Zwijgen

Het is vandaag 8 juli. Twee jaar geleden was ik uitgerekend en liep ik op deze dag naar het grafje om er iets neer te leggen bij wijze van verjaardagscadeau. Vorig jaar en vandaag deed ik dat weer. Vandaag voelt het anders dan de vorige twee keer, hoewel ik wel mijn tranen moest bedwingen toen ik de lelies afrekende bij de bloemist en me te fleurig voelde toen ik in mijn bontgekleurde jas over de begraafplaats banjerde.

Misschien heb ik toch al wat leren leven met het gemis van onze jongste. Mijn hart voelt wel nog wat zwaar. Eigenlijk al sinds 17 juni, de dag waarvan ik bad dat het haar geboortedatum zou zijn, omdat ik dan precies 37 weken zwanger zou zijn geweest. Ik blijf het vreemd vinden hoe mijn geheugen werkt. Het is niet de datum an sich, maar het is de geur, de temperatuur en de kleuren om me heen, die me herinneren aan deze periode twee jaar geleden, toen ik zo kwetsbaar rondliep, verdwaasd zoekend naar het kind dat hier niet meer is.

Ik wist niet dat het verlies van een kind zó ingrijpend was. Dat de pijn zo diep gaat dat eigenlijk niets meer hetzelfde is. In mijn perceptie tenminste, want uiterlijk is het meeste hetzelfde gebleven. Ik leef in hetzelfde huis, in dezelfde buurt, heb dezelfde familie, maar ik beleef het anders. Dat verbaast me nog regelmatig. Ik kan echt niet terug naar wie ik vroeger was. Er is een leven voor en een leven na Amanda.

De laatste tijd merk ik dat er ook in mijn houding ten opzichte van andere mensen dingen zijn verschoven. Het maakt uit of Amanda genoemd mag worden of niet. Voor mensen die haar nog doder zwijgen dan ze al is, kost ruimte maken in mijn hart heel veel moeite.

Ik hoorde van andere rouwenden dat zij sommige relaties op den duur verbraken. Toen ik dat hoorde, besloot ik dat ik dat wilde voorkomen. Ik wilde me open blijven stellen. Maar nu, meer dan twee jaar later, merk ik soms dat de rek eruit is en ik mijn hart vaker afsluit voor anderen. Dat vind ik moeilijk, het geeft nieuw verdriet.

Ik wilde er altijd voor iedereen zijn, hoe zij zich ook ten opzichte van mij gedragen. Dat lukte me door Gods genade ook heel vaak. Maar nu kan ik het soms niet meer opbrengen. Als ik haar moet verzwijgen, die zo reëel voor me is alsof ze hier nu haar tweede verjaardag zou vieren met feestmuts en taart, waarom zou ik dan naar hun verhaal luisteren?

Opnieuw heb ik genade nodig. Meer genade, meer begrip, meer ruimte in mijn hart. Want ik geloof toch dat we anderen moeten behandelen zoals we zelf behandeld willen worden. Niet zoals we zelf behandeld worden. Dat is een wezenlijk verschil, merk ik nu opnieuw en je kunt nooit weten waaróm mensen doen zoals ze doen. Vaak zit er een goede bedoeling achter, al kunnen goede bedoelingen dus ook goed pijn doen.

Dus ik buig opnieuw mijn hoofd, stort mijn verdriet en boosheid uit bij de God die het allang weet, om meer genade te ontvangen en meer liefde om er opnieuw te zijn voor die ander, hoe hij of zij ook met mij omgaat. En vervolgens ga ik opnieuw naar het graf van mijn dochter, die twee jaar had moeten worden als alles was gegaan zoals het hoort, zette een nieuw vlindertje neer en een verse bos lelies. Gefeliciteerd lieve kleine dochter van mij. En: doet U haar de groeten, Heer.

Opnieuw vraag ik me af waar de grens is tussen verdriet en zelfmedelijden. Of moet je misschien eerst door zelfmedelijden heen voordat je bij het verdriet kunt komen? Verzwijgen heeft in elk geval geen zin, want dat verstikt nog meer. Dus hier ben ik dan weer, broken but real en bereid om weer die weg te gaan om anderen met genade en woorden tegemoet te treden. Zelfs al zwijgen zij over mijn geliefde kindje, die uiterlijk vandaag twee jaar had moeten worden.

 

Mijn kleine lelie

IMG_8302

Consider the lilies, lees ik: Kijk naar de lelies in het veld. Deze mij o zo bekende woorden blijven doorklinken in mijn hoofd. Ik denk aan mijn eigen kleine lelie en denk in plaats van ‘kijk naar de lelies’: ‘kijk naar Amanda’. Hoewel het hier niet letterlijk over haar gaat, maar over bloemen, vind ik de vergelijking treffend.

Het zijn woorden van Jezus. Hij heeft het erover dat je je geen zorgen hoeft te maken, omdat God voor je zorgt. Maak je geen zorgen over eten en drinken, en ook niet over wat je aan moet, zegt Hij en dan staat er: ‘Kijk naar de lelies in het veld, hoe ze groeien; ze werken niet en spinnen niet; en ik zeg u dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet gekleed ging als één van deze.’ En nu ik dit overschrijf, denk ik meteen weer aan Amanda.

Amanda’s volledige naam is Susan Amanda. Susan betekent ‘lelie’ en Amanda betekent ‘gewenst’. De naam Susan kregen mijn man en ik allebei afzonderlijk in gedachten in de tijd dat we aan het bidden waren welke naam bij dit kindje zou passen. Dat vonden we bijzonder. Toen we de betekenis opzochten en erachter kwamen dat het lelie betekende, konden we er eigenlijk niet zoveel mee en parkeerden we het nog even. De baby zou voorlopig nog niet geboren worden, we hadden de tijd.

Totdat bleek dat ons dochtertje niet goed groeide in mijn buik en ze waarschijnlijk te vroeg geboren zou moeten worden. De zwangerschap werd zorgelijk en we deelden dat met onze familie en vrienden. Een van mijn beste vriendinnen appte me toen dat ze ons kindje een naam gegeven had, zodat ze gemakkelijker voor haar kon bidden. ‘Zolang ze in je buik zit, noem ik haar Lily’, zei ze, ‘dat betekent ‘kleintje’ in mijn moedertaal en het is ook nog gewoon een hele mooie bloem.’ Ik was diep ontroerd.

Kleine Lily, Susan Amanda, werd inderdaad te vroeg geboren. Niet omdat ze in gevaar was in mijn buik, maar omdat ze al was overleden voordat ze geboren kon worden. Ze heet Lelie en Gewenst. En nu hoor ik dus hier Jezus zeggen: Kijk naar de lelies. Kijk hoe mooi ze zijn. Ze bloeien maar kort, maar God heeft aandacht aan ze besteed en zelfs als niemand er naar kijkt, schittert zo’n bloem in eenvoudige en pure schoonheid.

Mijn eigen kleine Lelie was hier ook maar even. En toen we haar ontmoetten, werden we verrast door wat ze met ons deed. Onze harten stroomden vol met liefde, blijdschap en verwondering. Daar lag ons dochtertje en zoals je je kindje gewoon aanvaardt zoals het komt, zo omarmden wij dit kleine baby’tje vol liefde en tederheid. Ik vergeet nooit hoe mijn hart overstroomde van liefde en bewogenheid. Alsof mijn hart in een seconde groter werd. Er kwam ruimte voor moederliefde voor maar liefst vijf kinderen. En toen ik mijn man in de ogen keek zag ik dat bij hem hetzelfde was gebeurd. Wij waren opnieuw pappa en mamma geworden en ontmoetten onze dochter.

Wat was ze prachtig. Zo ontzettend mooi gemaakt. Zo klein als ze was, nog geen voldragen baby, was hier duidelijk een Meester aan het werk geweest. Ik heb uren bij haar wiegje gezeten, haar in mijn handen vastgehouden en vol verwondering en dankbaarheid naar haar gekeken, naar Zijn werk. Ondanks die diepe pijn dat deze dochter van mij niet meer leefde en daarmee een deel van mij zelf gestorven was, was ik ook zo ontzettend dankbaar dat Hij kennelijk de moeite voor haar had genomen. Om haar werkelijk wonderlijk mooi te weven zoals de psalm die ik tijdens mijn zwangerschap zo vaak las, het verwoordt.

Kijk naar de lelies in het veld. Het is alsof God zelf zegt: kijk naar Amanda, hoe ik haar heb gemaakt. Zo klein, te klein om te kunnen leven hier op aarde, maar toch met zoveel zorg. Handjes voetjes, neusje, oogjes, zelfs al wat haartjes en nageltjes op haar vingertjes en teentjes.

Mijn kleine lelie. Als ik aan jou denk, naar jou kijk, zie ik hoe groot God is. ‘Kijk naar de lelies in het veld, hoe ze groeien; ze werken niet en spinnen niet; en ik zeg u dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet gekleed ging als één van deze.’

IMG_8305

Wat jammer dat ze dood is

Ik ben bezig om het baby-album ter herinnering aan Amanda af te maken en ik kom alle briefjes tegen die mensen hebben geschreven bij wijze van condoleance-register. Ik plak ze tussen de foto’s. Er staan hele lieve dingen op. Bemoedigende woorden. Woorden voor ons en woorden voor Amanda. Woorden van medeleven. Woorden van volwassenen en van kinderen.

Het was fijn dat er ook kinderen bij de begrafenis waren. Er was van elk kind een vriend of vriendin en ook waren er een aantal neefjes en nichtjes. En deze kinderen schreven – daar waar wij wollig taalgebruik hanteren – gewoon op wat ze dachten: “Ik vind het jammer dat ik je niet gekend heb en dat ik je nooit zal zien.” “Wat jammer dat ze dood is.” “Wees blij, want ze is in de hemel.” En ook vind ik een beeldende tekening van een mensje onder de grond met zes huilende poppetjes erbij. Luguber en aandoenlijk tegelijkertijd.

Ik heb alle emotionele kracht die in mij is nodig om dit project te doen. Om de enige foto’s die er van haar zijn een plek te geven. De tranen stromen over mijn wangen terwijl ik de momenten opnieuw beleef die de foto’s laten zien. Hoe het was toen ze ter wereld kwam. Hoe we haar voor het eerst ontmoetten. Hoe we thuis kwamen en haar aan de kinderen lieten zien en aan onze ouders, zussen en aan mijn beste vriendinnen. Hoe we steeds even bij haar zaten toen ze in haar wiegje lag. En hoe we haar die maandag in haar mandje legden, de deksel sloten en meenamen naar de begraafplaats. De enige rit die we maakten met zijn zevenen.

En dan de wandeling naar het grafje. Mijn man die met een trapje het graf inging, het mandje met ons dochtertje erin van me overnam en voorzichtig neerzette in dat diepe gat. Zijn ogen vol verdriet en weerzin. Hoe hij er weer uitklom en we elkaar in de armen vielen. De wanhoop, de scherpe pijn, het immense verdriet. Nu ik dit type word ik opnieuw misselijk en ik herinner me weer hoe ik een paar weken nadien moest vechten tegen de drang om mijn kind weer op te graven. Bizar. Mijn verstand weet ook wel dat dat iets is wat je niet zou moeten doen, niet zou moeten willen.

Maar het is mijn kind dat daar ligt. Een deel van mij, van ons. En je kunt je kind toch niet zomaar ergens achterlaten? Het is nog steeds niet te bevatten en in deze weken herinneren we van alles alsof het gisteren was of vorige week. Het staat me zo ontzettend helder voor de geest.
Toen ik aan een vriendin vertelde dat alles weer zo duidelijk bij me bovenkwam, zei ze: dat is toch logisch. Als een van je andere kinderen jarig is, denk je toch ook altijd even terug aan het begin, de bevalling, aan hoe het allemaal was. Het is logisch dat je dat bij Amanda ook doet nu ze bijna jarig is.

En dat is ook zo. Ze is bijna jarig en we denken terug. We zoeken nog naar hoe we daar op een voor iedereen fijne manier invulling aan kunnen geven. Een van mijn kinderen opperde dat we een neptaartje konden kopen en dat dan bij het graf neer kunnen zetten. En dan elk jaar weer een nieuw taartje zodat je precies kunt zien hoe oud ze is geworden. Ik vind het een heel mooi idee en ik moet denken aan wat iemand een keer vertelde over wat de Joden doen. Elke keer als ze een graf bezoeken, leggen ze er een steentje neer. In de loop van de jaren komt er dan een hele hoop stenen te liggen. Het laat zien dat iemand niet vergeten wordt.

Rituelen blijken belangrijk te zijn. Belangrijker dan ik vroeger dacht. Het geeft houvast. En rituelen zeggen dingen die je met woorden niet kunt zeggen, vertelde iemand me vorige week. Een kaarsje branden is zo gek nog niet, daar kwam ik op Allerzielen en Wereldlichtjesdag al achter. Dus misschien doen we dat ook wel als ze jarig is. En ik denk dat we taart gaan eten, net als op andere verjaardagen. Want het is echt heel jammer dat ze dood is, maar we zijn wel blij dat ze heeft bestaan.

I will never forget

Last week I heard a beautiful song about the love of God for Israel. Basically it’s verses from Isaiah quoted and the words sounded pretty familiar to me. But then something deep happened when I heard the chorus and the second verse:

No I’ll never forget you.
I’ll never forsake you.
I will never forget my own.

Does a mother forget her baby.
Or a woman the child in her womb?
Yet even if she should forget
I will never forget my own.

The video clip shows a woman wearing dark clothes holding a small child in her arms. It evoked this deep longing in me and the dark clothes added to that as it reminded me of mourning.

But this song isn’t about me!
It is about God longing for His people and I knew that very well. Still, I couldn’t stop crying when the chorus was repeated:

No I’ll never forget you.
I’ll never forsake you.
I will never forget my own.

This is me. This is also me! The longing this chorus gives words to, describes how I feel about my stillborn baby. Somehow at that moment I felt that this verse from the bible was giving me permission to grieve, to feel this deep ache inside of me. Of course I know I don’t need permission for that, but sometimes people ask ‘If I am not over it yet’ and it makes me wonder if I am too dramatic and should feel differently. But here the bible clearly states that it is impossible for a mother to forget her baby. It gives a beautiful and accurate picture of what motherly love is.
And God’s love is even deeper. God is longing more for His people then a mother longs for her child.

I think it is mind boggling and I have spend quite some hours figuring out what this means. Listening to this song, letting the words sink in, figuring out what these feelings that were evoked are about, brought me to this amazing realization: Knowing how it feels to lose a child I so deeply love, longing for a child I will never get to meet in this life, actually now has brought me to understand more of the depths of God’s love.

Losing Amanda, longing for her, grieving over her, learning to live without her, trying to figure out what I believe and hope and live for, brought me to a deeper understanding of how desperately God longs for us to come closer to Him. And I am even more deeply convinced that He will never forget me, He will never forsake me. As I will never forget my dear baby girl.

About: Peter and Carin van Essen: Never forget, https://www.youtube.com/watch?v=SITAUTC6qTI

Jutten

For English click here

Het was gisteren negen maanden geleden dat onze kleine Amanda ter wereld kwam. Wat is er in die tijd veel gebeurd. ‘De dood van een baby is een hevige storm die het schip van het leven tot schipbreuk brengt. De weeouders zijn drenkelingen die verdwaasd en verwonderd zien dat ze nog leven. Hun schepen zijn gestrand. Van drenkelingen worden ze jutters. Ze zoeken naar wat nog bruikbaar is. Ze zoeken naar manieren om hun schip weer in balans te brengen.’ Deze woorden van Anita Witzier beschrijven pijnlijk precies het proces waar we in zitten.

Toen Amanda stierf, raakten we alle oriëntatie kwijt. Het was inderdaad alsof we schipbreuk hadden geleden en ons vervolgens realiseerden dat we het hadden overleefd en ronddobberden op een brokstuk. We vroegen ons verbijsterd af hoe we verder moesten, wat we moesten voelen, hoe we hiermee om moesten gaan. We begonnen te jutten: Wat is nog bruikbaar van alles wat we hebben meegekregen, verzameld, opgebouwd, geloofd, gedaan in ons leven? Nu kwam het er op aan. En tegelijkertijd: nu gaat het om overleven. We klampten ons vast aan wat nú belangrijk leek. Wat zijn we veranderd. Of misschien wel juist niet. Misschien zijn we wel meer onszelf geworden.

Want hier zit ik dan en ik schrijf. Eindelijk schrijf ik. Ik ben altijd al een schrijver geweest, maar ik was te bang om te zeggen wat ik denk en die angst heeft me ervan weerhouden om te publiceren. Maar in juli hield ik het niet meer, wilde ik de woorden delen die ik probeerde te vinden voor wat er in mij leeft. Misschien omdat gedeelde smart inderdaad wel halve smart is en schrijven haalt bij mij de druk van de ketel.

Ik ben bezig met het baby-album van Amanda. Om er de juiste teksten bij te kunnen schrijven, heb ik een deel van mijn dagboeken zitten lezen. Het is bizar om te lezen dat wat ik dacht toen ik zwanger was en dingen die ik deed in die tijd me achteraf hielpen bij het jutten.

Zo las ik tijdens mijn zwangerschap het boek The Shack van Paul W. Young, waarin een man zijn vijfde(!) kindje verliest door een gruwelijk misdrijf. Sinds haar dood worstelt hij met ‘the great sadness’ (wat een prachtige omschrijving voor het gevoel dat me soms verlamt als er weer een golf van verdriet over me heen is gekomen) en is zijn geloof allesbehalve persoonlijk en intiem. Young weet levensvragen meesterlijk ter sprake te brengen en geeft verrassend weer hoe je beeld van God gekleurd kan worden door je ervaringen. Young laat ook zien dat God in werkelijkheid veel groter is en dat er in dit leven geen antwoord is op: Waarom? Maar wel op: Bent U er?

Na Amanda’s dood heb ik The Shack nog een keer gelezen in het Nederlands (DeUitnodiging) en afgelopen week hebben Henk en ik de verfilming van het boek zitten kijken. Wat me keer op keer, en niet alleen door dit verhaal van Young, duidelijk wordt, is dat het oké is wat we voelen, wat we denken, waar we zijn. En dat het goed is om je hart bij God te luchten. Hij kan ertegen en Hij is bij ons.

We zijn inderdaad jutters en moeten opnieuw ons vertrouwen en onze koers zien te vinden. We leggen eigenlijk een weg af. Het verdriet blijft niet hetzelfde. Het verandert. Er komen nieuwe aspecten van aan de oppervlakte. Soms heel rauw, soms bitterzoet. Maar toch groeit er ook nieuw vertrouwen. Er is ontwikkeling. Het is niet meer hetzelfde als vroeger en ook niet als vlak na Amanda’s dood.

Als je nu aan me vraagt hoe het met mij gaat, vind ik het nog steeds moeilijk om antwoord te geven. Het gaat wel. We leven, doen de goede dingen, we huilen als we moeten huilen, lachen ook om dingen die mooi en goed of gewoon grappig zijn. Amanda maakt deel uit van ons leven, ons gezin. En we leven ‘gewoon’ verder. Veranderd verder. We proberen vast te houden aan het woord dat in deze kersttijd over de hele wereld herhaald wordt: Immanuel: God met ons. En jutten verder.

Baby-album

For English, click here

Ik was in de Hema vanmorgen en ik heb een roze foto-album gekocht. In precies hetzelfde formaat en met dezelfde lay-out als de baby-albums van mijn andere kinderen.

We waren op stap voor Sinterklaascadeautjes en daar in de Hema had ik het gevoel dat ik dit moest doen. Dat het de tijd was om een mooi boek uit te kiezen voor mijn vijfde kindje. Tranen liepen over mijn wangen. Ook van ontroering en trots op de een of andere manier. Dat ik dit nu aandurfde.

Bij de andere kinderen was ik al vóór de geboorte begonnen met een album. Ik plakte er de ‘Gefeliciteerd! Zwanger!’-kaartjes in, foto’s van de echo’s en van mijn groeiende buik. En ik plakte er fragmentjes uit mijn dagboek bij waarin ik mijmer of bid voor mijn ongeboren kindje. En ik schreef op welke cadeautjes het kindje al had gekregen van de opa’s en oma’s en ooms en tantes. Na de geboorte kwamen dan de baby-foto’s erbij.
Voor Amanda was ik voor haar geboorte nog niet aan een album begonnen. Iets hield me tegen.

Nu heb ik de foto’s van haar echo’s nog voor in mijn agenda in een doorzichtig mapje zitten. Ik kom ze steeds weer tegen. Maar het jaar loopt af, mijn agenda voor het nieuwe jaar heb ik al bijna vaker nodig dan die van 2017 en ik weet bijna zeker dat ik ze daar niet opnieuw in zal doen. De foto’s van mijn dikke buik hebben we pas genomen nadat we wisten dat Amanda overleden was en in mijn dagboek had ik de citaten nog niet uitgezocht, hoewel ik veel geschreven heb tijdens mijn zwangerschap. De foto’s van na haar geboorte liggen in een showmapje op haar kamer, samen met de akte van haar geboorte en overlijden, ons trouwboekje met de namen van onze vijf kinderen en het afdrukje van haar voetjes.

Maar nu heb ik een echt baby-album. Ik wil beginnen met het inplakken van de bewijzen van hoe welkom ze was en geliefd, al voordat ze was geboren. Ik ben er blij mee en tegelijk vullen mijn ogen zich met tranen als ik er aan denk wat me te doen staat. Het zal moeilijk worden om deze dingen in te plakken.

De albums van mijn andere kinderen begon ik al voor hun geboorte met de woorden: ‘plakboek voor mijn eerste (2e/3e/4e) kindje’. En na de geboorte schreef ik dan zo mooi ik kon hun namen op met daarbij de woorden: ‘geboren op … om … uur’. Ik vond dat heel bijzonder om te doen. Een soort bevestiging van wat er was verrijkt in ons gezin en van hoe bijzonder dit kindje voor mij is.

Maar nu. ‘Plakboek voor mijn vijfde kindje, Susan Amanda Marsman, geboren op 22 maart 2017 om 23:09’? Dat gaat niet. Ik kan het niet voor haar doen. Ze zal er nooit in kijken, zoals haar broers en zussen steeds weer doen in hun eigen album. Ik kan de herinneringen niet meer voor haar opschrijven.
Toch wil ik een album vullen. Als herinnering aan haar korte bestaan. Als monument van mijn liefde voor haar. En als erkenning voor wie zij was en is. Manu Keirse zei in het programma ‘De Verwondering’ van afgelopen zondag (27 november 2017, kijktip!) over een andere moeder: ‘Ook al zijn haar twee kinderen overleden, toch blijft ze altijd de moeder van die twee kinderen.’ En zo zal dit roze foto-album het baby-album worden ter herinnering aan mijn vijfde kindje, Susan Amanda Marsman. Want dat is ze en zal ze altijd blijven. Ons vijfde kindje.

Ploegen door de modder

For English click here

Ik loop langs het water over een glibberig, modderig pad. De wind waait wild en de wolken zijn grauw grijs. Er dreigt regen en alles bij elkaar is dit precies wat ik nodig heb. Koude wind, miezerige regen, klotsend water, modderig pad waarover ik voorzichtig moet lopen om niet uit te glijden. Zo voelt mijn leven ook.

Ik heb zojuist een kaartje in de brievenbus gedaan bij iemand die weet dat het einde nadert. Ik weet niet of die persoon er prijs op stelt, maar ik wil gewoon laten weten dat ik aan hen denk, voor ze bid. Ik weet niet eens of dat gezin God kent en gelooft.

Terwijl ik mijn wandeling maak, vraag ik me af waarom ik dat kaartje eigenlijk geschreven heb. Dat modderige, glibberige paadje is zoals mijn leven lijkt te zijn. En dat geldt niet alleen voor mij. Ook voor hen. Voor vele anderen en misschien ook wel voor jou.

Ik denk dat ik gewoon de hand wilde reiken. Om samen die paadjes te lopen. Zodat ik je hand kan grijpen als je dreigt weg te zinken in de modder of als je er bijna over uitglijdt. Zoals ik Goddank ook mensen heb die niet bang zijn om door die modder mee te glibberen en die me de hand reiken als ik gevallen ben of me heb laten meesleuren.

Iemand stuurde me een lange tekst over rouw. Eén van de dingen die me daarin trof was de opmerking dat het leven bestaat uit een lange serie verliezen. Het is eerder bijzonder als het leven kalm is dan dat het vol crises is.

Er stond ook in dat het goed is om verdriet onder ogen te komen en te laten zien, omdat we ook daarin uniek zijn. Ik vond dat wel apart. En ik vind het bevredigender dan het cliché ‘ieder rouwt op zn eigen manier, niets is goed of fout’, een zin die ik het afgelopen half jaar talloze keren gehoord heb. En waar ook wel waarheid in zit (hoewel ik niet weet hoe verlangen naar whiskey en sigaren echt goed te noemen is), maar het klinkt in mijn oren eigenlijk als: ‘het kan mij niet schelen hoe jij je verdriet beleeft’. Het geeft me een eenzaam gevoel.
Maar dat we ieder uniek zijn en ons verdriet dus allemaal uniek beleven, en ook daarin iets van Gods veelkleurigheid laten zien, dat geeft me een gevoel van ruimte voor verbondenheid. En vandaar dat ik nu hierin mijn verdriet wil laten zien.

Ik ploeg door de modder en kijk uit dat ik niet val, uitglijd of wegzink. Als jij dat ook aan het doen bent, weet dan dat je niet de enige bent en dat jouw verdriet gehoord en gezien mag worden.