We are not alone

Het is twee jaar geleden vandaag dat we de meest vreselijke boodschap hoorden die je maar kan krijgen over je kind: ‘Het spijt me, …’

De dood kwam nog nooit zo dichtbij. Binnenin mij was onze dochter gestorven.

Onze dochter is nog steeds gestorven. Wij zijn ouders van een overleden kind. En wat dat betekent, weet je niet als je het net gehoord hebt. Wij dachten dat dit iets was wat je even verwerkt. Waar je even doorheen moet, wat je moet doorstaan. We realiseerden ons niet dat als je kind sterft, er een hele toekomst sterft en je de rest van je leven ouders blijft van een persoon die je niet kunt leren kennen. Een meisje dat deel uitmaakt van je gezin zonder dat ze erbij is. Dat is werkelijk heel apart en pijnlijk. Maar je zult er mee moeten leren leven, dus dat zijn we maar gaan doen. Daar zijn we mee bezig.

‘Je moet ruimte houden’, zeiden mensen die het konden weten tegen ons. Houd ruimte voor de momenten waarop verdriet je ineens overvalt. Zodat je dat even toe kunt laten als dat nodig is. Dat deden we. De eerste weken wandelden we elke dag. Samen. We probeerden te vertellen wat we dachten en voelden, voor zover we wisten wat we dachten en voelden. We probeerden te blijven communiceren zodat we in elk geval open lijnen hadden tussen ons.

Ik dank God nog steeds voor dat heldere moment vlak na de doodstijding. Ik was zo bang dat ons huwelijk dit, na alles wat we al hadden meegemaakt, alsnog de kop zou kosten. Ik besefte dat het cruciaal was om te rouwen zoals ik nodig had en hem de ruimte te geven om te rouwen zoals hij nodig had én daarbij te blijven vertellen wat ik denk en voel, zonder te verwachten dat hij hetzelfde denkt, hetzelfde ervaart. We gaven elkaar de ruimte terwijl we wel steeds mededeelzaam probeerden te zijn. We ontdekten dat we toch veel gevoelens en gedachten deelden, ook al uitten we ons heel verschillend.

Vandaag wandelden we weer en herinnerden elkaar aan twee jaar geleden. Hoe we toen wandelden en niet wisten hoe we verder moesten. Hoe verdriet nog steeds op de vreemdste momenten de kop op steekt. Hoe alles wat we geloofden overhoop werd gehaald en we helemaal opnieuw ons geloof, ons doel, onze identiteit terug moesten vinden en alle vanzelfsprekendheid verdwenen was.

Eigenlijk was het enige wat voor mij overeind bleef staan, het lied dat een vriendin me stuurde op de dag van haar dood: ‘We are not alone, we are not alone, we are not alone, God is with us’. Dat lied luisterden we twee jaar geleden keer op keer als we het niet meer zagen zitten. Dat liedje luister ik vandaag weer, omdat ik geloof dat het waar is, ook al zegt mijn gevoel vaak iets anders.

Volmaakte weg

gebroken hart beeld

Gisteren speelde en zong ik in de kerk. Ik vind dat heerlijk om te doen, maar met sommige liedjes heb ik het moeilijk. Zoals ‘Good, good Father’ dat we deze keer zongen. Ik vind dat een mooi, maar pijnlijk lied, zeker sinds Amanda overleden is.

You are perfect in all of Your ways.
You are perfect in all of your ways.
You are perfect in all of your ways to us.

Ik stond ’s ochtends op tijd op om tijd met God te hebben. Dat doe ik op de meeste ochtenden: ik sta vroeg op en ga naar beneden. Terwijl de kinderen nog slapen of op hun kamer lezen/spelen, zet ik koffie en ga zitten om de bijbel te lezen, erover na te denken en te bidden. Een tijdlang kostte me dit enorm veel moeite, maar inmiddels is het de fijnste tijd van de dag, hoewel het vaak ook pijnlijk confronterend is.

Ik heb net Job twee keer helemaal gelezen, met heel andere ogen. Vroeger las ik het als een verhaal over iemand die net als ik heel ziek was. Het grommen van de pijn klinkt er duidelijk in door en ik herkende dat. Maar nu zie ik ineens de vader die rouwt om zijn kinderen. Ik voel en zie de pijn die ik nu ook ken. De diepe pijn van het verlies van een kind. Een pijn die nog steeds met geen pen te beschrijven is.

Inmiddels ben ik bij de Psalmen aangekomen en ik ben zo dankbaar dat daarin, net als in Job, zoveel uitroepen van wanhoop te vinden zijn. Dat mag dus: je pijn, je rauwe aanklachten: “God! Waar bent U?!”, al je ellende voor de voeten gooien van je Schepper. Hij kan het aan. Hij voelt zich niet bedreigd of beledigd door mijn emoties.

Ik begon er ooit een liedje over:

Bij U ben ik thuis, kan ik rustig ademhalen.
Bij U ben ik veilig, U kent me door en door.
Bij U ben ik thuis, kan ik rustig ademhalen, gewoon mezelf zijn.
U bent vertrouwd met al mijn wegen.
Er is niets dat U verbaast, niets dat U verrast.

Verder dan dit geschrijf kwam ik destijds niet, maar het melodietje kwam weer in mijn hoofd toen ik de Psalmen las. Misschien komt dat lied er nog wel een keer. Want hoe belangrijk is dit eigenlijk wel niet! Dat je weet dat je met al je pijn, boosheid, bitterheid, ellende, naar God toe kan gaan. Ik ben er dankbaar voor. De boosheid zit zo diep in mijn hart. Ik ben eigenlijk zo onwijs boos om wat er is gebeurd. Eerst jaren wachten voordat ik eindelijk zwanger ben. Dan ontdekken dat het niet goed gaat met mijn kindje en vervolgens ontdekken dat ze overleden is. Gaandeweg heeft een deel van mij er vrede mee gekregen. Want het gaat goed met Amanda en dat is wat ik wil. Maar daarnaast is er ook iets afgescheurd, schijnbaar onherstelbaar beschadigd in mijn hart.

De tijd heelt alle wonden, zeggen ze. Maar ik merk er nog niets van. Nog steeds lijkt mijn verdriet eerder groter dan kleiner te worden en een beetje wanhopig vroeg ik een lieve vrouw uit mijn kerk, die tien jaar geleden haar pasgeboren zoontje moest begraven: “Wordt het ooit minder? Die diepe scherpe pijn?” En ik wijs naar een plek in de buurt van mijn hart en zij wijst naar precies dezelfde plek op haar lichaam en zegt: “Nee. Het doet nog steeds zóveel pijn. Misschien neemt God de pijn ook wel niet weg, maar Hij gaat er wel zijn weg mee.”

Ik had het er met mijn man over op een dag dat ik ineens weer heel veel moest huilen -wat ik gelukkig niet meer dagelijks doe. Ik zei: “ik dacht eigenlijk dat het zoiets was als het breken van je arm. Dat doet onwijs zeer en dan, nadat het is gezet en het gips eromheen zit, zeurt dat nog een aantal dagen flink, maar na verloop van tijd geneest het en is vaak het bot sterker dan voorheen. Zo voelt het helemaal niet. Ik mis haar eigenlijk altijd. Ze is meestal niet op de voorgrond, maar juist op de achtergrond zo afwezig aanwezig.”

“Ja,” zegt mijn man. “Je moet het ook niet vergelijken met het breken van je arm maar met amputatie.”

Nu heb ik lichamelijke amputatie zelf niet meegemaakt, dus ik wil voorzichtig zijn. Als jij dit wel meemaakte: reageer alsjeblieft als ik de plank missla. Ik stel me voor dat als je arm is afgezet, je zeker verder kunt leven, maar ook dagelijks meermalen tegen je gemis aanloopt. Je kunt functioneren, bent creatief, vindt manieren om te compenseren voor je ontbrekende arm, maar je voelt ook het gemis, ziet bij anderen twee functionerende armen, wat je soms jaloers maakt en je zou willen dat je weer gewoon piano, gitaar, fluit of whatever kon spelen, kon koken, kon tennissen, of wat je anderen ook maar met twee armen ziet doen. En soms, bij veranderende weersomstandigheden, bepaalde herinneringen of een botsing met een ander persoon of een keukenkastje, steekt ook lichamelijk die pijn weer de kop op. Net zo heftig als in het begin.

Als dit ongeveer klopt, dan voelt het verlies van ons kleine meisje inderdaad als amputatie. Ik leer ermee leven. Ik kan functioneren. Ik geniet op sommige momenten bewust intenser omdat ik weet hoe kwetsbaar het leven is. Maar die diepe scherpe pijn is niet verdwenen, steekt op ongewenste momenten de kop op. En ik denk dat ik dan maar gewoon moet doen wat de mensen deden die de Psalmen schreven: het uitschreeuwen naar God. Eerlijk zijn over wat ik voel en ondertussen proclameren wat ik diep in mijn hart wel weet, ook al doe ik het nu nog mopperend en moet ik er een drempel van tegenzin voor over: You are perfect in all of Your ways.

Of, zoals ik laatst bij een bruiloft moest zingen, omdat het bruidspaar dat lied had uitgekozen: Heer ik wil Uw liefde loven, al begrijpt mijn ziel U niet. Zalig hij, die durft geloven, ook wanneer het oog niet ziet. Schijnen mij uw wegen duister, zie ik vraag U niet: waarom? Eenmaal zie ik al uw luister, als ik in Uw hemel kom! Met daarbij de kanttekening dat ik dus wél vraag waarom, omdat ik lees dat Job dat doet en David dat doet, en omdat die vraag nou eenmaal in mijn hart leeft en ik eerlijk wil blijven. Toch is dat toevertrouwen aan God, ook al begrijp je er niets van, alleen mogelijk als ik geloof dat Zijn weg uiteindelijk de beste is.

Het leven mag dan verre van perfect zijn en mijn leven gebutst, gebroken en krom. Als Zijn wegen perfect zijn, dan leiden ze ergens heen. En dan is het echt waar: bij U ben ik veilig, kan ik rustig ademhalen. Dus lees ik nog maar een Psalm en voel de pijn en de vreugde en ontdek dat dit is wat mij mens maakt. Broken but real. En met een anker in de God die volmaakt is in Zijn weg met mij, ook al voelt dat helemaal niet zo.

Op de foto bovenaan deze blog zie je een beeld van de artiest Albert György. Het beeld staat in Zwitserland, bij Lake Geneva. De foto werd de afgelopen weken op diverse Facebookpagina’s geplaatst in het kader van ‘bereaved parents month’ en het beeld raakte me enorm.

Wat als je het er allemaal gewoon laat zijn

Soms weet ik het allemaal even niet meer. Dan staat verdriet zo pal voor m’n neus dat ik even niets anders meer kan zien. Het grijpt me naar de keel en beneemt me de adem. Ik wil rennen of heel boos worden of verslavende dingen gaan doen. Ik weet niet wat ik ermee moet en het liefst druk ik het weg. Diep weg.

Het komt op de gekste momenten opzetten, dat verdriet. Ik loop de trap op naar boven, ruik iets en poef! Ineens ben ik een jaar terug in de tijd, is het alsof ik net bevallen ben en Amanda nog op de babykamer ligt. In haar wiegje. Stil. Dan besef ik: ja! Ik heb verdorie nog een kind. Waar is ze nou?

Op zo’n moment is het zó reëel dat ik er verbaasd over ben. Want op andere momenten geniet ik gewoon van het leven en ook denk ik niet elke seconde van de dag bewust aan haar. En toch, als ik eerlijk ben, is het wel altijd sluimerend aanwezig. Als een draadje dat overal doorheen geweven zit en je er niet tussenuit kunt trekken.

‘Wat als je het er allemaal gewoon laat zijn. Dat je tegen God zegt hoe je je voelt. Hoe verdrietig je bent. Hoe moeilijk je het allemaal vindt. En dat je dan gewoon blijft zitten en God komt naast je zitten en slaat een arm om je heen.’

Dat is wat een lieve vrouw een paar weken geleden tegen me zei toen ik haar vertelde dat ik niet wist hoe ik nou om moest gaan met die diepe pijn vanbinnen terwijl ik er ook gewoon voor de kinderen wil zijn, mijn werk wil doen, het leven wil leven. Haar antwoord werkte bevrijdend. Het deed me denken aan Just be held, een lied dat ik heel vaak luisterde in de eerste weken na de geboorte van Amanda.

Ja. Wat als ik het er allemaal gewoon laat zijn? Dan voel ik de gebrokenheid. De gebrokenheid van mijn eigen hart, mijn leven. Dan voel ik hoe kwetsbaar ik ben en besef ik dat ik eigenlijk heel veel vragen heb. Waarom? Hoe zou ze nu zijn geweest? Hoe moet ik verder? Hoe help ik mijn kinderen? God, bent U er echt?

Als ik het er allemaal gewoon laat zijn, eerlijk word en God probeer toe te laten, dan besef ik dat God inderdaad naast me staat. Dat Hij luistert. Dat ik eigenlijk alleen maar mezelf hoef te zijn, mét mijn pijn en mijn vragen, ín mijn gebrokenheid en kwetsbaarheid. Precies de reden waarom deze website ‘broken but real’ heet.

Ik weet niet precies wat God dan gaat doen. Dat is ook de reden waarom ik het zo moeilijk vind, een beetje eng zelfs. Maar de keren dat ik het probeerde, om ‘alles er gewoon maar te laten zijn’, merkte ik wel dat Hij er was. Dat hij me hier écht doorheen wil dragen, al is me niet duidelijk waarom de dingen zijn gegaan zoals ze zijn gegaan en waarom er ook op dit moment van alles aan de hand is in onze levens.

Laatst vond ik een boekje dat mijn aandacht trok vanwege de titel: ‘Al treft u ’t felst verdriet’. Het werd in 1674 geschreven door John Flavel, iemand die vele geliefden moest begraven, waaronder een kind. Vanuit zijn geloof probeert hij te bemoedigen: ‘probeer het juk dat God op uw schouders heeft gelegd niet overhaast af te schudden. U moet niet vóór Gods tijd verlost willen worden van uw verdriet. Volhard in lijdzaamheid. Als God troost schenkt op Zijn tijd en wijze, is die troost vaak duurzaam en heilzaam.’

Ik moest huilen toen ik dat las en ik zag het verband met wat die vrouw tegen me zei. ik probeer mijn verdriet inderdaad steeds weer van me af te schudden. Ik probeer door te leven alsof er niets is gebeurd. Maar het is beter om het verdriet en de pijn er gewoon te laten zijn en God daarin naast me te laten zitten. Ook al krijg ik misschien geen antwoorden op mijn vragen. Ook al veranderen situaties niet altijd, blijven ziekte, dood, pestgedrag, echtscheidingen en allerlei andere ellende bestaan. Omdat we gebroken mensen zijn. Die er allemaal gewoon mogen zijn.

Je moet besluiten om het los te laten

For English, click here.

Ik weet dat het waar is. Dat God er altijd is. Dat Hij me door het diepe dal van de dood zal leiden. Dat er een moment zal komen dat ik in staat ben om te zeggen dat Hij mijn rouw in reidans heeft veranderd. Is het niet nu, dan zeker straks als ik in de hemel kom. Ik weet dat op de momenten waarop ik Hem niet voel, en het verdriet allesoverheersend is, als een mist waar je niet doorheen kunt kijken, dat op die momenten Hij er toch nog steeds is. En dat Hij me zelfs draagt, zoals dat staat in dat mooie gedichtje over voetstappen in het zand.

Maar ik ben daar nog niet, al ben ik wel verder gekomen. Ik word niet meer zo vaak compleet overweldigd door verdriet als in het begin, in de weken nadat we onze dochter hadden begraven. Maar besluiten om je verdriet los te laten, blijkt een voortdurend proces te zijn van stapje voor stapje, stukje voor stukje.

Dit proces begon toen de echo ons liet zien dat ons kleine meisje niet zo goed groeide. We baden steeds opnieuw, vertrouwden haar steeds weer aan God toe en hoopten dat ze zou groeien en bloeien. Maar een paar weken later liet de echo totale stilte zien.
We werden overspoeld door gevoelens die we niet kenden en riepen: Nee, nee, nee, God, nee!

God was daar. We gingen naar Hem toe in onze wanhoop en ongeloof. We beseften de verschrikkelijke waarheid maar tegelijkertijd waren we niet in staat om het als waar aan te nemen. We vroegen: God, hoe vertellen we dit aan de kinderen? God, heeft ze geleden? God, waarom moest ze sterven? En ook bleven we herhalen: ze is van U Heer. Ze was van U vanaf haar allereerste begin en nu is ze al bij U. Ze hoort bij U. Er is geen betere plek. Ik vertrouw haar aan U toe.

Twee dagen later moest ik haar ter wereld brengen. Ze zag het licht niet, haar ogen zagen helemaal niets. We hoorden haar niet huilen. We zagen haar niet bewegen. Ik huilde. Zij niet. En terwijl ik haar kleine, tere lichaam vasthield, wist ik dat ik haar moest laten gaan en ik hief mijn handen met haar erin omhoog. Ik droeg haar steeds weer op aan God: ik geef haar aan U Heer, ik laat haar gaan. Ik geef me over. Dit is zo moeilijk, Heer. Ik wil haar vasthouden, koesteren, voeden, liefhebben, kusjes geven en alles geven wat ze maar nodig heeft. Maar ze kan het niet ontvangen. Ze is al bij U.

Na een paar dagen waarop we haar in ons gezin konden verwelkomen, waarop we haar konden vasthouden, foto’s konden maken en haar konden laten zien aan familie en vrienden, moesten we haar uiteindelijk begraven. We deden haar in een babyroze mandje, droegen haar naar het graf en bedekten het met rozenblaadjes. Het was vreselijk. Iedere vezel in mij schreeuwde: Nee! Hoe kan ik mijn kind alleen achterlaten? Ik voelde me totaal verwilderd. Onwezenlijk. Het was uiteindelijk op pure ratio dat ik in staat was om op te staan en weg te lopen terwijl ik vocht tegen de drang om terug te lopen en haar weer mee te nemen. Mijn kind. Mijn kind. Ik moet je laten gaan.

Vandaag is het precies elf maanden geleden dat ze geboren werd. Een tijdje geleden vroeg ik een andere ‘wee-ouder’: “Soms is de pijn zo overweldigend diep dat het lijkt alsof ik geen lucht meer krijg. Herken je dat?” Hij antwoordde: “Ja, maar je moet besluiten om het te laten gaan, om het los te laten.” En hij citeerde Mattheüs 11:28-30, verwees me naar Jezus om rust te vinden voor mijn ziel.

In eerste instantie voelde ik me veroordeeld door zijn woorden. Ik vatte het zo op dat ik het gewoon maar achter me moest laten, negeren, doorgaan. Maar in de afgelopen weken ben ik gaan inzien dat als verdriet me overvalt, ik inderdaad een keuze heb. Wat doe ik als rouw me overspoeld als een golf dat gewoon te groot is om opzij te springen? Word ik passief en laat ik verdriet me helemaal beheersen, of word ik actief, huil ik uit bij de Heer, geef ik uiting aan mijn verdriet en geef ik het opnieuw aan Hem over?

Op sommige momenten ben ik daar nog niet. Soms ben ik gewoon niet in staat om het weer los te laten en houd ik vast aan mijn verdriet door maar snel wat anders te gaan doen, te proberen om er niet aan te denken, mezelf te verdoven. Maar op andere momenten ben ik daar wel en dan hef ik in gedachten opnieuw haar lichaampje omhoog naar de hemel en zeg ik opnieuw dezelfde woorden: Heer, ik geef haar aan U. Ze was van U vanaf het allereerste begin. Ik ben blij dat ze niet meer hoeft te lijden. Ik ben dankbaar dat ze compleet, heel is bij U.

Ik ben erachter gekomen dat dit niet een eenmalige actie is. Dit is iets wat ik nog best wel eens een heleboel keren zal moeten doen want in de loop van de tijd missen we haar op andere manieren en ons verdriet en het gemis verandert. Vandaag is het de baby die we missen. En over een jaar zou ze een peutertje zijn geweest en missen we waarschijnlijk een peuter. En iedere keer dat ik me ervan bewust ben dat ik haar mis, iedere keer dat ineens die diepe pijn weer vanuit het niets naar boven komt, me de adem benemend, kan ik besluiten om het weer te laten gaan. En als ik daar nog even niet ben, hoop ik dat het me snel weer lukt. Want ik wil besluiten om het los te laten.

I will never forget

Last week I heard a beautiful song about the love of God for Israel. Basically it’s verses from Isaiah quoted and the words sounded pretty familiar to me. But then something deep happened when I heard the chorus and the second verse:

No I’ll never forget you.
I’ll never forsake you.
I will never forget my own.

Does a mother forget her baby.
Or a woman the child in her womb?
Yet even if she should forget
I will never forget my own.

The video clip shows a woman wearing dark clothes holding a small child in her arms. It evoked this deep longing in me and the dark clothes added to that as it reminded me of mourning.

But this song isn’t about me!
It is about God longing for His people and I knew that very well. Still, I couldn’t stop crying when the chorus was repeated:

No I’ll never forget you.
I’ll never forsake you.
I will never forget my own.

This is me. This is also me! The longing this chorus gives words to, describes how I feel about my stillborn baby. Somehow at that moment I felt that this verse from the bible was giving me permission to grieve, to feel this deep ache inside of me. Of course I know I don’t need permission for that, but sometimes people ask ‘If I am not over it yet’ and it makes me wonder if I am too dramatic and should feel differently. But here the bible clearly states that it is impossible for a mother to forget her baby. It gives a beautiful and accurate picture of what motherly love is.
And God’s love is even deeper. God is longing more for His people then a mother longs for her child.

I think it is mind boggling and I have spend quite some hours figuring out what this means. Listening to this song, letting the words sink in, figuring out what these feelings that were evoked are about, brought me to this amazing realization: Knowing how it feels to lose a child I so deeply love, longing for a child I will never get to meet in this life, actually now has brought me to understand more of the depths of God’s love.

Losing Amanda, longing for her, grieving over her, learning to live without her, trying to figure out what I believe and hope and live for, brought me to a deeper understanding of how desperately God longs for us to come closer to Him. And I am even more deeply convinced that He will never forget me, He will never forsake me. As I will never forget my dear baby girl.

About: Peter and Carin van Essen: Never forget, https://www.youtube.com/watch?v=SITAUTC6qTI

Zegen dit zooitje

For English, click here

Vanmorgen keek ik een aflevering van ‘ik mis je’ en hoorde mensen praten over hoe belangrijk de overledene voor hen was en over hoe fijn het is om even over ze te praten en dat er iemand wil luisteren. Ik herken dat. En opnieuw ben ik ook verbaasd. Amanda heeft iets meer dan zes maanden geleefd en alleen binnenin mij. Toen ze geboren was, was ze al enkele dagen overleden.
Toch heeft ze zoveel teweeg gebracht. In mij, in ons huwelijk, in ons gezin, in onze omgeving, ons geloof, ons leven. Het leven is niet meer hetzelfde en zal ook niet meer hetzelfde worden.

Gisteren zong ik voor het eerst sinds Amanda werd geboren, weer vooraan in de kerk. Ik merkte dat ik sterker ben geworden, meer mezelf, krachtiger. En tegelijkertijd ook kwetsbaarder. Ik wist dat ik zomaar in huilen uit zou kunnen barsten maar degene met wie ik zong, wist dat ook en zou het overnemen als het nodig was.

De liederen zijn ook niet meer hetzelfde. Dat wil zeggen: ze voelen niet meer hetzelfde en betekenen niet hetzelfde als eerst. Zo zongen we het lied Oceans: ‘Spirit lead me where my trust is without borders, let me walk upon the waters, wherever you would call me.’

Nou, dat heeft Hij gedaan. Ik heb op water gelopen, so to speak. Ik heb grenzeloos vertrouwen nodig om uberhaupt te kunnen leven en blijven geloven en ik vind het nog best moeilijk om te zingen: wherever you would call me. Waar U me ook roept, door welke omstandigheden het leven ook leidt. Ik zal op U vertrouwen.

Toch is dat precies wat ik heb gedaan, geprobeerd te doen en ik zal het blijven proberen, mede door wat er in een van de coupletten staat: ‘You’ve never failed and You won’t start now.’ Ik heb het gisteren met luide stem gezongen en ik spreek het mezelf even zo hard toe als ik weer wanhoop aan de toekomst, of verbijsterd terugkijk naar de afgelopen maanden. U hebt mij nog nooit in de steek gelaten en U gaat dat ook nooit doen.

En dus zing ik. Niet omdat ik het allemaal op een rijtje heb en alles zo goed weet. Maar omdat ik geloof en omdat ik weet dat ik het hier op aarde nooit allemaal op een rijtje zal krijgen.

Mijn favoriete gebed de afgelopen jaren was: Lord, bless this mess. Omdat met al mijn kinderen en al die verschillende problemen om mij heen, controle houden onmogelijk bleek te zijn. En ik juist daardoor leerde dat het om te beginnen al niet de bedoeling was dat ik controle had, maar dat ik God de controle zou geven.

En nu mijn leven nog meer een zooitje is geworden door het verliezen van ons dochtertje, problemen die onverminderd aanwezig zijn gebleven, kinderen die opgroeien tot individuen met een eigen geluid en karakter, een lichaam dat nog altijd niet zo werkt als ik zou willen, blijft het mijn gebed dat God ons zooitje zegent. En houd ik me vast aan die zin: You’ve never failed and You won’t start now. 

https://youtu.be/FBJJJkiRukY


Voort blijven gaan

For English click here

Een half jaar geleden werd ze geboren. Perfect gevormd, met grote voetjes net als haar vader, lange bovenbeentjes net als haar broers en zussen. Echt ons kindje. Zo geliefd, kostbaar en gewenst: Amanda Marsman. Geboren op 22 maart, maar al voor haar geboorte overleden.

Ik vind deze weg van rouw zwaar en eenzaam en moeilijk. Vaak vind ik het ook moeilijk om te schrijven, omdat ik de woorden niet vind, of omdat het gewoon te zwart is wat ik denk. Maar ik ben deze blog begonnen. Ik heb besloten om te schrijven en wilde eerlijk zijn, ook over mijn gebrokenheid. En daarom schrijf ik nu toch. En om aandacht te vragen. Misschien is gedeelde smart inderdaad wel halve smart, want de laatste dagen heb ik ineens weer de neiging om mensen die ik tegenkom te zeggen: weet je wel dat mijn kindje is overleden? Weet je wel dat als dat niet gebeurd was, ik hier ook met een kinderwagen gelopen had? Het lijkt net alsof de druk in mijn hoofd de laatste dagen weer zó is opgelopen dat het tijd is om er wat uit te laten st(r)omen.

Vertellen helpt. Ze was zo mooi joh. Ik wil haar zo graag vasthouden, haar stem horen, haar eerste lachje zien. Ik wil mopperen om slapeloze nachten en te wilde broers en zussen. Ik wil liedjes voor haar zingen, haar voeden en in bad doen. Maar ik heb hier in huis alleen haar lege wieg in de lege babykamer en ik heb wat foto’s en een klein velletje papier met een afdruk van haar voetjes.

Dat stond trouwens in de boeken die ik las in de eerste weken na haar geboorte: dat zo’n afdrukje heel belangrijk is, omdat dat velletje papier echt in aanraking is geweest met haar lichaam. Toen ik het las, leek het me overdreven. Maar de laatste weken merk ik dat ik naar dat velletje met voetjes toegetrokken word, dat ik het koester en als iets heel kostbaars ben gaan zien.

Deze weg, dit proces, dit diepe donkere dal, brengt steeds weer nieuwe dingen bij mij boven en te binnen. Ik kan niet meer zeggen: dat zou ik nooit doen, of: zo overdreven zou ik niet doen. Tot mijn schaamte moet ik zeggen dat ik geoordeeld heb over hoe anderen rouwden en nu kom ik zelf tot de ontdekking dat het verlies van een kind werkelijk voelt als iets dat is afgescheurd, een gat in je leven slaat, de bodem onder je leven weghaalt en je werkelijk alles opnieuw moet ontdekken. Ik heb geen flauw idee hoe je dit doet. Hoe je dit een plek moet geven. Hoe je God hierin betrekt.

Vanmorgen kon ik alleen maar huilen en gisteren en eergisteren ook. Ik ben verbaasd dat er nog zoveel tranen zijn. Verwilderd over wat ik nou moet doen. Kan doen. Ik wilde iets tastbaars, heb na lang zoeken een armband met haar naam laten maken. Het is mooi en het past bij mij – beter dan de tatoeage die ik voor het eerst van mijn leven overwoog. Maar het lost niets op. Ik heb ernaar uitgekeken om die armband te dragen maar nu ik hem heb, besef ik eens te meer dat dat haar niet kan vervangen.

Ik loop er steeds tegenaan dat ik niet iets kan doen. Ik werk hard, probeer er voor de kinderen te zijn, en verder bezig te zijn, afleiding te zoeken. Maar keer op keer stuit ik er weer op: een diep verdriet, een intens verlangen, een ongrijpbaar gemis. Het enige waar ik wel echt wat aan heb, is het besef dat het met haar echt goed gaat. Dat zij volmaakt is nu en volkomen gelukkig. Geen pijn, geen verdriet, meteen op haar bestemming. Maar zelf worstel ik nog, zoek ik God, zoek ik Zijn troost en Zijn geborgenheid. Zijn kracht. En ik weet niet hoe ik dat kan ontvangen. Het lijkt soms wel alsof ik ontroostbaar ben. Vanmorgen ben ik uiteindelijk maar weer gaan zitten en gaan lezen in de bijbel. Psalm 84 deze keer. Mijn hart en mijn lichaam roepen het uit tot de levende God. Ja, dat herken ik wel.

En: Welzalig zijn zij die in Uw huis wonen, zij loven U voortdurend maakte me blij omdat ik eraan dacht dat dit in elk geval voor Amanda geldt.

En dan vers 6: Welzalig (gelukkig) de mens van wie de kracht in U is – in hun hart zijn de gebaande wegen. Gaan zij door het dorre dal van de moerbeibomen, dan maken zij God tot hun bron; ook zal de regen hen overvloedig bedekken (in de voetnoot staat: zegenen). Zij gaan voort van kracht tot kracht. Er staat nog meer in de psalm, maar ik besloot deze woorden vooral op me in te laten werken. Te danken voor de gebaande wegen in mijn hart en dat ik God kennelijk tot mijn bron kan maken. En dat ik in Zijn kracht altijd weer verder kan gaan.

Vervolgens lag er een brief op de mat van een van onze sponsorkinderen[i]. Ze reageerde op het bericht over Amanda en zij schreef: “I want to encourage you to keep going because in life we sometimes go up and sometimes we go down, but the important thing is to move forward.” Ik glimlach omdat het perfect aansluit bij wat ik net heb gelezen. Ik ga voort van kracht tot kracht. En ik vertrouw erop dat God me wel zal laten zien hoe je dat dan precies doet.

[i] We sponsoren kinderen via Compassion.nl. Door een financiële bijdrage zorgen zij dat een kind dat anders kansloos is, eten, onderwijs en gezondheidszorg krijgt en je schrijft met het kind om het te bemoedigen. Zo’n briefwisseling gaat vaak erg traag, het kan soms maanden duren voordat je reactie krijgt op de brief die je schreef.