Alleen ik huilde

Ik zie mezelf zitten. In haar kamertje, bij de wieg. Ik kijk naar haar en neem haar in mijn handen, al heeft het geen zin want ze merkt het niet. Ik bekijk haar aandachtig en verwonder me. Dat ze zo klein, maar zo af is en alles heeft wat een mensje normaal gesproken heeft. Ik dank God dat Hij geen half werk heeft gedaan en de moeite nam haar zo mooi te maken.

Ik zie mezelf zitten. In mijn pijn en verdriet probeer ik me op God te richten. Ik hef mijn handen met mijn dochter erin omhoog en draag haar op aan degene die haar maakte. Steeds herhaal ik: ‘Ze is van U Heer.’ ‘Ik geef haar aan U terug Heer.’ Ook na haar begrafenis blijf ik dit in gedachten doen. De pijn wordt niet minder. Het wordt eerst nog veel erger. Dat had ik niet verwacht.

Ik zie mezelf zitten. Steeds met haar in mijn handen. Ik probeer haar over te geven aan de God die haar en mij schiep. Toch trek ik regelmatig mijn armen weer terug. Wil ik het toch niet? Als ik haar helemaal loslaat, raak ik haar nog meer kwijt. Toch blijf ik proberen. In de loop van de tijd – vandaag drie jaar – blijkt verdriet en gemis niet te verdwijnen. Het verandert. Het raakt meer verweven in mijn leven. Ik kan haar nu beter laten waar ze is, omdat ik steeds meer besef dat ze het beter heeft in die Eeuwige armen dan ze hier ooit zou hebben.

Ik zie mezelf zitten. Het beeld blijft me bij. Ik wil recht doen aan God die haar zo mooi maakte. En aan de pijn die er is en getuigt van Liefde die niet ophoudt bij de dood. Ook al weet ik dat ze veilig is en geborgen en wil ik het voor haar niet meer anders, het gat in mijn hart is er nog wel. En de liefde. De liefde die tegelijk met haar geboren werd.

Ik schreef er een lied over (vertaling vind je onderaan):

https://youtu.be/7e25SAcxElc

Only I cried

I held her tiny body in my hand
Admired her with awe and love
Amazed by how she looked and lay asleep
Reflecting life while she was gone

Only I moved,
Only I cried,
Only I was watching her
She did not look,
Made no sound at all
She could not receive my care

I held her tiny body in my hand
Hoping her heart would beat again
But she just lay there still and beautiful
Declaring wonders to my woe

Only I moved,
Only I cried,
Only I felt crushed inside
She did not feel,
Wasn’t there at all.
Still she showed me there’s a God

She was wonderfully made
She was crafted by an artist
A masterpiece of God
She called to worship Him
In all my ache and grief
She testified of God

Only I move,
Only I cry,
Only I can feel the void
She has no need,
She is safe with Him,
She just taught me He is God

I hold her tiny imprint in my heart
And honor Him who knows my pain

Lyrics and Music by Ineke Marsman-Polhuijs ©2020

Vertaling:
Ik hield haar kleine lijfje in mijn hand
Bewonderde haar met ontzag en liefde
Ik stond versteld over hoe ze eruitzag en lag te slapen
Ze weerspiegelde leven terwijl ze er niet meer was

Alleen ik bewoog
Alleen ik huilde
Alleen ik keek naar haar
Zij keek niet,
Maakte geen enkel geluid
Ze kon mijn zorg niet ontvangen

Ik hield haar kleine lijfje in mijn hand
Hoopte dat haar hart weer zou gaan kloppen
Maar ze lag daar maar, stil en mooi te zijn
Vertelde van wonderen aan mijn verdriet

Alleen ik bewoog
Alleen ik huilde
Alleen ik was kapot van binnen
Ze voelde niets
Was er niet eens
Toch liet ze me zien dat er een God is

Ze was wonderlijk gemaakt
Ze was geweven door een artiest
Een meesterwerk van God
Ze riep op om Hem te aanbidden
In al mijn pijn en rouw
Getuigde zij van God

Alleen ik beweeg
Alleen ik huil
Alleen ik voel de leegte
Zij heeft niets nodig
Zij is veilig bij Hem
Ze leerde me slechts dat Hij God is

Ik houd haar kleine afdruk in mijn hart
En eer Hem die mijn pijn kent

Lied

‘Dat is toch logisch’, zegt mijn Lief, ‘anders zou je cadeautjes hebben gekocht en taart gebakken en slingers opgehangen. Je doet het ter ere van Amanda.’ Ik had hem net verteld dat ik er zo mee bezig ben en er in mijn hoofd niet mee kon stoppen.

Ik heb een lied geschreven. Een lied dat al ontstond toen ik met ons kleine overleden dochtertje in mijn handen zat in de dagen voordat ze werd begraven. Ik vond steeds de rust en de moed niet het lied af te maken, maar afgelopen kerstvakantie lukte het, toen ik me voor een paar dagen opsloot in het huis van mijn zus.

Ik wil het publiceren op de dag dat ze geboren werd. Op de een of andere manier is dat heel belangrijk voor me. Ik begrijp niet waarom. Maar mijn Lief dus wel en ineens is het inderdaad heel logisch.

Het is vandaag weer Stille Tussendag. De dag na de Dag van Afschuw en voor de Dag van Verwondering. De dag waarop we geen idee hadden wat ons te wachten stond maar er al wel een zwaard door ons hart was gegaan.

Juist nu iedereen de hele dag thuis is, mis ik haar nog meer dan anders. Maar ook omdat het morgen haar geboortedag is. Ter ere van ons kleine meisje en om recht te doen aan de Liefde en aan God, schreef ik een lied. Je vindt het hier: https://youtu.be/7e25SAcxElc en over een paar uur, op 22 maart 2020, drie jaar na haar geboorte, komt het online.

Morgen meer

Definitief 2

Morgen wordt de grafsteen gelegd. Het is eindelijk zover. Op haar grafje is op dit moment niets meer leesbaar. Zelfs de letters op de tijdelijke steen zijn niet meer te onderscheiden. We stelden een steen uitzoeken lang uit en vervolgens hadden we veel vertraging in het proces. Uiteindelijk moesten we zelfs alles opnieuw uitzoeken.

Maar nu is het dan klaar. We zochten een steensoort en -kleur uit, kozen de manier waarop de grond ingedeeld wordt, een tekst, een lettertype en tot slot een letterkleur.

Op de een of andere manier doet het bericht dat het af is en geplaatst wordt me heel veel. Ik gruwel bij het idee dat stoere werkers zo meteen op het grafje van mijn kind beton gaan storten. Want dat moet eerst. Er komt beton over de plek waar zij ligt. Ons dierbare meisje.

Ze wordt er nog ontoegankelijker door.

De mevrouw die ons hielp bij het kiezen van alles waaruit gekozen moest worden, vroeg of we erbij wilden zijn als de steen geplaatst wordt. Ik dacht terug aan toen we haar begroeven en ik mezelf bij de kladden moest grijpen om geen irrationele dingen te doen. Het liefst klom ik toen het gat in om mijn kind er weer uit te halen en mee naar huis te nemen. Ik vocht nog wekenlang tegen die enorme drang. Moest mezelf bedwingen om niet terug te gaan en mijn kind weer op te halen. Ik dacht steeds: ‘Ik kan haar toch niet in die kou achterlaten?’

Ik sta liever niet stil bij het feit dat zij daar ligt. Dus nee, ik ben er niet bij als de steen geplaatst wordt. Toch heb ik het gevoel dat het moet. Het is net als wanneer mijn andere kinderen iets belangrijks of naars meemaken. Dat je jezelf weer bijeenpakt en gewoon meegaat om je kind bij te staan in wat het moet ondergaan, of je er nu tegen kunt of niet. Je laat je kind niet alleen.

Maar dit kind heeft ook dit niet nodig. Ze is veilig in de armen van haar hemelse Vader, staat er op haar steen. Ze heeft het niet nodig dat haar moeder langskomt. Ze heeft het niet nodig dat haar moeder erbij is als haar plaatsje mooi gemaakt wordt. Ze heeft h e l e m a a l niets van mij nodig.

Een snik welt op. De hunkering naar mijn kleine meisje is er nog steeds. Het verlangen er voor haar te zijn, voor haar te zorgen, voor haar op te komen, blijft. Morgen wordt de grafsteen geplaatst en heeft ze eindelijk een mooi plekje met haar naam leesbaar erop geschreven. Met woorden die mij en iedereen die daar komt eraan herinneren dat er eeuwige armen om ons heen zijn.

Het was het laatste wat we konden doen, schreef ik hier bijna twee jaar geleden. En nu is het zover. Morgen wordt de steen geplaatst en is het graf definitief afgesloten.

Geur

Ik zit in de auto op weg naar de muziekwinkel. Een snaar op mijn nieuwe gitaar is geknapt toen ik hem iets te gedachteloos aan het stemmen was en omdat dit een bijzondere gitaar is, heb ik een bijzondere nieuwe snaar nodig. De volgende dag moet ik erop spelen en ik heb het al te lang uitgesteld, dit autoritje. Ik laat de radio bewust uit. Even stilte op deze hectische dag.

Ik geniet niet erg van autorijden, maar vandaag wel. Eindelijk doe ik wat ik al zo’n tijd had uitgesteld. Straks kan ik weer los op mijn nieuwe gitaar. Het is mooi weer, niet al te druk op de weg en eigenlijk is dit zo’n moment van ‘verstand op nul, blik op oneindig’ en dat heb ik even nodig.

Plotseling ruik ik iets en gaan er vanbinnen alarmbellen rinkelen. Ineens ben ik twee en een half jaar terug in de tijd.

Amanda.

Ik ruik de geur die verbonden is aan mijn meisje en kan ineens aan niemand anders meer denken. Herinneringen en gevoelens overspoelen me. Ik zie mezelf terug in haar kamertje. Ik zit weer bij de wieg me te verwonderen, liefde te voelen, verdriet te uiten. Ik neem haar weer in mijn handen en draag haar opnieuw op aan Hem die haar haar korte leven schonk.

Ik schrik hier behoorlijk van en zou het liefst als een klein kind willen brullen. Zelfmedelijden en kordaatheid strijden om de voorrang. Het zou goed zijn om weer eens te huilen, denk ik, maar het komt me nu niet goed uit. Ik ben op weg naar de muziekwinkel vol stoere creatieve mannen en ik voel me daar vaak een kneus die amateuristisch plukt aan snaren en ramt op toetsen. Een betraand gezicht en rode ogen helpen dan niet.

Dit is weer zo’n golf waar de rouwboeken het over hebben. Een golf verdriet die onverwachts met grote kracht over je heen spoelt en ervoor zorgt dat je je evenwicht en oriëntatie helemaal kwijt bent. Maar het is niet alleen maar naar en verdrietig. Ik voel ook diepe vreugde. Deze geur maakt me blij, want zij maakte me blij. Ik voel me weer even kersverse moeder van mijn kleintje en eventjes is ze heel dicht bij mij.

Ik zucht diep. Kordaatheid wint. Ik kan het me niet veroorloven nu te gaan zitten weeklagen. Ik dank voor dit moment omdat haar ruiken haar ervaren betekent en ik haar zo mis en dat weer even voel. Maar mijn lijstje moet afgewerkt en er staat veel op vandaag. Ik laat mijn gitaar repareren en voel me weer even thuis en niet thuis in de grote muzikantenwereld. Dan rijd ik terug. Naar huis. Naar mijn levende kinderen die elk mijn begeleiding en aansporing en liefkozing nodig hebben. Ik koester dit moment van herinnering en vertel het ’s avonds aan mijn Lief. Wat ben ik blij met haar geur en dat ik die weer even rook. Geur vol herinneringen. Geur van mijn kind.

Ze staat erbij

‘Met een lach en een traan. Ze staat erbij.’ Dat mailt mijn Lief bij het doorgestuurde bericht dat hij van de gemeente kreeg.

Onze dochter staat in de basisregistratie personen. Ze is als bestaand persoon erkend, ons vijfde kind. Ze is nog even dood als eerst, maar nog altijd ons kind en nu staat dat ook zwart op wit. Ze is een dochter en een zus.

Erkenning. Wat is dat toch belangrijk. Ik weet niet precies waarom, behalve dat het belangrijk is en ervoor zorgt dat er ruimte komt, ook voor andere emoties dan verdriet. En in dit geval is erkenning fijn omdat het gewoon pijnlijk is als ze er niet bij staat als expliciet opgesomd wordt wie onze kinderen zijn.

Bepalen mijn kinderen mijn identiteit? Nee, ik geloof dat dat niet meer zo het geval is. Maar ze maken wel deel uit van wie ik ben. Dat heeft de pijn van het verlies van Amanda me wel duidelijk gemaakt. Die pijn gaat dieper dan ik dacht dat kon. Die pijn is regelmatig lijfelijk aanwezig.

Nog steeds kunnen we aan tafel gaan zitten om te eten en check ik of iedereen er is en vlamt ineens heftige paniek op. Er klopt iets niet. Ik maan mezelf tot kalmte, tel rustig opnieuw en realiseer me dat ik haar wéér heb meegeteld terwijl ze er inmiddels langer niet dan wel is. Wat is dat toch apart. Mijn lijf weet beter wie bij me hoort dan m’n verstand.

Ze hoort er dus bij, is deel van mij. Ze is mijn dochter en nu staat ze er dan eindelijk bij in onze kinderrij. Wat een heerlijk en verdrietig gevoel geeft dat.

Met een lach en een traan. Ze staat erbij.

Zwijgen

Het is vandaag 8 juli. Twee jaar geleden was ik uitgerekend en liep ik op deze dag naar het grafje om er iets neer te leggen bij wijze van verjaardagscadeau. Vorig jaar en vandaag deed ik dat weer. Vandaag voelt het anders dan de vorige twee keer, hoewel ik wel mijn tranen moest bedwingen toen ik de lelies afrekende bij de bloemist en me te fleurig voelde toen ik in mijn bontgekleurde jas over de begraafplaats banjerde.

Misschien heb ik toch al wat leren leven met het gemis van onze jongste. Mijn hart voelt wel nog wat zwaar. Eigenlijk al sinds 17 juni, de dag waarvan ik bad dat het haar geboortedatum zou zijn, omdat ik dan precies 37 weken zwanger zou zijn geweest. Ik blijf het vreemd vinden hoe mijn geheugen werkt. Het is niet de datum an sich, maar het is de geur, de temperatuur en de kleuren om me heen, die me herinneren aan deze periode twee jaar geleden, toen ik zo kwetsbaar rondliep, verdwaasd zoekend naar het kind dat hier niet meer is.

Ik wist niet dat het verlies van een kind zó ingrijpend was. Dat de pijn zo diep gaat dat eigenlijk niets meer hetzelfde is. In mijn perceptie tenminste, want uiterlijk is het meeste hetzelfde gebleven. Ik leef in hetzelfde huis, in dezelfde buurt, heb dezelfde familie, maar ik beleef het anders. Dat verbaast me nog regelmatig. Ik kan echt niet terug naar wie ik vroeger was. Er is een leven voor en een leven na Amanda.

De laatste tijd merk ik dat er ook in mijn houding ten opzichte van andere mensen dingen zijn verschoven. Het maakt uit of Amanda genoemd mag worden of niet. Voor mensen die haar nog doder zwijgen dan ze al is, kost ruimte maken in mijn hart heel veel moeite.

Ik hoorde van andere rouwenden dat zij sommige relaties op den duur verbraken. Toen ik dat hoorde, besloot ik dat ik dat wilde voorkomen. Ik wilde me open blijven stellen. Maar nu, meer dan twee jaar later, merk ik soms dat de rek eruit is en ik mijn hart vaker afsluit voor anderen. Dat vind ik moeilijk, het geeft nieuw verdriet.

Ik wilde er altijd voor iedereen zijn, hoe zij zich ook ten opzichte van mij gedragen. Dat lukte me door Gods genade ook heel vaak. Maar nu kan ik het soms niet meer opbrengen. Als ik haar moet verzwijgen, die zo reëel voor me is alsof ze hier nu haar tweede verjaardag zou vieren met feestmuts en taart, waarom zou ik dan naar hun verhaal luisteren?

Opnieuw heb ik genade nodig. Meer genade, meer begrip, meer ruimte in mijn hart. Want ik geloof toch dat we anderen moeten behandelen zoals we zelf behandeld willen worden. Niet zoals we zelf behandeld worden. Dat is een wezenlijk verschil, merk ik nu opnieuw en je kunt nooit weten waaróm mensen doen zoals ze doen. Vaak zit er een goede bedoeling achter, al kunnen goede bedoelingen dus ook goed pijn doen.

Dus ik buig opnieuw mijn hoofd, stort mijn verdriet en boosheid uit bij de God die het allang weet, om meer genade te ontvangen en meer liefde om er opnieuw te zijn voor die ander, hoe hij of zij ook met mij omgaat. En vervolgens ga ik opnieuw naar het graf van mijn dochter, die twee jaar had moeten worden als alles was gegaan zoals het hoort, zette een nieuw vlindertje neer en een verse bos lelies. Gefeliciteerd lieve kleine dochter van mij. En: doet U haar de groeten, Heer.

Opnieuw vraag ik me af waar de grens is tussen verdriet en zelfmedelijden. Of moet je misschien eerst door zelfmedelijden heen voordat je bij het verdriet kunt komen? Verzwijgen heeft in elk geval geen zin, want dat verstikt nog meer. Dus hier ben ik dan weer, broken but real en bereid om weer die weg te gaan om anderen met genade en woorden tegemoet te treden. Zelfs al zwijgen zij over mijn geliefde kindje, die uiterlijk vandaag twee jaar had moeten worden.

 

Bereaved Mothers’ day

Volgende week is het weer moederdag. Een dag waarop veel moeders even het stralende middelpunt zijn en ontbijt en zelfgemaakte cadeautjes krijgen. Een dag waarop de pijn van de kinderen die er niet meer zijn of die er nooit zijn gekomen, ook scherp naar voren komt.

Ik vind Moederdag best ingewikkeld. Ik ben heel erg blij met de kinderen die in mijn huis opgroeien. Ik geniet ervan ze te koesteren, onderwijzen, coachen, verzorgen, plezier met ze te maken en te zien hoe ze langzaam maar zeker zelfstandige mensen worden met een eigen identiteit. Het ontroert me en maakt me nederig: ‘Wow, is dit werkelijk míjn kind?’

Maar juist door stil te staan bij mijn moederschap, vlamt automatisch het gemis op van het kind dat er niet meer is. Het kind voor wie ik niets meer kan doen en dat ik niet zie opgroeien tot een autonoom persoon. Dat is echt vervelend. Vooral op Moederdag, als je levende kinderen zo hun best voor je doen. Dan wil ik me eigenlijk niet bezighouden met mijn overleden kind, maar gewoon genieten van zij die hier zijn. Het voelt alsof ik mijn levende kinderen onrecht aan doe om juist op zo’n dag aan Amanda te denken. Dus doe ik erg mijn best om me vooral op de levenden te richten.

Je kunt natuurlijk niet helemaal voorkomen dat heftig verdriet ineens de kop op steekt. Maar misschien helpt het wel om er op een ander moment ruimte aan te geven. Dat las ik vanmorgen toen ik het gevoel had dat ik iets moest schrijven over vandaag. Vandaag is het namelijk International bereaved mothers’ day. Deze dag er is om speciaal bij je overleden kinderen stil te staan, bij je miskramen, of bij je verdriet dat je, ondanks dat je er zo ontzettend voor gebeden en op gehoopt hebt, nooit moeder bent geworden.

Bereaved mother’s day is Moederdag voor hen die hun kinderen zijn verloren en voor hen die geen kinderen kregen terwijl ze er wanhopig naar verlangden. Een dag om bij je overleden kindje stil te staan, bij de miskramen die je had, bij je ongewenste kinderloosheid. Een dag om een bereaved mother een hart onder de riem te steken en nog eens extra duidelijk te maken dat ook zij kostbaar is en geliefd.

Iemand schreef over vandaag iets met de volgende strekking: ‘Als we vandaag stilstaan bij wat we verloren hebben, kunnen we volgende week op Moederdag oprecht blij zijn met wat we wel hebben’. Ik weet niet of dat echt zo werkt. Vorig jaar schreef ik over Moederdag dat ik evenveel moeder ben van mijn levende kinderen als van mijn overleden kindje. Mijn hart maakt geen onderscheid.

Toch ga ik het proberen. We hadden toevallig al afgesproken om vanmiddag even naar het graf te gaan om de nieuwe plank neer te leggen. De oude is onleesbaar geworden, de grafsteen moet nog steeds besteld, en tijdens onze vakantie afgelopen week was er een mogelijkheid om hout te branden en hebben mijn Lief en ik samen een nieuwe plank gemaakt. Komt dat even goed uit.

Vandaag probeer ik stil te staan bij mijn moederschap van Amanda en bij de miskraam die ik had en vandaag bid ik voor de vrouwen die ik ken die geen kinderen konden krijgen, die miskramen hadden, of die net als ik een kind kregen dat overleed. Hoe zeg je dat? ‘Happy bereaved mothers’ day?’ Laat ik het zo zeggen:

Lieve vrouw. Je bent geliefd, gezien en kostbaar en ook jouw verdriet is kostbaar. Sta er vandaag nog eens bij stil als je de kans hebt. Het mag er zijn. Juist vandaag.

plank Amanda