kleine meisje inderdaad als amputatie. Ik leer ermee leven. Ik kan functioneren. Ik geniet op sommige momenten bewust intenser omdat ik weet hoe kwetsbaar het leven is. Maar die diepe scherpe pijn is niet verdwenen, steekt op ongewenste momenten de kop op. En ik denk dat ik dan maar gewoon moet doen wat de mensen deden die de Psalmen schreven: het uitschreeuwen naar God. Eerlijk zijn over wat ik voel en ondertussen proclameren wat ik diep in mijn hart wel weet, ook al doe ik het nu nog mopperend en moet ik er een drempel van tegenzin voor over: You are perfect in all of Your ways.

Of, zoals ik laatst bij een bruiloft moest zingen, omdat het bruidspaar dat lied had uitgekozen: Heer ik wil Uw liefde loven, al begrijpt mijn ziel U niet. Zalig hij, die durft geloven, ook wanneer het oog niet ziet. Schijnen mij uw wegen duister, zie ik vraag U niet: waarom? Eenmaal zie ik al uw luister, als ik in Uw hemel kom! Met daarbij de kanttekening dat ik dus wél vraag waarom, omdat ik lees dat Job dat doet en David dat doet, en omdat die vraag nou eenmaal in mijn hart leeft en ik eerlijk wil blijven. Toch is dat toevertrouwen aan God, ook al begrijp je er niets van, alleen mogelijk als ik geloof dat Zijn weg uiteindelijk de beste is.

Het leven mag dan verre van perfect zijn en mijn leven gebutst, gebroken en krom. Als Zijn wegen perfect zijn, dan leiden ze ergens heen. En dan is het echt waar: bij U ben ik veilig, kan ik rustig ademhalen. Dus lees ik nog maar een Psalm en voel de pijn en de vreugde en ontdek dat dit is wat mij mens maakt. Broken but real. En met een anker in de God die volmaakt is in Zijn weg met mij, ook al voelt dat helemaal niet zo.

Op de foto bovenaan deze blog zie je een beeld van de artiest Albert György. Het beeld staat in Zwitserland, bij Lake Geneva. De foto werd de afgelopen weken op diverse Facebookpagina’s geplaatst in het kader van ‘bereaved parents month’ en het beeld raakte me enorm.

Mijn kleine lelie

IMG_8302

Consider the lilies, lees ik: Kijk naar de lelies in het veld. Deze mij o zo bekende woorden blijven doorklinken in mijn hoofd. Ik denk aan mijn eigen kleine lelie en denk in plaats van ‘kijk naar de lelies’: ‘kijk naar Amanda’. Hoewel het hier niet letterlijk over haar gaat, maar over bloemen, vind ik de vergelijking treffend.

Het zijn woorden van Jezus. Hij heeft het erover dat je je geen zorgen hoeft te maken, omdat God voor je zorgt. Maak je geen zorgen over eten en drinken, en ook niet over wat je aan moet, zegt Hij en dan staat er: ‘Kijk naar de lelies in het veld, hoe ze groeien; ze werken niet en spinnen niet; en ik zeg u dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet gekleed ging als één van deze.’ En nu ik dit overschrijf, denk ik meteen weer aan Amanda.

Amanda’s volledige naam is Susan Amanda. Susan betekent ‘lelie’ en Amanda betekent ‘gewenst’. De naam Susan kregen mijn man en ik allebei afzonderlijk in gedachten in de tijd dat we aan het bidden waren welke naam bij dit kindje zou passen. Dat vonden we bijzonder. Toen we de betekenis opzochten en erachter kwamen dat het lelie betekende, konden we er eigenlijk niet zoveel mee en parkeerden we het nog even. De baby zou voorlopig nog niet geboren worden, we hadden de tijd.

Totdat bleek dat ons dochtertje niet goed groeide in mijn buik en ze waarschijnlijk te vroeg geboren zou moeten worden. De zwangerschap werd zorgelijk en we deelden dat met onze familie en vrienden. Een van mijn beste vriendinnen appte me toen dat ze ons kindje een naam gegeven had, zodat ze gemakkelijker voor haar kon bidden. ‘Zolang ze in je buik zit, noem ik haar Lily’, zei ze, ‘dat betekent ‘kleintje’ in mijn moedertaal en het is ook nog gewoon een hele mooie bloem.’ Ik was diep ontroerd.

Kleine Lily, Susan Amanda, werd inderdaad te vroeg geboren. Niet omdat ze in gevaar was in mijn buik, maar omdat ze al was overleden voordat ze geboren kon worden. Ze heet Lelie en Gewenst. En nu hoor ik dus hier Jezus zeggen: Kijk naar de lelies. Kijk hoe mooi ze zijn. Ze bloeien maar kort, maar God heeft aandacht aan ze besteed en zelfs als niemand er naar kijkt, schittert zo’n bloem in eenvoudige en pure schoonheid.

Mijn eigen kleine Lelie was hier ook maar even. En toen we haar ontmoetten, werden we verrast door wat ze met ons deed. Onze harten stroomden vol met liefde, blijdschap en verwondering. Daar lag ons dochtertje en zoals je je kindje gewoon aanvaardt zoals het komt, zo omarmden wij dit kleine baby’tje vol liefde en tederheid. Ik vergeet nooit hoe mijn hart overstroomde van liefde en bewogenheid. Alsof mijn hart in een seconde groter werd. Er kwam ruimte voor moederliefde voor maar liefst vijf kinderen. En toen ik mijn man in de ogen keek zag ik dat bij hem hetzelfde was gebeurd. Wij waren opnieuw pappa en mamma geworden en ontmoetten onze dochter.

Wat was ze prachtig. Zo ontzettend mooi gemaakt. Zo klein als ze was, nog geen voldragen baby, was hier duidelijk een Meester aan het werk geweest. Ik heb uren bij haar wiegje gezeten, haar in mijn handen vastgehouden en vol verwondering en dankbaarheid naar haar gekeken, naar Zijn werk. Ondanks die diepe pijn dat deze dochter van mij niet meer leefde en daarmee een deel van mij zelf gestorven was, was ik ook zo ontzettend dankbaar dat Hij kennelijk de moeite voor haar had genomen. Om haar werkelijk wonderlijk mooi te weven zoals de psalm die ik tijdens mijn zwangerschap zo vaak las, het verwoordt.

Kijk naar de lelies in het veld. Het is alsof God zelf zegt: kijk naar Amanda, hoe ik haar heb gemaakt. Zo klein, te klein om te kunnen leven hier op aarde, maar toch met zoveel zorg. Handjes voetjes, neusje, oogjes, zelfs al wat haartjes en nageltjes op haar vingertjes en teentjes.

Mijn kleine lelie. Als ik aan jou denk, naar jou kijk, zie ik hoe groot God is. ‘Kijk naar de lelies in het veld, hoe ze groeien; ze werken niet en spinnen niet; en ik zeg u dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet gekleed ging als één van deze.’

IMG_8305

Wat als je het er allemaal gewoon laat zijn

Soms weet ik het allemaal even niet meer. Dan staat verdriet zo pal voor m’n neus dat ik even niets anders meer kan zien. Het grijpt me naar de keel en beneemt me de adem. Ik wil rennen of heel boos worden of verslavende dingen gaan doen. Ik weet niet wat ik ermee moet en het liefst druk ik het weg. Diep weg.

Het komt op de gekste momenten opzetten, dat verdriet. Ik loop de trap op naar boven, ruik iets en poef! Ineens ben ik een jaar terug in de tijd, is het alsof ik net bevallen ben en Amanda nog op de babykamer ligt. In haar wiegje. Stil. Dan besef ik: ja! Ik heb verdorie nog een kind. Waar is ze nou?

Op zo’n moment is het zó reëel dat ik er verbaasd over ben. Want op andere momenten geniet ik gewoon van het leven en ook denk ik niet elke seconde van de dag bewust aan haar. En toch, als ik eerlijk ben, is het wel altijd sluimerend aanwezig. Als een draadje dat overal doorheen geweven zit en je er niet tussenuit kunt trekken.

‘Wat als je het er allemaal gewoon laat zijn. Dat je tegen God zegt hoe je je voelt. Hoe verdrietig je bent. Hoe moeilijk je het allemaal vindt. En dat je dan gewoon blijft zitten en God komt naast je zitten en slaat een arm om je heen.’

Dat is wat een lieve vrouw een paar weken geleden tegen me zei toen ik haar vertelde dat ik niet wist hoe ik nou om moest gaan met die diepe pijn vanbinnen terwijl ik er ook gewoon voor de kinderen wil zijn, mijn werk wil doen, het leven wil leven. Haar antwoord werkte bevrijdend. Het deed me denken aan Just be held, een lied dat ik heel vaak luisterde in de eerste weken na de geboorte van Amanda.

Ja. Wat als ik het er allemaal gewoon laat zijn? Dan voel ik de gebrokenheid. De gebrokenheid van mijn eigen hart, mijn leven. Dan voel ik hoe kwetsbaar ik ben en besef ik dat ik eigenlijk heel veel vragen heb. Waarom? Hoe zou ze nu zijn geweest? Hoe moet ik verder? Hoe help ik mijn kinderen? God, bent U er echt?

Als ik het er allemaal gewoon laat zijn, eerlijk word en God probeer toe te laten, dan besef ik dat God inderdaad naast me staat. Dat Hij luistert. Dat ik eigenlijk alleen maar mezelf hoef te zijn, mét mijn pijn en mijn vragen, ín mijn gebrokenheid en kwetsbaarheid. Precies de reden waarom deze website ‘broken but real’ heet.

Ik weet niet precies wat God dan gaat doen. Dat is ook de reden waarom ik het zo moeilijk vind, een beetje eng zelfs. Maar de keren dat ik het probeerde, om ‘alles er gewoon maar te laten zijn’, merkte ik wel dat Hij er was. Dat hij me hier écht doorheen wil dragen, al is me niet duidelijk waarom de dingen zijn gegaan zoals ze zijn gegaan en waarom er ook op dit moment van alles aan de hand is in onze levens.

Laatst vond ik een boekje dat mijn aandacht trok vanwege de titel: ‘Al treft u ’t felst verdriet’. Het werd in 1674 geschreven door John Flavel, iemand die vele geliefden moest begraven, waaronder een kind. Vanuit zijn geloof probeert hij te bemoedigen: ‘probeer het juk dat God op uw schouders heeft gelegd niet overhaast af te schudden. U moet niet vóór Gods tijd verlost willen worden van uw verdriet. Volhard in lijdzaamheid. Als God troost schenkt op Zijn tijd en wijze, is die troost vaak duurzaam en heilzaam.’

Ik moest huilen toen ik dat las en ik zag het verband met wat die vrouw tegen me zei. ik probeer mijn verdriet inderdaad steeds weer van me af te schudden. Ik probeer door te leven alsof er niets is gebeurd. Maar het is beter om het verdriet en de pijn er gewoon te laten zijn en God daarin naast me te laten zitten. Ook al krijg ik misschien geen antwoorden op mijn vragen. Ook al veranderen situaties niet altijd, blijven ziekte, dood, pestgedrag, echtscheidingen en allerlei andere ellende bestaan. Omdat we gebroken mensen zijn. Die er allemaal gewoon mogen zijn.

Herdenken

En daar stonden we dan. Opnieuw. Nu niet om te begraven, maar om te herdenken. Nadat de kinderen uit school kwamen en de thee met lekkers op was, reden we naar de begraafplaats toe en wandelden weer naar haar grafje. Met een stenen taartje, precies zoals één van onze kinderen had voorgesteld. En een kaarsje in de vorm van een 1, baby roze. Het taartje was eigenlijk een spaarpot, dus de gleuf kon mooi dienst doen als kaarsenstandaard. We staken hem aan. En ieder van ons liet een sterretje branden, terwijl ik dit gedichtje voorlas:

22 maart 2018 (2)

Een jaar geleden werd ze geboren
zonder haar stem te laten horen.
En vandaag staan we stil bij haar korte leven
dat voor ons verborgen is gebleven.

We zijn blij dat ze heeft bestaan
en dankbaar voor wat God in ons hart heeft gedaan.
Haar leven was niet voor niets
want voor ons en voor God betekent ze iets.

Amanda: gewenst, en geliefd,
die de aarde voor de hemel achter zich liet,
ze is ons voorgegaan, ze is waar ze zijn moet.
En als wij straks sterven, worden we ook door háár begroet

Een van de kinderen huilde. Een ander gooide met steentjes. Weer een ander kwam blij aanrennen met narcissen, trots roepend: ‘kijk mamma: de wortels zitten er nog aan’. Er werden een schepje en een harkje bij gehaald en twee van onze kinderen begonnen verwoed te graven en te planten. Mijn Zweedse vriendin had verteld dat in het Zweeds narcissen ‘paaslelies’ heten en dus horen narcissen nu ook bij Amanda. (Ze heet voluit Susan Amanda. Susan betekent: lelie).

Nadat iedereen gedaan had wat hij of zij vond dat er gedaan moest worden, liepen we weer naar de auto en reden naar een all you can eat restaurant. Om de geboortedag van onze derde dochter te vieren. Terwijl ze er zelf niet bij kon zijn. Heel vreemd. En ook heel goed om te doen. En ook heel vreemd.

Morgen is het een jaar geleden dat ze begraven werd: de afsluiting van een heel intense week van welkom heten en afscheid nemen en daarna het gat. Letterlijk en figuurlijk. ‘We zijn nog aan het jutten’, zei mijn man tijdens onze lange wandeling op haar geboortedag, een jaar na dato. En zo is het, al heb ik inmiddels ontdekt dat geloof, hoop en liefde blijvend zijn, ook al voelen we het niet altijd.

sterretje 22 maart 2018 (2)

Want die woorden: ‘als wij straks sterven, worden we ook door háár begroet’? Ik méén die. Ik keek er altijd al naar uit om Jezus te ontmoeten, mijn verlosser die opstond uit de dood, zoals we deze week met Pasen weer gaan vieren. Maar nu is daar een dimensie bij gekomen. We zullen elkaar weerzien. Het duurde even voordat ik daarvan overtuigd was, zo verward als ik was in de weken na haar dood. Maar nu weet ik het zeker. De dood heeft niet het laatste woord. Herdenken is meer geworden dan terugkijken naar hoe het was. Ik kijk ook vooruit, naar wat nog komt.

Je moet besluiten om het los te laten

For English, click here.

Ik weet dat het waar is. Dat God er altijd is. Dat Hij me door het diepe dal van de dood zal leiden. Dat er een moment zal komen dat ik in staat ben om te zeggen dat Hij mijn rouw in reidans heeft veranderd. Is het niet nu, dan zeker straks als ik in de hemel kom. Ik weet dat op de momenten waarop ik Hem niet voel, en het verdriet allesoverheersend is, als een mist waar je niet doorheen kunt kijken, dat op die momenten Hij er toch nog steeds is. En dat Hij me zelfs draagt, zoals dat staat in dat mooie gedichtje over voetstappen in het zand.

Maar ik ben daar nog niet, al ben ik wel verder gekomen. Ik word niet meer zo vaak compleet overweldigd door verdriet als in het begin, in de weken nadat we onze dochter hadden begraven. Maar besluiten om je verdriet los te laten, blijkt een voortdurend proces te zijn van stapje voor stapje, stukje voor stukje.

Dit proces begon toen de echo ons liet zien dat ons kleine meisje niet zo goed groeide. We baden steeds opnieuw, vertrouwden haar steeds weer aan God toe en hoopten dat ze zou groeien en bloeien. Maar een paar weken later liet de echo totale stilte zien.
We werden overspoeld door gevoelens die we niet kenden en riepen: Nee, nee, nee, God, nee!

God was daar. We gingen naar Hem toe in onze wanhoop en ongeloof. We beseften de verschrikkelijke waarheid maar tegelijkertijd waren we niet in staat om het als waar aan te nemen. We vroegen: God, hoe vertellen we dit aan de kinderen? God, heeft ze geleden? God, waarom moest ze sterven? En ook bleven we herhalen: ze is van U Heer. Ze was van U vanaf haar allereerste begin en nu is ze al bij U. Ze hoort bij U. Er is geen betere plek. Ik vertrouw haar aan U toe.

Twee dagen later moest ik haar ter wereld brengen. Ze zag het licht niet, haar ogen zagen helemaal niets. We hoorden haar niet huilen. We zagen haar niet bewegen. Ik huilde. Zij niet. En terwijl ik haar kleine, tere lichaam vasthield, wist ik dat ik haar moest laten gaan en ik hief mijn handen met haar erin omhoog. Ik droeg haar steeds weer op aan God: ik geef haar aan U Heer, ik laat haar gaan. Ik geef me over. Dit is zo moeilijk, Heer. Ik wil haar vasthouden, koesteren, voeden, liefhebben, kusjes geven en alles geven wat ze maar nodig heeft. Maar ze kan het niet ontvangen. Ze is al bij U.

Na een paar dagen waarop we haar in ons gezin konden verwelkomen, waarop we haar konden vasthouden, foto’s konden maken en haar konden laten zien aan familie en vrienden, moesten we haar uiteindelijk begraven. We deden haar in een babyroze mandje, droegen haar naar het graf en bedekten het met rozenblaadjes. Het was vreselijk. Iedere vezel in mij schreeuwde: Nee! Hoe kan ik mijn kind alleen achterlaten? Ik voelde me totaal verwilderd. Onwezenlijk. Het was uiteindelijk op pure ratio dat ik in staat was om op te staan en weg te lopen terwijl ik vocht tegen de drang om terug te lopen en haar weer mee te nemen. Mijn kind. Mijn kind. Ik moet je laten gaan.

Vandaag is het precies elf maanden geleden dat ze geboren werd. Een tijdje geleden vroeg ik een andere ‘wee-ouder’: “Soms is de pijn zo overweldigend diep dat het lijkt alsof ik geen lucht meer krijg. Herken je dat?” Hij antwoordde: “Ja, maar je moet besluiten om het te laten gaan, om het los te laten.” En hij citeerde Mattheüs 11:28-30, verwees me naar Jezus om rust te vinden voor mijn ziel.

In eerste instantie voelde ik me veroordeeld door zijn woorden. Ik vatte het zo op dat ik het gewoon maar achter me moest laten, negeren, doorgaan. Maar in de afgelopen weken ben ik gaan inzien dat als verdriet me overvalt, ik inderdaad een keuze heb. Wat doe ik als rouw me overspoeld als een golf dat gewoon te groot is om opzij te springen? Word ik passief en laat ik verdriet me helemaal beheersen, of word ik actief, huil ik uit bij de Heer, geef ik uiting aan mijn verdriet en geef ik het opnieuw aan Hem over?

Op sommige momenten ben ik daar nog niet. Soms ben ik gewoon niet in staat om het weer los te laten en houd ik vast aan mijn verdriet door maar snel wat anders te gaan doen, te proberen om er niet aan te denken, mezelf te verdoven. Maar op andere momenten ben ik daar wel en dan hef ik in gedachten opnieuw haar lichaampje omhoog naar de hemel en zeg ik opnieuw dezelfde woorden: Heer, ik geef haar aan U. Ze was van U vanaf het allereerste begin. Ik ben blij dat ze niet meer hoeft te lijden. Ik ben dankbaar dat ze compleet, heel is bij U.

Ik ben erachter gekomen dat dit niet een eenmalige actie is. Dit is iets wat ik nog best wel eens een heleboel keren zal moeten doen want in de loop van de tijd missen we haar op andere manieren en ons verdriet en het gemis verandert. Vandaag is het de baby die we missen. En over een jaar zou ze een peutertje zijn geweest en missen we waarschijnlijk een peuter. En iedere keer dat ik me ervan bewust ben dat ik haar mis, iedere keer dat ineens die diepe pijn weer vanuit het niets naar boven komt, me de adem benemend, kan ik besluiten om het weer te laten gaan. En als ik daar nog even niet ben, hoop ik dat het me snel weer lukt. Want ik wil besluiten om het los te laten.

I will never forget

Last week I heard a beautiful song about the love of God for Israel. Basically it’s verses from Isaiah quoted and the words sounded pretty familiar to me. But then something deep happened when I heard the chorus and the second verse:

No I’ll never forget you.
I’ll never forsake you.
I will never forget my own.

Does a mother forget her baby.
Or a woman the child in her womb?
Yet even if she should forget
I will never forget my own.

The video clip shows a woman wearing dark clothes holding a small child in her arms. It evoked this deep longing in me and the dark clothes added to that as it reminded me of mourning.

But this song isn’t about me!
It is about God longing for His people and I knew that very well. Still, I couldn’t stop crying when the chorus was repeated:

No I’ll never forget you.
I’ll never forsake you.
I will never forget my own.

This is me. This is also me! The longing this chorus gives words to, describes how I feel about my stillborn baby. Somehow at that moment I felt that this verse from the bible was giving me permission to grieve, to feel this deep ache inside of me. Of course I know I don’t need permission for that, but sometimes people ask ‘If I am not over it yet’ and it makes me wonder if I am too dramatic and should feel differently. But here the bible clearly states that it is impossible for a mother to forget her baby. It gives a beautiful and accurate picture of what motherly love is.
And God’s love is even deeper. God is longing more for His people then a mother longs for her child.

I think it is mind boggling and I have spend quite some hours figuring out what this means. Listening to this song, letting the words sink in, figuring out what these feelings that were evoked are about, brought me to this amazing realization: Knowing how it feels to lose a child I so deeply love, longing for a child I will never get to meet in this life, actually now has brought me to understand more of the depths of God’s love.

Losing Amanda, longing for her, grieving over her, learning to live without her, trying to figure out what I believe and hope and live for, brought me to a deeper understanding of how desperately God longs for us to come closer to Him. And I am even more deeply convinced that He will never forget me, He will never forsake me. As I will never forget my dear baby girl.

About: Peter and Carin van Essen: Never forget, https://www.youtube.com/watch?v=SITAUTC6qTI

Ploegen door de modder

For English click here

Ik loop langs het water over een glibberig, modderig pad. De wind waait wild en de wolken zijn grauw grijs. Er dreigt regen en alles bij elkaar is dit precies wat ik nodig heb. Koude wind, miezerige regen, klotsend water, modderig pad waarover ik voorzichtig moet lopen om niet uit te glijden. Zo voelt mijn leven ook.

Ik heb zojuist een kaartje in de brievenbus gedaan bij iemand die weet dat het einde nadert. Ik weet niet of die persoon er prijs op stelt, maar ik wil gewoon laten weten dat ik aan hen denk, voor ze bid. Ik weet niet eens of dat gezin God kent en gelooft.

Terwijl ik mijn wandeling maak, vraag ik me af waarom ik dat kaartje eigenlijk geschreven heb. Dat modderige, glibberige paadje is zoals mijn leven lijkt te zijn. En dat geldt niet alleen voor mij. Ook voor hen. Voor vele anderen en misschien ook wel voor jou.

Ik denk dat ik gewoon de hand wilde reiken. Om samen die paadjes te lopen. Zodat ik je hand kan grijpen als je dreigt weg te zinken in de modder of als je er bijna over uitglijdt. Zoals ik Goddank ook mensen heb die niet bang zijn om door die modder mee te glibberen en die me de hand reiken als ik gevallen ben of me heb laten meesleuren.

Iemand stuurde me een lange tekst over rouw. Eén van de dingen die me daarin trof was de opmerking dat het leven bestaat uit een lange serie verliezen. Het is eerder bijzonder als het leven kalm is dan dat het vol crises is.

Er stond ook in dat het goed is om verdriet onder ogen te komen en te laten zien, omdat we ook daarin uniek zijn. Ik vond dat wel apart. En ik vind het bevredigender dan het cliché ‘ieder rouwt op zn eigen manier, niets is goed of fout’, een zin die ik het afgelopen half jaar talloze keren gehoord heb. En waar ook wel waarheid in zit (hoewel ik niet weet hoe verlangen naar whiskey en sigaren echt goed te noemen is), maar het klinkt in mijn oren eigenlijk als: ‘het kan mij niet schelen hoe jij je verdriet beleeft’. Het geeft me een eenzaam gevoel.
Maar dat we ieder uniek zijn en ons verdriet dus allemaal uniek beleven, en ook daarin iets van Gods veelkleurigheid laten zien, dat geeft me een gevoel van ruimte voor verbondenheid. En vandaar dat ik nu hierin mijn verdriet wil laten zien.

Ik ploeg door de modder en kijk uit dat ik niet val, uitglijd of wegzink. Als jij dat ook aan het doen bent, weet dan dat je niet de enige bent en dat jouw verdriet gehoord en gezien mag worden.