Herdenken

En daar stonden we dan. Opnieuw. Nu niet om te begraven, maar om te herdenken. Nadat de kinderen uit school kwamen en de thee met lekkers op was, reden we naar de begraafplaats toe en wandelden weer naar haar grafje. Met een stenen taartje, precies zoals één van onze kinderen had voorgesteld. En een kaarsje in de vorm van een 1, baby roze. Het taartje was eigenlijk een spaarpot, dus de gleuf kon mooi dienst doen als kaarsenstandaard. We staken hem aan. En ieder van ons liet een sterretje branden, terwijl ik dit gedichtje voorlas:

22 maart 2018 (2)

Een jaar geleden werd ze geboren
zonder haar stem te laten horen.
En vandaag staan we stil bij haar korte leven
dat voor ons verborgen is gebleven.

We zijn blij dat ze heeft bestaan
en dankbaar voor wat God in ons hart heeft gedaan.
Haar leven was niet voor niets
want voor ons en voor God betekent ze iets.

Amanda: gewenst, en geliefd,
die de aarde voor de hemel achter zich liet,
ze is ons voorgegaan, ze is waar ze zijn moet.
En als wij straks sterven, worden we ook door háár begroet

Een van de kinderen huilde. Een ander gooide met steentjes. Weer een ander kwam blij aanrennen met narcissen, trots roepend: ‘kijk mamma: de wortels zitten er nog aan’. Er werden een schepje en een harkje bij gehaald en twee van onze kinderen begonnen verwoed te graven en te planten. Mijn Zweedse vriendin had verteld dat in het Zweeds narcissen ‘paaslelies’ heten en dus horen narcissen nu ook bij Amanda. (Ze heet voluit Susan Amanda. Susan betekent: lelie).

Nadat iedereen gedaan had wat hij of zij vond dat er gedaan moest worden, liepen we weer naar de auto en reden naar een all you can eat restaurant. Om de geboortedag van onze derde dochter te vieren. Terwijl ze er zelf niet bij kon zijn. Heel vreemd. En ook heel goed om te doen. En ook heel vreemd.

Morgen is het een jaar geleden dat ze begraven werd: de afsluiting van een heel intense week van welkom heten en afscheid nemen en daarna het gat. Letterlijk en figuurlijk. ‘We zijn nog aan het jutten’, zei mijn man tijdens onze lange wandeling op haar geboortedag, een jaar na dato. En zo is het, al heb ik inmiddels ontdekt dat geloof, hoop en liefde blijvend zijn, ook al voelen we het niet altijd.

sterretje 22 maart 2018 (2)

Want die woorden: ‘als wij straks sterven, worden we ook door háár begroet’? Ik méén die. Ik keek er altijd al naar uit om Jezus te ontmoeten, mijn verlosser die opstond uit de dood, zoals we deze week met Pasen weer gaan vieren. Maar nu is daar een dimensie bij gekomen. We zullen elkaar weerzien. Het duurde even voordat ik daarvan overtuigd was, zo verward als ik was in de weken na haar dood. Maar nu weet ik het zeker. De dood heeft niet het laatste woord. Herdenken is meer geworden dan terugkijken naar hoe het was. Ik kijk ook vooruit, naar wat nog komt.

Aftellen

Eerst moet je het eerste jaar doorkomen, zeiden ze. Het eerste jaar waarin je alles voor het eerst zonder je kindje doet. Verjaardagen, vakanties, Sinterklaas, Kerst, al die feestjes en bijzondere dagen. En daarna komt het tweede jaar. En dan is het wéér anders.

We knikten, niet beseffend wat ze precies bedoelden en we gingen het doen. We gingen het eerste jaar door zien te komen. Mijn eigen verjaardag kwam het eerst, met lege buik en tranen. En vele verjaardagen en feestjes volgden en nu is het binnenkort háár beurt om jarig te zijn.

Toen we ontdekten dat ons meisje overleden was, werden we naar de maatschappelijk werkster van het ziekenhuis gebracht. Je moet je ziek melden, zei ze, en je moet de scholen bellen. We zaten er verdwaasd en verbaasd bij. We realiseerden ons absoluut nog niet hoe ingrijpend deze gebeurtenis was en eerlijk gezegd dacht ik dat het allemaal wel mee zou vallen.

Ik dacht: even slikken en weer doorgaan. Het is vreselijk, maar het leven gaat door. Het leven gaat altijd gewoon weer door. Dat was wat ik verwachtte. Of eigenlijk: dat is wat ik vond dat moest gebeuren. Hier moet je even doorheen en dan is het weer klaar. Maar dat bleek zo niet te gaan. De ziel van de mens is vele malen dieper, complexer en ondoorgrondelijker dan ik toen besefte.

Het aftellen is begonnen. Volkomen onbewust zijn we ergens in de afgelopen weken begonnen met het toeleven naar Amanda’s eerste verjaardag. Morgen een jaar geleden kwamen we erachter dat ze niet goed groeide. Toen werden we doorverwezen naar het ziekenhuis waar we erachter kwamen hoe zorgelijk de situatie was. Morgen een jaar geleden begon ik met rustig aan doen.

Ik. Rustig aandoen. Ik. Die twee gaan niet samen. Zelfs de burnout in het jaar voordat ik zwanger werd, heeft er niet voor kunnen zorgen dat ik dingen écht losliet, en de boel de boel kon laten.

Maar nu stond het leven van iemand anders op het spel. Ik zou ik het mezelf nooit kunnen vergeven als door mijn druk doen mijn kind in gevaar kwam en dus hield ik ermee op. Ik ging rust nemen. Genieten van zwanger zijn, van schopjes, van uitdijen. En ik betrok mijn kinderen erbij, nodigde mijn man en hen uit naast mij op de bank te komen zitten. Die achteraf bezien laatste weken van haar leven hebben mij geleerd de boel de boel te laten, te accepteren dat een gezin met ruim zes personen nou eenmaal rommel en stof doet opwaaien en leerden me nog meer dan eerst ‘bless this mess’ te bidden.

Het staat allemaal zo vers in mijn geheugen dat het haast niet voor te stellen is dat het al bijna elf maanden geleden is dat ze stil geboren werd, zoals ze dat noemen. Stil geboren. Dat klinkt liever dan doodgeboren en verhult de akelige werkelijkheid dat ze toch echt overleden was nog voor haar geboorte. Stil, zo stil. Maar daar denk ik nu liever even niet aan. Ik ben in mijn hoofd nog niet op haar geboortedag, maar in die dagen eraan voorafgaand, waarin ze zich nog liet kennen in haar bewegingen in mijn buik. Waarin ik Godzijdank de tijd nam om haar te voelen en te koesteren. Niet wetende dat dat mijn enige kansen zijn geweest om dat te doen. En zo tel ik af tot haar geboortedag.